This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Report this lesson
Items in this lesson
Leerjaar / Niveau : 2KGT
Vak: Biologie/verzorging
Onderwerp: SO Verbranding en ademhaling - 1.1 t/m 1.3
Aantal vragen: 25 Maximaal te behalen punten: 27
Je hebt een voldoende bij 14 punten. Toegestane tijd: 40 min.
Te gebruiken hulpmiddelen: geen.
Instructies:
Lees de vragen goed door en geef zo goed mogelijk antwoord.
Klik bij open vragen altijd op de knop 'bewaren'.
Heb je vragen, vraag de docent om hulp.
Check voordat je de toets inlevert of je alle vragen hebt ingevuld.
Ben je klaar? Lever dan de toets in!
Slide 1 - Slide
Meerkeuzevragen
Geef bij de volgende vragen aan of de bewering
juist of onjuist is.
Slide 2 - Slide
1. Alleen als het koud is, adem je waterdamp uit.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 3 - Quiz
2. De functie van de neusharen is het tegenhouden van grote stofdeeltjes.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 4 - Quiz
3. Hieronder is de verbranding in je lichaam schematisch weergegeven. Twee woorden zijn vervangen door cijfers.
① + zuurstof --> water + ② + energie
Op de plek van ① moet stikstof worden ingevuld, is dat juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 5 - Quiz
4. Hieronder is de verbranding in je lichaam schematisch weergegeven. Twee woorden zijn vervangen door cijfers
① + zuurstof --> water + ② + energie
Op de plek van ② moet koolstofdioxide worden ingevuld, is dat juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 6 - Quiz
5. Hieronder is de verbranding in je lichaam schematisch weergegeven. Twee woorden zijn vervangen door cijfers
① + zuurstof --> water + ② + energie
Bij dit proces komt er brandstof vrij, is dat juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 7 - Quiz
6. Bij de verbranding van een kaars komt koolstofdioxide vrij.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 8 - Quiz
7. Paulien loopt rustig naar school. Plotseling ziet zij in de verte haar vriendin Marit lopen. Paulien gaat rennen om haar vriendin Marit in te halen.
Door het rennen vindt er in het lichaam van Paulien MEER verbranding plaats dan in het lichaam van Marit. Is dat juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 9 - Quiz
8. Paulien loopt rustig naar school. Plotseling ziet zij in de verte haar vriendin Marit lopen. Paulien gaat rennen om haar vriendin Marit in te halen.
Door het rennen gaat het hart van Paulien SNELLER kloppen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 10 - Quiz
9. Paulien loopt rustig naar school. Plotseling ziet zij in de verte haar vriendin Marit lopen. Paulien gaat rennen om haar vriendin Marit in te halen.
Tijdens het rustige lopen komt er in het lichaam van Paulien MEER warmte vrij dan tijdens het rennen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 11 - Quiz
10. In de winter gebruikt het lichaam van een mens MEER brandstof dan in de zomer.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quiz
11. Kijk naar afbeelding 1.
Deze stand van de huig verandert als een slikbeweging wordt gemaakt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quiz
12. Kijk naar afbeelding 1.
Deze stand van het strotklepje verandert als een adembeweging wordt gemaakt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 14 - Quiz
13. Het water wordt bij de verbranding verbruikt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 15 - Quiz
14. De kaars gaat uit doordat het kaarsvet opraakt.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 16 - Quiz
Meerkeuzevragen
Beantwoord de volgende meerkeuzevragen.
Beantwoordt met A, B, C of D.
Slide 17 - Slide
15. Op welke plaats bevindt zich bloed dat rijk is aan koolstofdioxide?
A
Op plaats 1.
B
Op plaats 2.
C
Op plaats 3.
Slide 18 - Quiz
16. Welk nummer geeft de plaats aan waar de koolstofdioxide tijdens een uitademing naartoe stroomt?
A
Nummer 1.
B
Nummer 2.
C
Nummer 3.
Slide 19 - Quiz
17. Welke pijl geeft de richting aan waarin zuurstof gaat, pijl P of pijl Q?
A
Pijl P.
B
Pijl Q.
Slide 20 - Quiz
18. Bij de verbranding van een kaars komt energie vrij. In welke vorm(en) komt deze energie vrij?
A
Alleen in de vorm van licht.
B
Alleen in de vorm van warmte en koolstofdioxide.
C
Alleen in de vorm van water.
D
Alleen in de vorm van licht en warmte.
Slide 21 - Quiz
19. Wat is de functie van het slijm in het neusslijmvlies?
A
Het produceren van slijm.
B
Het opvangen van stofdeeltjes en ziekteverwekkers.
C
Het keuren van de binnenstromende lucht.
D
Het verplaatsen van slijm naar de keelholte.
Slide 22 - Quiz
Open vragen
Geef bij de volgende vragen zelf antwoord.
Lees de vraag goed en kijk goed WAT er gevraagd wordt!
Slide 23 - Slide
20. Wat is de functie van het reukzintuig?
Slide 24 - Open question
21. Wat is de functie van de trilharen in de neusholte?
Slide 25 - Open question
22. Paarden kunnen niet door hun mond ademen. Ze ademen alleen door hun neus. Het gehemelte is lang en zacht en sluit achter in de mond de luchtwegen af.
Noem twee voordelen van de ademhaling van een paard, ten opzichte van de ademhaling van de mens (via de neus en mond).
Slide 26 - Open question
23. Hoe heet deel 4?
Slide 27 - Open question
24. Hoe heet deel 7?
Slide 28 - Open question
25. In welk van de delen 3, 4 en 5 komen kraakbeenringen voor? Leg uit waarom ze nodig zijn.
Slide 29 - Open question
Klaar!
Je hebt nu alle vragen gehad. Controleer VOORDAT je de toets inlevert of je alles hebt ingevuld.