Lichamelijke ontwikkeling 1
Les 2
Lichamelijke ontwikkeling 1
Les 2
This item has no instructions
Programma
Boek: Mensen, Thema 3 Lichamelijke ontwikkeling, bladzijde 71
De begrippen anatomie en fysiologie
De cel
Het skelet en de spieren
De bloedsomloop
This item has no instructions
Waarom is het belangrijk dat jij kennis hebt van de bouw en de werking van het menselijk lichaam?
als maatschappelijk zorgverlener heb je basiskennis nodig van het menselijk lichaam
Hoe lang is het geleden dat de eerste arts overledenen open ging snijden om te kijken hoe het menselijk lichaam er van binnen uitziet?
1000 jaar
100 jaar
500 jaar
30 jaar
This item has no instructions
Antwoord
500 jaar!
Dit was een Belgische arts die dit 500 jaar geleden voor het eerst deed.
Dit is eigenlijk nog vrij recent.
Deze kennis is razendsnel ontwikkeld en nog weten we nog lang niet alles over het lichaam (denk aan de hersenen). Nog niet zo heel lang geleden stierven er nog veel vrouwen in het kraambed door koorts. Pas later kwam een arts er achter dat dit kwam doordat artsen hun handen niet wassen en de kraamvrouwen door een bacterie uiteindelijk stierven.
Een arts die lichamen open snijdt noem je patholoog-anatoom
Schilderij: de anatomische les van dr Nicolaes Tulp van Rembrandt
Anatomie en Fysiologie
Anatomie: De leer van organen en andere inwendige lichaamsdelen en de manier waarop die met elkaar verbonden zijn (bouw).
Fysiologie: De wetenschap die zich bezighoudt met de werking van levende onderdelen (organismen) van het lichaam (functie). Fysiologie is in te delen in deelgebieden b.v:
Celfysiologie
Bewegingsfysiologie
Zintuigfysiologie
Celfysiologie: werking van de cellen
Bewegingsfysiologie: spieren en bewegen
Zintuigfysiologie: de werking van de zintuigen
De cel
Is het kleinste levende deeltje van de mens.
Cellen vermenigvuldigen zich door zichzelf in tweeën te delen (stamcel).
Cellen sterven na verloop van tijd en worden vervangen door nieuwe.
Als je ouder wordt gaat de celdeling langzamer.
Het leven begint met 2 cellen: een zaadvcel en een eicel. Daarna vermenigvuldigen de cellen zicht in hoog tempo en ontstaat het menselijk lichaam.
Als je ouder wordt worden afgestorven cellen minder vaak vervangen door nieuwe (verouderingsproces van het menselijk lichaam).
We hebben vele verschillende soorten cellen. Denk aan zenuwcellen in de hersenen, bloedcellen, kraakbeencellen enz.
Ons lichaam bestaat uit biljarden cellen. Hoe verschillend deze cellen ook zijn, ze vertonen ook een aantal dezelfde eigenschappen.
PROTOPLASMA. In dit geleiachtige vocht drijven kleine structuren (organellen) die een bepaalde taak hebben. In dit geleiachtige vocht zijn ook stoffen zoals eiwitten, suikers, vetten en zouten opgelost.
CELKERN: iedere cel heeft maar 1 celkern. De celkern stuurt alle stofwisselingsactiviteiten in de cel aan. Zo kan de cel zijn functie uitoefenen.
Vraag 5 antwoordenvel:
Zonder celkern kan de cel niet lang in leven blijven.
De cel kern is omgeven door een dun vliesje: KERNMEMBRAAN en in dit vliesje zit KERNPLASMA.
In het kernplasma zitten kernlichaampjes welke ERFELIJKE INFORMATIE bevatten.
Stamcellen maken nieuwe cellen aan.
Bestaan botten uit dood of levend materiaal?
dood materiaal
levend materiaal
ANTWOORD VRAAG: levend materiaal. We associëren bot vaak met dood materiaal. Bot bestaat uit cellen en cellen zijn levende deeltjes.
Het skelet
Ruim 200 botten
Buitenkant van bot is hard: de cellen zitten daar dicht op elkaar.
Binnenkant zitten kleine holtes waarin beenmerg zit.
Bij bewegende delen (b.v knie, heup) zit kraakbeen tussen het bot.
BEENMERG: rood beenmerg vormt bloedcellen.
KRAAKBEEN: bevindt zich tussen de bewegende onderdelen zoals de knie en de heup. Het is zachter dan het bot zelf en zorgt ervoor dat de botten zich soepel kunnen bewegen ten opzichte van elkaar
BOTVLIES voorziet het bot van bloed.
Wat zijn de verschillende functies van het skelet?
This item has no instructions
Het skelet
Functie van het skelet:
Geeft stevigheid aan het lichaam
Beschermt kwetsbare organen
Maakt bloedcellen aan in het beenmerg
Maakt (samen met spieren) beweging mogelijk
BESCHERMEN: b.v schedel die de hersenen beschermt. Ribbenkast en schouderbladen beschermen het hart, longen, lever en maag. Wervelkolom beschermt zenuwverbindingen van de hersenen met de rest van het lichaam. Bekken beschermt de blaas en de inwendige geslachtsorganen.
SKELET bestaat uit:
-Hoofd met schedel
-Romp: schouders, ribbenkast, wervelkolom en bekken
-Ledematen: armen en benen
Spieren
2 hoofdgroepen spieren:
Willekeurige spieren: kun je zelf beïnvloeden
Onwillekeurige spieren: kun je zelf niet beïnvloeden
Alle spieren zijn verbonden met het zenuwstelsel. Er is een prikkel in de hersenen nodig om spieren te bewegen.
WILLEKEURIGE SPIEREN: bijv armspieren
ONWILLEKEURIGE SPIEREN: bijv. Darmspieren. Denk ook aan spieren die bij je ademhaling je borstkas en buik op en neer laten gaan.
Wat zijn de verschillende functies van de spieren?
This item has no instructions
Spieren
Functie spieren:
Stevigheid bieden
Beweging mogelijk maken
Bescherming bieden
Transport verzorgen
Er is nog een onderscheid:
BUIGSPIEREN: biceps
STREKSPIEREN: triceps
BESCHERMING: Sommige spieren hebben meerdere functies tegelijk. B.v buikspieren bieden bescherming voor de darmenen maken beweging van buik mogelijk bij ademhaling.
STEVIGHEID: veel ruimtes tussen de huid en het skelet en tussen organen worden opgevuld door spieren. Als er b.v geen spieren zouden zitten tussen je huid en je botten dan zou je huid er maar slap bijhangen. Dit zie je bij oudere mensen die minder sterke spieren hebben.
TRANSPORT: onwillekeurige spieren van de darmen verzorgen transport. Door samen te trekken wordt voedsel door de darmen vervoert. Dit noemen we peristaltiek.
De bloedsomloop
Bestaat uit:
Bloed
Hart
Bloedvaten
Lymfatisch stelsel
BLOED: zuurstof en voedingsstoffen vervoeren naar de organen, cellen en weefsels en afvalstoffen mee terug nemen.
Bloed bestaat uit BLOEDPLASMA en BLOEDCELLEN:
BLOEDPLASMA bestaat uit ongeveer 90 procent water. Bevat voedingsstoffen (zoals glucose, vetzuren, vitaminen), hormonen en plasma-eiwitten (zorgen voor de uitwisseling van stoffen, bloedstolling en hebben afweerfunctie).
BLOEDCELLEN: rode, witte, bloedplaatjes.
Sleepvraag
rode bloedcellen
witte bloedcellen
bloedplaatjes
hebben belangrijke rol bij de afweer van virussen en bacteriën
rol bij de bloedstolling
vervoeren zuurstof
maken een korstje
Rode bloedcellen bevatten hemoglobine. Hb zorgt er voor dat zuurstof zich aan de rode bloedcellen kan binden. Bij het afbreken van rode bloedcellen in de lever komt ijzer vrij dat wordt opgeslagen. Ook komt er bilirubine vrij: een geelachtige galkleurstof vrij. Deze wordt uiteindelijk bruin en aan de ontslasting toegevoegd om zo het lichaam te verlaten.
Witte bloedcellen: hebben een belangrijke rol bij de afweer tegen schadelijke virussen en bacterien. Als je een infectie hebt kun je dit in bloedonderzoek terug zien door een verhoogd aantal witte bloedcellen.
Bloedplaatjes: rol bij bloedstolling. Maken een korstje. (ook een rol bij het afweersysteem)
Het hart
Motor van het lichaam.
Pompt 5 liter bloed door het lichaam.
Linker en rechter helft met elk 2 holle ruimtes.
Onderste holle ader: zuurstofarm bloed vanuit de benen
Bovenste holle ader: zuurstofarm bloed vanuit de armen en hoofd
Hoeveel liter bloed pompt het hart door je lichaam
7
10
5
3
This item has no instructions
De bloedsomloop
This item has no instructions
De bloedsomloop
Bloedvaten
Hartkleppen: voorkomen dat het bloed terug stroomt.
Slagaders
Aders
Haarvaten
Bloedvaten vertakken zich: hoe verder van het hart verwijderd, hoe kleiner de vaten. Er zijn drie soorten bloedvaten:
slagaders
aders
haarvaten.
Slagaders (arteriën) zijn bloedvaten die het bloed van het hart af transporteren. Het hart pompt met flinke kracht. Daarom hebben slagaders een dikke wand om te voorkomen dat ze uit elkaar springen. De wand van slagaders is elastisch en maakt samentrekkende bewegingen om het bloed beter te laten stromen. Dit is het kloppen dat je kunt voelen, onder andere bij de pols en in de hals. De belangrijkste en grootste slagader is de aorta. Deze loopt direct van het hart, in het midden van het lichaam, naar beneden. Onderweg vertakt de aorta zich in kleinere slagaders naar armen, benen en organen.
Aders (venen) zijn vaten waardoor het bloed weer terug naar het hart stroomt. Dat gebeurt met minder kracht dan bij de slagaders. De wanden van aders zijn daarom dunner. Ook bevat een ader kleppen om te voorkomen dat het bloed terugstroomt. De wanden van aders maken geen samentrekkende bewegingen. Je kunt aders dus niet voelen kloppen.
Haarvaten (capilairen) zijn de kleinste vertakkingen van slagaders en aders. Haarvaten hebben een dunne wand. Ze hebben geen kleppen en kloppen niet. Als je de richting van de bloedsomloop volgt, vertakken slagaders zich vanaf het hart steeds kleiner tot uiteindelijk heel veel haarvaten. Na de uitwisseling van stoffen stroomt het bloed terug naar het hart. Dit gebeurt in een stelsel van haarvaten van slagaders, die aansluiten op de haarvaten van aders. Vervolgens gaan de haarvaten over in aders die tot het hart steeds dikker worden.
De bloedsomloop
Het lymfatisch stelsel
Een stelsel van vaten dat over het hele lichaam is verspreidt. Lymfevaten vervoeren lymfevocht, ook wel weefselvocht genoemd. Waar deze vaten bij elkaar komen spreken we van Lymfeklieren: Dit zijn filters. Ze maken schadelijke, ziekteverwekkende stoffen onschadelijk
Milt: In de milt beïnvloeden chemische processen de samenstelling van het bloed en het lymfevocht. Het is ook een bloedreservoir.
Milt kan gezien worden als lymfeklier van het bloed. Zonder milt kun je ook functioneren, je bent alleen iets minder bestand tegen bepaalde ziekten zoals de meningokok. De milt speelt ook een belangrijke rol voor het herstel na een hartaanval.
Opdrachten
Bloedsomloop Organenquiz (anatomie-online.nl)
This item has no instructions
Opdracht
Casus Jackson
Open het digitale boek Mensen.
Ga naar hoofdstuk 3 Lichamelijke ontwikkeling.
Open opdracht 15 bladzijde 88 Kritische beroepssituatie.
This item has no instructions