1. Kies een deugd (bijvoorbeeld moed, rechtvaardigheid, wijsheid of matigheid).
2. Beschrijf in 100 woorden wat deze deugd inhoudt volgens Aristoteles. Gebruik evt AI.
3. Geef een voorbeeld uit jouw eigen leven of het nieuws waarin iemand deze deugd laat zien of juist daarin tekortschiet.
4. Leg in maximaal 150 woorden uit waarom dit voorbeeld wel of niet overeenkomt met de ideeën van Aristoteles.
5. Reflectie: Welke rol speelt oefening of gewoonte bij het ontwikkelen van deze deugd volgens Aristoteles? (ca. 100 woorden)