9.1 Weerstanden

9.1 Weerstanden
Leerdoelen
9.1.1 Je kunt toelichten wat wordt bedoeld met de weerstand van een schakelonderdeel.
9.1.2 Je kunt uitleggen hoe je de totale weerstand van een stroomkring groter kunt maken.
9.1.3 Je kunt beschrijven hoe je de weerstand van een schakelonderdeel kunt bepalen.
9.1.4 Je kunt berekeningen uitvoeren met de spanning, de stroomsterkte en de weerstand.
9.1.5 Je kunt beredeneren of de wet van Ohm van toepassing is op een schakelonderdeel.
9.1.6 Je kunt uit de kleurcode op een weerstandje afleiden hoe groot zijn weerstandswaarde is.
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

9.1 Weerstanden
Leerdoelen
9.1.1 Je kunt toelichten wat wordt bedoeld met de weerstand van een schakelonderdeel.
9.1.2 Je kunt uitleggen hoe je de totale weerstand van een stroomkring groter kunt maken.
9.1.3 Je kunt beschrijven hoe je de weerstand van een schakelonderdeel kunt bepalen.
9.1.4 Je kunt berekeningen uitvoeren met de spanning, de stroomsterkte en de weerstand.
9.1.5 Je kunt beredeneren of de wet van Ohm van toepassing is op een schakelonderdeel.
9.1.6 Je kunt uit de kleurcode op een weerstandje afleiden hoe groot zijn weerstandswaarde is.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Serieschakeling

Slide 7 - Slide

Parallelschakeling

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Slide 12 - Video

Weerstand

De weerstand is de moeite waarmee elektronen (stroomsterkte) door een apparaat gaan.


Ieder apparaat (en ook stroomdraad) heeft een weerstand.

De weerstand geven we de letter R en het symbool ohm        


Geleidende materialen hebben een kleine (soortelijke) weerstand.

Isolatoren hebben een grote (soortelijke) weerstand.

Ω

Slide 13 - Slide

Weerstand
grote weerstand
kleine weerstand

Slide 14 - Slide

Wet van Ohm

Slide 15 - Slide

Weerstand (R)
Een apparaat levert weerstand.
Hoe te groter de weerstand, 
hoe te kleiner de stroomsterkte wordt.



U = I x R                          I = U : R                                R = U : I
grootheid
symbool
eenheid
symbool
weerstand
R
Ohm

Slide 16 - Slide

Ohmse weerstand
Deze weerstand is ohms:

Rechtevenredig verband: dus R heeft een vaste waarde.

De waarde van schakelonderdeel is steeds even groot.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Een weerstand

Hier staat een voorbeeld van een weerstand.

Let op de ringen. Deze weerstand heeft vier ringen, er zijn ook weerstanden met vijf ringen.

De ringen hebben een betekenis welke een

codering is voor de grootte van de weerstand.


We hebben ring 1, 2 (en soms 3)

Daarnaast ring A en B

Slide 19 - Slide

De weerstand
  • Een weerstand wordt gemaakt door een dun laagje koolstof op een glasstaafje aan te brengen.

  • Hoe dunner het laagje koolstof, des te hoger de weerstand.

  • Als de temperatuur hoger wordt, dan wordt de weerstand hoger.

Slide 20 - Slide

Kleurcode weerstand
Wat is de weerstand en 
hoe groot is de afwijking?

Slide 21 - Slide

Kleurcode weerstandje
kleuren bekijken van links naar rechts

  • ring 1 = groen = 5
  • ring 2 = blauw = 6
  • ring 3 = bruin = 1 nul
  • ring 4 = goud = +/- 5%

  • weerstand = 560 Ω +- 5%
  • de weerstand kan dus in werkelijkheid tussen 532 Ω en 588 Ω liggen (5% van 560 is 28)

Slide 22 - Slide

Elektrische weerstand

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

wat is de waarde van een weerstand met de kleurcode bruin, zwart, zwart?

Slide 25 - Open question

Welke weerstand hoort bij de kleurcode:
rood-paars-groen-zwart-goud

Slide 26 - Open question

Een weerstand heeft de volgende kleurcode: groen - blauw - bruin. Wat is de waarde van de weerstand?

Slide 27 - Open question

Een weerstand heeft een waarde van 470 Ohm. Wat is de kleurcode?

Slide 28 - Open question

Wat is de waarde van een weerstand met de volgende kleurcode:
Groen - blauw - rood - goud

Slide 29 - Open question

Wat is de waarde van een weerstand met de volgende kleurcode:
Grijs - oranje - geel - zilver

Slide 30 - Open question

Door de weerstand loopt een stroomsterkte van
20 mA (0,02 A).
Bereken de spanning over de weerstand

Slide 31 - Open question

Je sluit een lampje aan op een batterij van 10 Volt. Er gaat een stroom lopen van 20 mA. Hoe groot is de weerstand van het lampje? Gebruik R = U:I

Slide 32 - Open question

Een lampje met een weerstand van 250 Ω wordt aangesloten op een spanningsbron van 9 Volt. Hoe groot is de stroom die door het lampje gaat lopen? Gebruik R = U:I

Slide 33 - Open question

In een nachtlampje zit een weerstand. Over deze weerstand staat een spanning van 12,0 V. Door die weerstand loopt een stroom van 0,025 A.
Bereken de grootte van de weerstand.

Slide 34 - Open question

In de schakeling is een weerstand opgenomen. Wat is de functie van de weerstand?

Slide 35 - Open question

De spanning in een weerstand is 6V, de weerstand van de weerstand is 50 ohm. Wat is de stroomsterkte?

Slide 36 - Open question

Wat is het verschil tussen een weerstand en een variabele weerstand?

Slide 37 - Open question

Een geleider heeft een                             weerstand.

Een isolator heeft een                               weerstand.

hoge
lage

Slide 38 - Drag question

Zet in volgorde van toenemende weerstand

Slide 39 - Drag question