Waarom opfrissen?
Een vreemde taal leren eist herhaling.
In taaldidaktiek praten over "spaced repetition":
je leert iets eerst, daarna laat je het even "rusten" en na een tijd herhaal je het weer. Het doel: Bestaande taalkennis versterken die in de langetermijngeheugen wordt opgeslagen
Waarom opfrissen?
Een vreemde taal leren eist herhaling.
In taaldidaktiek praten over "spaced repetition":
je leert iets eerst, daarna laat je het even "rusten" en na een tijd herhaal je het weer. Het doel: Bestaande taalkennis versterken die in de langetermijngeheugen wordt opgeslagen
¿Qué hacemos hoy?
Vandaag gaan we de werkwoorden ar, er, ir, opfrissen met als doel:
Bestaande woordenschat en grammaticakennis versterken.
Een goede basis hebben om de werkwoorden ER en IR onder de knie te krijgen.
Onze kennis toepassen in het gebied van gespreksvaardigheid.
Noem drie werkwoorden die op AR eindigen (zie blz. 4)
Noem drie werkwoorden die op ER, IR eindigen (zie blz. 4)
Hoe vind je de stam van een werkwoord in het Spaans?
Drag and Drop
Yo
Tú
Él, ella, usted
Nosotros
Vosotros
Ustedes
Ellos
Drag and Drop
Yo
Tú
Él, ella, usted
Nosotros
Vosotros
Ustedes
Ellos
Drag and Drop
viajar
hablar
caminar
comprar
Drag and Drop
trabajar
pagar
escuchar
estudiar
Drag and Drop
ver
comer
vivir
beber
Grammatica is ook gespreksvaardigheid.
We denken vaak aan de grammatica als iets abstracts die moeilijk en lastig is om te leren. Maar dat hoeft niet te zijn. We kunnen de grammatica "draaien" en deze gebruiken met communicatieve doelen.
Oefenen met gesloten vragen
Een gesloten vraag is een vraag waarop de ander alleen kan antwoorden met bepaalde antwoordmogelijkheden, vaak zijn deze antwoorden ‘ja’ of ‘nee’.
¿Hablas español?
Sí, hablo español un poco.
Oefenen met gesloten vragen
Je begint altijd je vraag met
een vervoegd werkwoord + wat je wil vragen:
"¿Hablas... (español, inglés, alemán, etc)?
¿Trabajas... (en un supermercado, aquí, etc)?
¿Escuchas.... (música, la radio, podcasts, etc)?
Voorbeeld antwoord:
Sí, yo compro vino en el supermercado
Voorbeeld vraag
¿Tú compras vino en el supermercado?
Geef antwoord in het Spaans ¿Tú hablas inglés?
Geef antwoord in het Spaans ¿Escuchas música electrónica?
Geef antwoord in het Spaans: ¿Bebes café con leche?
Geef antwoord in het Spaans: (met de persoonsvorm van nosotros) ¿En tu casa, hablan holandés?
Geef antwoord in het Spaans ¿Tú comes muchas verduras?
Vertaal: Kijk je naar horror films? Nee, ik vind ze niet leuk
Vertaal: Drink je bier of wijn? Ik drink geen alcohol.
Vertaal: Werk je in de stad? Ja, ik werk in een restaurant in het centrum
Vertaal: Woon je in een dorp? Nee, ik woon in de stad
Vertaal: Koop je boeken? Nee, ik hou niet van lezen
Vertaal: Eet je vlees? Ja, ik eet veel vlees. Ik vind het lekker.