H7 Kracht en Beweging - Oefentoets

Oefentoets H7 Kracht en Beweging
Om te kijken hoe ver je bent met leren voor de toets van volgende week vrijdag ga je nu deze oefentoets maken. 
Deze bestaat uit 31 vragen, zowel open vragen als meerkeuzevragen.
Na de toets weet je beter waar je nog extra vragen over moet stellen of waar je nog extra aandacht aan moet besteden.

Benodigdheden:
Rekenmachine

Afspraak
Je maakt de oefentoets helemaal zelfstandig. Je overlegt dus niet met je buurman/buurvrouw.


1 / 31
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefentoets H7 Kracht en Beweging
Om te kijken hoe ver je bent met leren voor de toets van volgende week vrijdag ga je nu deze oefentoets maken. 
Deze bestaat uit 31 vragen, zowel open vragen als meerkeuzevragen.
Na de toets weet je beter waar je nog extra vragen over moet stellen of waar je nog extra aandacht aan moet besteden.

Benodigdheden:
Rekenmachine

Afspraak
Je maakt de oefentoets helemaal zelfstandig. Je overlegt dus niet met je buurman/buurvrouw.


Slide 1 - Slide

Welke soorten krachten horen bij welke situatie?
Je tilt je fiets uit het fietsenrek ............................... en ............................
Met dit weer is het heerlijk zeilen .....................................
Bij een nat wegdek houd je een grotere afstand .....................................
Met lijm is die verbinding niet meer los te krijgen ...................................
spierkracht
zwaartekracht
Windkracht
Wrijvingskracht
luchtwrijving
kleefkracht
magneetkracht

Slide 2 - Drag question

Welke beweringen zijn juist?
Het symbool voor kracht is F. 

Het symbool voor massa is m. 

De eenheid van tijd is uur (h). 

De eenheid van massa is kg. 

Een kracht geef je aan in force. 

De t is de afkorting van tel (seconde). 

Juist
Juist
Juist
Juist
Juist
Juist

Slide 3 - Drag question

De eenheid van kracht is ...........

Slide 4 - Open question

Hoe groot is de zwaartekracht die hoort bij de volgende massa's (er blijven antwoorden over)
6,8 kg = ............N 
     4 g = ............N 
24 ton = ...........N 
68
0,68
40
0,04
240
240000
68000
68000
2400
680

Slide 5 - Drag question

Je bent aan het versnellen op je fiets. Wat kun je zeggen over de wrijvingskrachten die werken op de fiets.
Je vaart met constante snelheid. In welke situatie wordt dit weergegeven.
A
afbeelding A
B
Afbeelding B
C
Afbeelding C

Slide 6 - Quiz

Reken de volgende snelheden om
12 m/s =  ............... km/h
130 km/h = ............... m/s
43,2 
36,1 
468 
3,3 

Slide 7 - Drag question


Hiernaast zie je een v,t diagram van een hardloper. Bereken de afstand die de hardloper heeft afgelegd tussen minuut 20 en minuut 40. 
Schrijf de hele berekening op.

Slide 8 - Open question

Een vliegtuig stijgt op bij 324 km/h. De afstand die het vliegtuig aflegt op de landingsbaan is 2700 m. Bereken hoe lang het vliegtuig nodig heeft om op te stijgen.

Schrijf de hele berekening op

Slide 9 - Open question

Wat hoort waar bij? Sleep de  symbolen naar de juiste plek. Er moeten er overal drie staan!
snelheid
afstand
tijd
s
h
m/s
km/h
t
m
km
v

Slide 10 - Drag question

Op een stroboscopische foto zie je de afstand tussen de beeldjes steeds minder groot worden. Wat voor soort beweging is dit?
A
Eenparige beweging
B
Versnelde beweging
C
Vertraagde beweging

Slide 11 - Quiz

Met welke formule kun je de snelheid uitrekenen?
A
v= s : t
B
v = s x t
C
v = t : s
D
v = t + s

Slide 12 - Quiz

Een renpaard ren in 1 minuut en 13 seconden een ronde over de renbaan. De ronde heeft een totale lengte van 1200 m.

Wat is de gemiddelde snelheid van het paard? Rond af op 2 decimalen.
Schrijf de hele berekening volgens GGFO op!

Slide 13 - Open question

Bereken de gemiddelde snelheid in de volgende situatie:
een vrachtwagenchauffeur versnelt eenparig vanuit stilstand naar 50 km/h.
Schrijf je berekening op

Slide 14 - Open question

Welke grafiek geeft een versnelde beweging weer?
A
B
C
D

Slide 15 - Quiz


Wat voor soort beweging is in deel E van de grafiek getekend ?
A
Eenparige (constante) beweging
B
Eenparig versnelde beweging
C
Eenparig vertraagde beweging
D
Stilstand

Slide 16 - Quiz

Wat voor soort beweging voert de bal uit?
De bal beweegt van boven naar beneden.
A
een eenparige beweging
B
een vertraagde beweging
C
een versnelde beweging
D
dat kun je niet zeggen

Slide 17 - Quiz

Hoelang is de Boeing onderweg?
A
40 min
B
130 min
C
20 min
D
140 min

Slide 18 - Quiz

Welke beweging zien we hier?
A
versneld
B
eenparig
C
vertraagd

Slide 19 - Quiz

Massa meet je in?
A
Kilogram
B
Newton
C
Massa
D
Kracht

Slide 20 - Quiz

Op welke manier kun je een kracht niet herkennen?
A
Je ziet de kracht
B
Snelheid
C
Richting
D
Vorm

Slide 21 - Quiz

De punt op de steen is het aangrijpingspunt van de zwaartekracht.
Welke kant zou de pijl op getekend moeten worden?
A
naar boven
B
naar rechts
C
naar beneden
D
naar links

Slide 22 - Quiz

De massa van de steen is 250 g. De krachtenschaal is 1 cm ≡ 1 N.

Hoe groot is de pijl die je zou moeten tekenen?
A
2,5 cm
B
0,25 cm
C
25 cm
D
0,025 cm

Slide 23 - Quiz

Erik heeft een massa van 65 kg.

Hoe groot is de zwaartekracht die op Erik werkt op de aarde?

A
Fz = m : g Fz = 65 kg : 10 N/kg Fz = 6,5 N
B
Fz = m : g Fz = 65 kg : 1,6 N/kg Fz = 40, 6 N
C
Fz = m x g Fz = 65 kg x 10 N Fz = 650 N
D
Fz = m x g Fz = 65 kg x 1,6 N/kg Fz= 104 N

Slide 24 - Quiz

Wat is de nettokracht en in welke richting gaat deze?
A
Fnetto = 15 N en gaat naar links
B
Fnetto = 49 N en gaat naar links
C
Fnetto = 15 N en gaat naar rechts
D
Fnetto = 49 N en gaat naar rechts

Slide 25 - Quiz

Wat is de
nettokracht?
A
186 N naar links
B
8360 N naar rechts
C
1,45 N naar rechts
D
34 N naar links

Slide 26 - Quiz

Het aantal e-bikes (elektrische fietsen) stijgt snel in Nederland. Een e-bike heeft een kleine elektromotor die energie afgeeft als de fietser op de pedalen trapt. Daardoor komt er extra energie vrij en trapt de fiets lichter.

Welke energie geeft de elektromotor tijdens het fietsen af?
A
bewegingsenergie
B
chemische energie
C
elektrische energie
D
zwaarte-energie

Slide 27 - Quiz

Is bewegingsenergie hetzelfde als kinetische energie?
A
ja
B
nee

Slide 28 - Quiz

Met welke formule kun je de bewegingsenergie berekenen?
A
E=Pt
B
E=21mv2
C
E=mgh

Slide 29 - Quiz

Met welke formule kun je de zwaarte-energie berekenen?
A
E = P * t
B
E = 1/2 mv^2
C
E = m*g*h

Slide 30 - Quiz

Een hardloopster met een massa van 52 kg heeft een snelheid van 3 m/s.
Bereken de bewegingsenergie. Schrijf de hele berekening op.

Slide 31 - Open question