Het signaleren van onderwijsbehoeften
Bijeenkomst 4
Cursuscode: LERPA303X
Studiejaar: 25-26
Het signaleren van onderwijsbehoeften
Bijeenkomst 4
Cursuscode: LERPA303X
Studiejaar: 25-26
Inclusief onderwijs en de wet passend onderwijs
Zorgstructuur op de school (interview zorgcoordinator)
Pedagogische opdracht en didactiek van hoge verwachtingen
Signaleren van onderwijsbehoeften
Gespreksvoering
Gedragsproblemen en gedragsstoornissen
Werkcollege: leerlingbespreking
Pedagogische visie
Morele ontwikkeling en ethisch verantwoord handelen
Ethiek en bumpy moments
Wereldburgerschap
Lastige onderwerpen bespreekbaar maken
Planning: Van signalering naar passend docentgedrag
Lesdoelen
Huiswerkopdracht
Gedrag observeren
Het kwadrantmodel
Onderwijsbehoeften
De gedragsfunctie analyse
Afsluiting en vooruitblik
Lesdoelen
Aan het einde van dit college kan je:
De gedragsfunctie analyse inzetten.
Verschillende bronnen overzichtelijk en feitelijk ordenen in een
kwadrantmodel en daaruit conclusies trekken.
Weet je welke testgegevens binnen het onderwijs belangrijk zijn.
Kan je onderwijsbehoeften weergeven voor een specifieke leerling (start opdracht leerlingbespreking les 7)
Huiswerk: start van de opdracht leerlingbespreking (les 7)
Opdracht:
Wat: vergelijk jouw observaties met je buur en leg de onderwijsbehoeften naast elkaar. Wat valt je op?
Hoe: in een tweetal
Hulp: jouw aantekeningen uit de stage
Uitkomst: je krijgt een beeld van de onderwijsbehoeften
Tijd: 10 minuten
Klaar: wissel van duo
Ta werkt taakgericht/ Kij Kijkt afwezig rond of staart voor zich uit
Sto Stoort andere leerlingen of praat met hen over andere onderwerpen dan de taak / Lo Loopt door de klas /An Is bezig met andere activiteiten.
Terugkoppeling
Van signalering naar passend docentgedrag
Signaleren van opvallend gedrag
Gedragsobservatie
Systematisch kijken naar beschikbare gegevens->kwadrantmodel
Gesprek met leerling (en ouders)
De functie van het gedrag
Hulpvraag en onderwijsbehoeften
Passend docentgedrag
Observeren Do’s and Don’ts
Interpretatie vs objectief omschrijven
Interpretatie: Objectieve observatie:
Jay is lui. Jay heeft zijn boeken niet bij zich.
Tijdens de uitleg ligt Jay met zijn hoofd op tafel.
Jay zegt dat hij het antwoord niet weet als hij een beurt krijgt.
Jay vermijdt vragen of opmerkingen over taakgericht werken.
Indira is Indira loopt begin van de les naar de docent, die in gesprek is.
ongeduldig. Indira interrumpeert de docent drie keer bij het bureau.
Indira hoort de opmerking van de docent.
Indira interrumpeert de docent nog een keer.
Indira moet van de docent op haar plek gaan zitten.
Wat:
Verzin voor beide leerlingen een andere (meer legitieme) reden waarom zij dit gedrag zouden kunnen vertonen.
Hoe: Individueel.
Tijd: 2 minuten
Opbrengst: Klassikaal delen
Redenen om het gedrag van een leerling te observeren
Van signalering naar passend docentgedrag
Signaleren van opvallend gedrag
Gedragsobservatie
Systematisch kijken naar beschikbare gegevens->kwadrantmodel
Gesprek met leerling (en ouders)
De functie van het gedrag
Hulpvraag en onderwijsbehoeften
Passend docentgedrag
Het kwadrantmodel
Voordeel van dit model:
Een overzichtelijk beeld van de capaciteiten, inzet, motivatie en prestaties
Een overzichtelijk middel om discrepanties tussen de kwadranten inzichtelijk te maken.
In het kwadrantmodel staat alleen objectieve data, dus geen omschrijvingen, aannames of speculaties!
Vul dit model alleen in met data uit het LVS en (eigen) observaties.
Het kwadrantmodel
Leren/ cognitief Gedrag/ affectief
Niet-zichtbaar
Zichtbaar
Het doel van een kwadrantmodel:
In één oogopslag zien of de leerling presteert naar eigen kunnen;
Onderzoeken of een discrepantie bestaat tussen kunnen, willen, presteren en doen;
Nagaan of de begeleiding effectief en gepast is.
Het kwadrantmodel
Waar let je als docent of mentor op?
Indicatie voor zorgen:
Achteruitgang van cijfers
Toename van absentie & sancties (verwijderingen etc. )
NB:Absentie/ Verwijdering uit de les/ Te laatmeldingen
Onderwijsbehoeften
Hoofdvraag: Wat heeft een leerling nodig om te komen tot leren in de klas?
Wat: 1. Iedere student opent de casus op Brightspace.
2. Eén student downloadt de casus Daniel en noteert de uitkomsten van de opdrachten.
3. Eén student per groepje leest de casus voor.
4. Werk opdracht 1 (het kwadrantmodel) in 5 minuten uit.
5. Werk opdracht 2 in 10 -15 minuten uit.
Resultaat: Je hebt de casus geanalyseerd en overeenstemming bereikt over de onderwijsbehoeften van de casusleerling. Geef ook aan hoe jij dit in je klas kan realiseren.
Hoe: Tweetallen
Gebruik Casus Daniël en Hulpzinnen onderwijsbehoeften (BS)
Hulp: Bespreek je hulpvraag in je groep.
Tijd: 20 minuten
Klaar: overleg samen hoe jij in de klas aan deze onderwijsbehoeften tegemoet kunt komen.
Nabespreking
De gedragsfunctie analyse
Om het gedrag van leerlingen duidelijk te krijgen kan je verschillende stappen zetten in je klas & samen met de zorgcoördinator.
Denk daarbij aan:
Observeren
Gesprek met de leerling
Gesprek met ouders
Het invullen van de gedragsfunctieanalyse
Het is altijd goed om een vast observatieformat te gebruiken zoals
ABC format
Tijdssteekproef
Te vinden op de site van Horeweg.
Gedragsfunctieanalyse (GFA) uitvoeren
Onderwijsbehoeften in kaart
Het uiteindelijke doel van observaties, de gedragsfunctie analyse & gesprekken met de leerling, is het in kaart brengen van de hulpvraag & onderwijsbehoeften van de leerling.
Aansluitend hierop bepaal jij als docent welk docenthandelen en welke zorg jij deze leerling kanen moet bieden. Maar ook welke collega's of instanties mogelijk nodig zijn.
Hoofdvraag bij gedragsinterventies:
Waarom vertoont de leerling het ongewenste gedrag?
Deelvraag 1: Is er sprake van onwil of onmacht?
Deelvraag 2: Wat is de functie van het gedrag?
Behoefte aan zintuiglijke input
Aandacht van anderen (docent en medestudent)
Vermijden van iets wat moeilijk of saai is
Zie het format gedragsfunctieanalyse.pb3409-probleemgedrag-in-kaart.doc
Onbewust
Onwillekeurig
Onveranderbaar
Geen andere gedragsmogelijkheden aangeleerd
Bewust
Controleerbaar
Aan te pakken
Andere gedrags-mogelijkheden zijn aangeleerd
De functie van het gedrag
Hoe nu verder?
Om te weten wat de leerling van jou als docent nodig heeft, is het belangrijk om te kijken naar de beschermende en de risico factoren.
Gebruik de casus Daniel en kijk of je de beschermende en risicofactoren kunt invullen.
Alle gegevens compleet…. En nu?
Binnen een school ziet een leerling veel verschillende docenten.
Vaak heeft iedere docent zijn eigen manier van handelen in de klas.
Voor sommige leerlingen is het belangrijk om dit docent handelen goed op elkaar af te stemmen. Vooral bij de leerling met extra onderwijsbehoeften.
In een leerlingbespreking maakt het team gebruik van elkaars expertise en wordt samen gekeken naar de hulpvraag van een leerling. Welke onderwijsbehoeften spelen er en hoe gaan we daar als team van docenten mee om?
De leerlingbespreking
Wie heeft er al eens een leerlingbespreking bijgewoond?
Wie zijn er aanwezig bij een leerlingbespreking?
Wat verwacht jij van een leerlingbespreking?
Hoe kan een leerlingbespreking voor alle partijen effectief zijn?
Voorwaardelijke eis deelname toets
In deze cursus oefenen wij met het voeren van een leerlingbespreking.
De manier waarop wij dit doen sluit aan bij de cursus en is niet per definitie de manier waarop jouw stageschool de leerlingbespreking houdt.
Voorwaardelijke eis.
Om deze cursus te behalen moet je een effectieve bijdrage hebben geleverd aan de simulatie leerlingbespreking in les 7
Herkansings-moment deelname leerlingbespreking in blok4
Voorbereiding op de leerlingbespreking
m.b.v. de gedragsfunctieanalyse vul je de voorbereiding van je leerlingbespreking in.
Voorwaardelijke eis
Voor les 7 zorg je dat je de gedragsfunctyanalyse en de voorbereiding op de leerlingbespreking in Brightspace hebt staan.
Je neemt de GFA en de voorbereiding op de leerlingbespreking uitgeprint mee naar les 7.
De gedragsfunctieanalyse vormt de basis waarmee je jouw voorbereiding op de leerlingbespreking maakt.
Voorbereiding op de leerlingbespreking in les 7
WAT Werk het format voorbereiding leerlingbespreking verder uit
WIE individueel.
HOE individueel
HULP powerpoints, literatuur
TIJD 30 minuten
UITKOMST Je bent voorbereid voor les 7
KLAAR
Plaats je voorbereiding op leerlingbespreking en je gedragsfunctieanalyse in één bestand in Brightspace in de map: Leerlingbespreking. Let op dat je de naam van je docent ook in de bestandsnaam plaatst.
Voorbeeld: voorbereidingVanDam-Verkleij
Let op:
Deze voorbereiding is een voorwaardelijke eis om deel te nemen aan les 7.
Les 7 is een voorwaardelijke eis om deel te nemen aan de toetsing.
Lesdoelen behaald?
Aan het einde van dit college kan je:
De gedragsfunctie analyse inzetten.
Verschillende bronnen overzichtelijk en feitelijk ordenen in een
kwadrantmodel en daaruit conclusies trekken.
Weet je welke testgegevens binnen het onderwijs belangrijk zijn.
Kan je onderwijsbehoeften weergeven voor een specifieke leerling
Vooruitblik: College 5: gespreksvoering
Lezen: H 9: Handboek voor leraren
TIP bij het lezen.
Denk na over de volgende reflectie vragen en noteer je antwoorden.
• Wat maakt een gesprek met een leerling ‘goed’ volgens jou?
• Wanneer heb jij (tijdens stage of in een oefensituatie) het gevoel gehad: dit gesprek ging goed? Waarom?
• Wat zijn volgens jou valkuilen in gesprekken met leerlingen?
College 6: Zorgleerlingen
ADHD/ Executieve functies / gedragsproblemen / autisme/ depressie/ dyslexie
Lezen: Horeweg H2, H3 en H17
Hulp bij het lezen:
Lees de tekst en maak een samenvatting van maximal 150 woorden. Benoem in je samenvatting de volgende onderdelen:
-de hoofdgedachte
-de belangrijke argumenten en inzichten
-de relevante voorbeelden bij de kernbegrippen
Les 7: Leerlingbespreking
VERPLICHTE VOORBEREIDING
Bereid een leerlingbespreking voor. Dit doe je door het kwadrant model in te vullen aan de hand van de gegevens van jouw casusleerling.
Lezen: *Horeweg H2, H3, H17
Internetbron ’Kwadrantmodel’ via https://www.mentorplus.nl/kwadrantmodel-4- vakjes
H6.3 t/m H6.5 van het boek: De Wilde, J., Theunissen, M. & Van der Wal, J. (2021). Identiteitsontwikkeling en Leerlingbegeleiding
TIP bij het lezen. Schrijf in steekwoorden op wat het lezen van de hoofdstukken jou als docent heeft opgeleverd in relatie tot deze specifieke (zorg) leerling.
Wat beviel je wel en wat niet in deze les?