Thema 1: Organen en cellen; 1.1. organismen (basis leerjaar 3; 3-9-2026).

1 / 49
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2,4,5,6

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Agenda voor vandaag

  1. Basisregels                                    
  2. Kennismakingsronde
  3. Praktische info (afspraken, lestijden, schoolspullen enz)
  4. Starten met de lesstof 1.1. 
  5. Opdrachten maken
  6. les afsluiten

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

             Wie ben ik?
  • Mijn naam:
  • Hobby's: lezen, yoga, wandelen, zwemmen  en reizen!! 

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            Wie zijn jullie?
  • Noem je naam!!
  • Vertel een leuk feitje over jezelf !! (hobby/sport/lievelingseten/lievelingsdier/lievelingsplant)!!


timer
3:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon thuis of in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 5 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de deur, noemt hen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent maakt expliciet wat startklaar betekent: telefoons zijn thuis of in de kluis, leerlingen zijn ingelogd in LessonUp en hun schoolspullen liggen klaar op tafel. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit door succescriteria voor gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren expliciet te maken.
Afspraken
  • Telefoon THUIS of in de KLUIS.
  • Je hebt je lesmateriaal en je schoolpas bij je. 
  • Je komt rustig je lokaal binnen en bent startklaar.
  • Ben je te laat? Meld je bij de balie en ga je zitten in de aula
  • Petten, mutsen, hoedjes en jassen uit, je tas op de grond.
  • We zijn rustig op de gangen.
  • WC bezoek alleen tijdens de leswissel.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode #
  • Thema:
  • Benodigde lesmaterialen:
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Type hier in Schulbuch
...



...
...
...
...
...

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Afspraken
Je telefoon is
in je zakkie
jas over de stoel
koptelefoon weg
Schoolspullen
J

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1
  • Thema 1
  • Benodigde lesmaterialen:  Boek biologie voor Jou (BvJ); Map, laptop en schrijfbenodigheden.
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Thema 1:
Bassistof 1.1.1  en 1.2
Thema 1:
Basisstof 1.3.1,
 1.3.2 en 1.4.1
Thema 1:
Basisstof 1.5.1en 1.5.2 en 1.6.1
Thema  3
Basisstof 3.1 t/m 3.3 en
3.2.1 t/m 3.2.4
Thema 3
Basisstof 3.3.1 
3.4.1, 3.4.2, 3.5.1, 3.5.2, 3.5.3 en 3.5.4.

Thema 3:
Basisstof 3.6
Herftvak.
Thema 4:
Basisstof4.1.1, 4.1.2, 4.2.1. en
4.2.2.


Thema 4
4.3.1, 4.3.2, 4.4.3, 4.3.4, 4.4.1, 4.4.2
thema 4
4.5.1 en
4.5.2
Herha
ling
Her-
haling

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

JdW-klimwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ga op je laptop naar 
lessonup.app

Vul de code (linksonder in beeld) van deze lessonUp in. Vul je naam in en doe mee!

AAN DE SLAG

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Titel van de les: Organen en cellen

Subtitel: 1.1. Organismen.          1.2. De bouw van een organisme

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
1.1.1 Ik kan uitleggen wat een organisme is (R).
1.1.2 Ik kan negen levenskenmerken van organismen noemen (R).

1.1.3 Ik kan onderscheiden of iets levend, dood of levenloos is (R).

Slide 15 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Wat zijn organismen?

Slide 16 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Organismen
  • Biologen noemen alle levende wezens organismen. 
  • Dieren (jij en ik), bacteriën, schimmels, planten zijn ook organismen. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Levenskenmerken?

Slide 18 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Er zijn 9 levenskenmerken!!





(Stofwisseling: stoffen  in je lichaam worden omgezet in andere stoffen) .
•   *(1) Groei; hierbij kan ook (2) ontwikkeling plaatsvinden.
     *(3) Reageren op prikkels, bijvoorbeeld door beweging.(4).
     *(5) Voortplanting;
     * (6) Stofwisseling:  hierbij horen: 
      (7) voeding, 
      (8) ademhaling en 
       (9) uitscheiding van afvalstoffen.
.


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

U             Extra  uitleg

Voeden:
  • Organismen nemen voedingsstoffen op om in leven te blijven.
Ademhalen:
  • Voor het omzetten van voedingsstoffen is zuurstof nodig.
  • Bij de ademhaling wordt zuurstof opgenomen en koolstofdioxide (CO₂) afgegeven.
Stofwisseling:
  • Alle omzettingen van stoffen in het lichaam.
  • Hierbij ontstaan ook afvalstoffen.
Uitscheiden:
• Afvalstoffen verlaten het lichaam.
  • De longen scheiden koolstofdioxide uit.
  • De nieren scheiden afvalstoffen uit via urine.

Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


    Levenskenmerken die zorgen voor
    verbranding in ons lichaam

Slide 22 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
                       Verbranding 
Verbranding:
  • Een reactie van een brandstof  (zoals kaarsvet) met zuurstof. 
  • Brandstof: een stof die branden.
  • ontstaan nieuwe stoffen: koolstofdioxide (CO₂) en water (H₂O).
  • Ook komt energie vrij: in de vorm van warmte en licht !!!





Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeeld van  brandstof
Hout en  papier (gemaakt van houtvezels cellulose): kunnen goed verbranden.







Benzine
Glucose uit voedsel

Slide 24 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
                   Formule van verbranding 


Brandstof + zuurstof --->     koolstofdioxide  +  water +  energie




Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Verbranding bij organismen
1. Vindt er in organismen ook
   verbranding plaats?
3. Op welk moment van de dag vindt verbranding in
    het lichaam plaats?
2. Waarom is verbranding in     
   organismen nodig?

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
                  Verbranding bij organismen
1. Verbranding in jouw lichaam:
*Brandstof  + zuurstof --->    water + koolstofdioxide    +   energie

Glucose: uit voedsel (eten)!!!!
                 


2. Verbranding: in alle cellen van een organisme (dag en nacht)!




Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Groei
Alle organismen groeien. 
Dat betekent dat ze groter en zwaarder worden. 
Ontwikkeling
veranderingen in de bouw van een organisme

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

      Levend
        Dood


            


 Levenloos : Iets dat nooit levenskenmerken heeft gehad (lucht, water, steen)

Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Terugkijken 
op de leerdoelen
1.1.1 Ik kan uitleggen wat een organisme is (R).
1.1.2 Ik kan negen levenskenmerken van organismen noemen (R).
1.1.3 Ik kan onderscheiden (het verschil zien) of iets levend, dood of levenloos is (T1).

Slide 30 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Enkele processen bij de mens zijn groeien, ademhalen en ontwikkelen.
Welke van de processen zijn levenskenmerken?
A
Alleen ademhalen en groeien.
B
Alleen groeien.
C
Alleen groeien en ontwikkelen.
D
Zowel groeien, ademhalen als ontwikkelen.

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions


Is een blad dat van een boom is gevallen:
levend, dood of levenloos?

Slide 32 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Slide 33 - Video

This item has no instructions

           Begrippen uit deze les
           
  • Organisme: een levend wezen.
  • Organisme: bacteriën, schimmels, planten en dieren!
  • Levenskenmerken → eigenschappen die laten zien dat iets leeft.
  • Negen levenskenmerken: groei en ontwikkeling, reageren op prikkels, stofwisseling; hierbij horen voeding, ademhaling en uitscheiding van afvalstoffen en voortplanting.
  • Levend.
  • Dood 
  • Levenloos 

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

           Aan de slag
Geen vragen, start met de volgende opdrachten:
 Basisstof 1 opgave:  1, 2, 3, 4, 7 en 8!
Met wie: in tweetallen
Tijd: 20 min.
Hulp: vraag aan de docent                                   Klaar: ga door met de flitskaarten!

Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 35 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
              Antwoorden basisstof 1.1
1. a. Een ander woord voor levend wezen is: organisme.

1.b. Geef drie voorbeelden van organismen of groepen organismen:
Voorbeelden: mensen, bacteriën, schimmels, planten, dieren (honden, koeien  en haaien).

Slide 36 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


              Antwoorden basisstof  1.1
2a. Wat zijn de negen levenskenmerken?
1 groei
2 ontwikkeling
3 reageren op prikkels
4 beweging
5 stofwisseling
6 voeding
7 ademhaling
8 uitscheiding
9 voortplanting

2b. Een dier heeft zich ontwikkeld als de bouw van het dier is veranderd.
 2b voorbeeld: een pasgeboren katje heeft
bijvoorbeeld nog geen tanden. Als later de tandjes doorkomen, verandert de
bouw van het dier.

2c. Een dier kan reageren op prikkels door te bewegen of een hond die gaat kwijlen als hij voedsel ruikt.

2d. Groei en ontwikkeling.
Kiemend zaadje: een zaadje begint te groeien tot een nieuw plantje (zie blz. 9).

Slide 37 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


              Antwoorden basisstof  1.1
3a. Stofwisseling:
het omzetten van stoffen  in andere stoffen in je lichaam!! 
1.voeding
2.ademhaling
3.uitscheiding

3b. Stofwisseling is een levenskenmerk, omdat je daaraan kunt merken dat een organisme leeft. Als een organisme stofwisseling heeft, maakt het energie vrij.
Zonder energie kan een organisme niet groeien, bewegen of herstellen.




3c. Uitscheiding.

3d. Ademhaling.


3e. Ja, net als mensen ( dieren) moeten planten energie hebben om te groeien, stoffen te vervoeren en cellen te vernieuwen.
Die energie krijgen ze door verbranding van glucose. Voor verbranding gebruiken zij zuurstof.

Slide 38 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


              Antwoorden basisisstof1.1
4a. Als iets nooit levenskenmerken heeft gehad, dan heet het levenloos.
4b. Het leven van elk organisme eindigt met de dood van dat organisme.
4c. organisme is dood als het organisme geen levenskenmerken meer heeft
4d. Een boom is levend, omdat een boom levenskenmerken heeft.
 4e. Een kiezelsteen is levenloos, want de kiezelsteen heeft nooit levenskenmerken gehad.
4f. Koemelk is levenloos, want melk heeft nooit levenskenmerken gehad.









Slide 39 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


              Antwoorden basisisstof1.1
7a.







Levenloze dingen zijn belangrijk voor organismen.
 Zonder lucht en water kun je niet leven.

Slide 40 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


              Antwoorden basisisstof1.1
8a.

Slide 41 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Hoe heb je les ervaren?
-210

Slide 42 - Poll

This item has no instructions

           Afsluiting
Volgende les: opdrachten afmaken  en basisstof 1.2 voorbereiden!!
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 43 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

LET OP!
  • Groei en ontwikkeling betekenen niet hetzelfde!
  • Dit is een misconcept: het lijkt alsof de begrippen hetzelfde betekenen, maar er is wel degelijk een verschil.

Slide 45 - Slide

This item has no instructions


De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 46 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 47 - Open question

This item has no instructions


De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 48 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 49 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.