Domein 2: H8 Verhoudingen

 Hoofdstuk 8 Verhoudingen
1 / 34
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with text slides.

Items in this lesson

 Hoofdstuk 8 Verhoudingen

Slide 1 - Slide

8.1 Wat is een verhouding
Doel :

Je leert wat een verhouding is

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

8.1 Wat is een verhouding
Een verhouding bestaat uit twee of meer getallen.

Je komt verhoudingen tegen bij :
- hoeveelheden
- prijzen
- aantallen

Slide 4 - Slide

8.1 Wat is een verhouding
- hoeveelheden
In 1 pak  zitten 24 rollen  wc-papier. 
- prijzen
In 2 uur leg je  12 kilometer af.
- aantallen
3 appelflappen voor €2,40!

Slide 5 - Slide

Startopdracht blz. 158
Startopdracht 
blz. 158
Maak 8.1
opdracht 1 t/m 3
& studiemeter 8.1

Slide 6 - Slide

8.1 Wat is een verhouding
Je kunt verhoudingen in een verhoudingstabel zetten.

Slide 7 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Doel:

Je leert vergroten en verkleinen binnen een verhoudingstabel.

Slide 8 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Als je met verhoudingen rekent, dan doe je dat met een verhoudingstabel.

Als je een verhouding vergroot dan doe je dat door  beide getallen met hetzelfde getal te vermenigvuldigen.

Als je een verhouding verkleind dan doe je dat door beide getallen door hetzelfde getal te delen.

Slide 9 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Dus : 
Als je boven vermenigvuldigt met, dan doe je dat onder ook.

Slide 10 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Dus : 
Als je boven vermenigvuldigt met 2, dan doe .......

Slide 11 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Dus : 
Als je boven verkleint met, dan doe je dat onder ook.
Gewicht noten
500 gram
100 gram
€ / Prijs
€10,- 

Slide 12 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Je kan een verhouding ook zonder verhoudingstabel vergroten  Je vermenigvuldigt dan beide getallen met hetzelfde getal 

Je kan een verhouding ook zonder verhoudingstabel verkleinen Je deelt dan beide getallen door hetzelfde getal 

Wij vergroten alle verhoudingen met een verhoudingstabel! Er staat dus altijd een berekening bij!

Slide 13 - Slide

8.2 Rekenen met verhoudingen
Soms kan je niet alleen vergroten of alleen verkleinen. Je moet dit dan combineren.


Slide 14 - Slide

8.2 
Nog één keer samen oefenen
8.2 samen oefenen
Maken 8.2
Opdracht 4 t/m 16
& studiemeter

Slide 15 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal

Doel:

Je leert verhoudingstabellen met een totaal.

Slide 16 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Sommige verhoudingen zeggen iets over de verhoudingen van het totaal.

1 op de 4 ballen is rood

Dit is een verhouding tussen het aantal rode ballen en het totaal aantal ballen

Slide 17 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal

2 op de 3 leerlingen in een klas hebben een fiets. 
In de klas zitten 30 leerlingen
Hoeveel leerlingen in de klas hebben een fiets?

                                                  Hoe reken je dit uit?

Slide 18 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 1 :
Aantal leerlingen met fiets
2
Totaal aantal leerlingen
3

Slide 19 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 2 :





Aantal leerlingen met fiets
2
Totaal aantal leerlingen
3
30

Slide 20 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 3 :




3 x ? = 30
Aantal leerlingen met fiets
2
Totaal aantal leerlingen
3
30

Slide 21 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 3 :




3 x 10 = 30 
Aantal leerlingen met fiets
2
Totaal aantal leerlingen
3
30

Slide 22 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 4 :




3 x 10 = 30 Wat je onder doet, doe je boven ook. 
Aantal leerlingen met fiets
2
Totaal aantal leerlingen
3
30

Slide 23 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
Stap 4 :




2 x 10 = 20  
Aantal leerlingen met fiets
2
20
Totaal aantal leerlingen
3
30

Slide 24 - Slide

8.3 Verhoudingen met een totaal
maken opdr. 17 t/m 20
& studiemeter

Slide 25 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
Doel:

Je leert verhoudingen vereenvoudigen

Slide 26 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
Het vereenvoudigen van verhoudingen is het zo klein mogelijk maken van de verhouding.

Het lijkt op vereenvoudigen van breuken, maar dan in een verhoudingstabel.

Slide 27 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
Er zitten 15 meisjes in de bioscoop
Er zitten in totaal 25 mensen in de bioscoop
1) Wat is de verhouding tussen het aantal meisjes en het totaal aantal mensen in de bioscoop?
2) Vereenvoudig de verhouding zo ver mogelijk

Slide 28 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
In welke tafel zitten de getallen 15 en 25?
Meisjes
15
Totaal in de bioscoop
25

Slide 29 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
In welke tafel zitten de getallen 15 en 25?




De getallen 15 en 25 zitten in de tafel van 5. Dus delen door 5
Meisjes
15
Totaal in de bioscoop
25

Slide 30 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
15: 5 = 
25 : 5 =
Meisjes
15
Totaal in de bioscoop
25

Slide 31 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
15: 5 = 
25 : 5 =
Meisjes
15
3
Totaal in de bioscoop
25
5

Slide 32 - Slide

8.4 Verhoudingen vereenvoudigen
maken opdr. 21 t/m 24 + eindopdracht
& studiemeter


Slide 33 - Slide

Eindopdracht
blz. 179 t/m 181
zelfstandig maken

klaar? studiemeter verhoudingen

Slide 34 - Slide