This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
Toonhoogte
Slide 1 - Slide
Toonhoogte
Wordt bepaald door de frequentie. Je hebt hoge tonen en lage tonen
Slide 2 - Slide
Frequentie
Het aantal trillingen in 1 seconde
Bepaalt of geluid een hoge of een lage toon heeft.
Slide 3 - Slide
welke snaar klinkt hoger
een dikke snaar of een dunne snaar?
een lange snaar of een korte snaar?
een strakke naar of een slappe snaar?
Slide 4 - Slide
welke snaar klinkt hoger
een dikke snaar of een dunne snaar?
een lange snaar of een korte snaar?
een strakke naar of een slappe snaar?
Slide 5 - Slide
Frequentie aanpassen bij snaarinstrumenten
De toon wordt hoger als:
De snaar een grotere spanning heeft
De snaar een dunne doorsnede heeft
De snaar een korte lengte heeft
Slide 6 - Slide
Frequentie
Het aantal trillingen in 1 seconde
Bepaalt of geluid een hoge of een lage toon heeft.
Slide 7 - Slide
Frequentie aanpassen bij snaarinstrumenten
De toon wordt lager als: De snaar een kleinere spanning heeft De snaar een dikkere doorsnede heeft De snaar een langere lengte heeft
Slide 8 - Slide
Je ziet in de afbeelding dat in dezelfde tijd er meer paarse golven zijn (2,5 trillingen) dan rode golven (1,5 trillingen). De paarse lijnen geven dus een hogere toon aan.
hoe groter de frequentie, des te hoger de toon is
Slide 9 - Slide
Trillingstijd
De tijd die nodig is voor één complete trilling
Slide 10 - Slide
Trillingstijd
Wordt vaak gegeven in milliseconde. Dit werkt dan weer hetzelfde als bij het rijtje dat we in het begin oefenden.