Niet altijd een lijdend voorwerp
Niet in elke zin zit een lijdend voorwerp.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je te maken hebt met een naamwoordelijk gezegde.
Kijk maar:
Joery en Denise zijn erg aardig.
Als we op zoek gaan naar het lijdend voorwerp, zien we dit:
De persoonsvorm is ‘was’. Het werkwoordelijk deel van het gezegde is ‘zijn’.
Het werkwoord ‘zijn’ is één van de negen koppelwerkwoorden.
Dat betekent dat we in deze zin niet op zoek moeten naar een lijdend voorwerp, maar naar het naamwoordelijk deel van het gezegde. In deze zin zit dus geen lijdend voorwerp, ook al krijg je wel een antwoord op de vraag: ‘wie/wat zijn?’