introductie les

C'est la rentrée!
Bonjour et
bienvenue!

1 / 35
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

C'est la rentrée!
Bonjour et
bienvenue!

Slide 1 - Slide

Programme
Qu'est-ce qu'on va faire? (wat gaan we doen?)

- se présenter 
- les mots et phrases en français
-On répète 'la première année'
 

Slide 2 - Slide

Je me présente 

Je m'appelle Maritza Lopez.
Je suis votre professeur de français.
J'habite à Ophoven avec mon mari et mes deux filles Charlie (4 ans) et Scottie (1.5 ans)
Mes hobbies:

J'aime lire, voyager, regarder Netflix.  

Je fais du fitness deux fois par semaine. 

                


Slide 3 - Slide

mes filles 
ma famille et moi

Slide 4 - Slide

Et toi?

                                                                             Tu t'appelles comment?                                                                                     Tu as quel âge?                                                                                                       Tu habites où?                                                                                                  Quels sont tes hobbies?

Slide 5 - Slide

Les buts

  • Ik begrijp de opzet van het boek
  • Ik kan mezelf al kort voorstellen in het Frans
  • Ik ken de basiswoorden van de brugklas

Slide 6 - Slide

Wat heb je elke les nodig?
* (Opgeladen laptop)
* Boek (Deel A)
* Pen
* Soms: koptelefoon/oortjes

Slide 7 - Slide

Wat ik van jullie verwacht
  • Fouten durven maken en ervan leren
  • Op tijd in de les
  • Altijd spullen mee (boeken  + pen + laptop)
  • Telefoon altijd in telefoontas!
  • Respect naar elkaar (luisteren als de ander aan het woord is) en hand opsteken als je iets wilt zeggen
  • Huiswerk maken

Slide 8 - Slide

Parler français pendant le cours
Voici deux nouvelles phrases pour communiquer en classe!

 Écrivez dans votre cahier:
- Vous avez déjà corrigé l'intérro?
- Je n'ai plus de papier


Slide 9 - Slide

Je bent zelfstandig aan het werk en je weet niet wat je moet doen bij exercice 3. Je vraagt om hulp.
A
Je ne comprends pas.
B
J'ai une question.
C
Vous pouvez répéter s'il vous plait?
D
Je peux aller aux toilettes s'il vous plait?

Slide 10 - Quiz

De uitleg is te snel gegaan en je hebt niet goed gehoord wat je nu moet doen. Wat vraag/zeg je?
A
Vous pouvez répéter s'il vous plait?
B
J'ai une question.
C
Je peux aller aux toilettes s'il vous plait?
D
Je ne comprends pas.

Slide 11 - Quiz

Vocabulaire: wat weet je nog? (10 min)
  • We gaan een quiz doen in lessonUp!

Slide 12 - Slide

Traduisez:
Quinze
A
14
B
15
C
16
D
17

Slide 13 - Quiz

Traduisez:
Le quartier
A
Het dorp
B
De straat
C
De wijk
D
De stad

Slide 14 - Quiz

Traduisez:
La géographie
A
Aardrijkskunde
B
Natuurkunde
C
Biologie
D
Geschiedenis

Slide 15 - Quiz

Traduisez:
La copine
A
De zus
B
De vriendin
C
Het meisje
D
De vrouw

Slide 16 - Quiz

Traduisez:
L'anglais

A
Nederlands
B
Duits
C
Engels
D
Frans

Slide 17 - Quiz

Traduisez:
Mardi
A
Maandag
B
Donderdag
C
Zaterdag
D
Dinsdag

Slide 18 - Quiz

Traduisez:
Difficile
A
Makkelijk
B
Anders
C
Moeilijk
D
Snel

Slide 19 - Quiz

Traduisez:
Le frère
A
De broer
B
De zus
C
De oom
D
De neef

Slide 20 - Quiz

Traduisez:
être
A
Hebben
B
Eten
C
Werken
D
Zijn

Slide 21 - Quiz

Traduisez:
Maar
A
Avec
B
Mais
C
Donc
D
Et

Slide 22 - Quiz

Traduisez:
De nicht
A
La cousine
B
Le cousin
C
L'oncle
D
La cuisine

Slide 23 - Quiz

Traduisez:
Sept
A
Negen
B
Zeven
C
Tien
D
Twee

Slide 24 - Quiz

Traduisez:
Groot
A
Petit
B
Zut
C
Grand
D
Merci

Slide 25 - Quiz

Traduisez:
Nous avons
A
Wij zijn
B
Jullie zijn
C
Jullie hebben
D
Wij hebben

Slide 26 - Quiz

Traduisez:
Elle est
A
Hij is
B
Zij heeft
C
Zij is
D
Hij heeft

Slide 27 - Quiz

Traduisez:
Le matin
A
De middag
B
De ochtend
C
De nacht
D
De avond

Slide 28 - Quiz

Traduisez:
Ton, ta, tes
A
Jouw
B
Mijn
C
Zijn
D
Haar

Slide 29 - Quiz

Traduisez:
Qui
A
Die
B
Dat
C
Wie
D
Wat

Slide 30 - Quiz

Traduisez:
J'aime
A
Ik heb een hekel aan
B
Ik houd van
C
Ik werk
D
Ik heb liever

Slide 31 - Quiz

Traduisez:
Travailler
A
Maken
B
Werken
C
Oefenen
D
Luisteren

Slide 32 - Quiz

Traduisez:
L'élève
A
De docent
B
Het kind
C
De vriend
D
De leerling

Slide 33 - Quiz

Hoe ging de quiz?
😒🙁😐🙂😃

Slide 34 - Poll

La prochaine fois
* Neem je A boek mee!
*Oefen thuis nog eens met jezelf voorstellen.

Slide 35 - Slide