Complimenten geven

1. Kies het goede woord

  1. Ik ___ naar school.
    a) ga
    b) gaat
    c) gaan

  2. Jij ___ Nederlands.
    a) leren
    b) leert
    c) leer

  3. Hij ___ water.
    a) drink
    b) drinkt
    c) drinken

  4. las.
    a) zitten
    b) zit
    c) zitte

  5. Zij ___ een boek.
    a) lees
    b) leest
    c) lezen

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2ISK

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

1. Kies het goede woord

  1. Ik ___ naar school.
    a) ga
    b) gaat
    c) gaan

  2. Jij ___ Nederlands.
    a) leren
    b) leert
    c) leer

  3. Hij ___ water.
    a) drink
    b) drinkt
    c) drinken

  4. las.
    a) zitten
    b) zit
    c) zitte

  5. Zij ___ een boek.
    a) lees
    b) leest
    c) lezen

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

Complimenten geven


Complimenten geven

讚揚 (pinyin: zàn yáng)/ Elogiar


Iets aardigs zeggen tegen iemand. Je maakt zo iemand blij.



Lesdoel:

  1. Ik weet wat een compliment is.

  2. Ik kan een aardige zin zeggen.

  3. Ik kan een compliment krijgen en “dank je wel” zeggen.

Complimenten Geven

Iets aardigs zeggen tegen iemand.


  1. Goed gedaan!

  2. Mooie tekening!

  3. Goed gewerkt!

  4. Jij bent aardig.

Wat is een compliment?

En hoe geef je er één?


Een compliment geven:


  • 'Je hebt ...' -Tú tienes.. - 你有……
    'Je kunt ...' -Tu puedes.. - 你可以……
    'Je bent ...' -Tu eres.. - 你是……

  • Antwoord: Dankje wel

  • Waar geef je complimenten over?

  • ¿Sobre qué das cumplidos?

  • 你會因為什麼給別人稱讚?

Voorbeelden van Complimentjes ...


Jij hebt veel geduld.

Voorbeelden van Complimentjes ...


Jij bent vriendelijk.



Voorbeelden van Complimentjes ...


Jij bent heel slim.



Voorbeelden van Complimentjes ...


Jij kan goed zingen



Voorbeelden van Complimentjes ...


Jij kan mooi tekenen.





Complimenten bingo

Complimenten Puzzel

Jij bent - mooi

Jij bent mooi

Geef antwoord op de onderstaande zinnen


1. Je hebt ........

2. Je kunt.........

3. Je bent........

Jij bent

A

tekent goed

B

heel stout

C

heel slim

D

goed gedrag

Jij kan

A

vriendelijk

B

mooi

C

mooi dansen

D

mooi tekenen

Jij hebt

A

heel aandachtig

B

veel geduld

C

mooie haar

D

veel geld

Jij bent

A

Vriendelijk

B

stout

C

mooi

D

goed tekenen

Jij kan

A

goed zingen

B

slim

C

lopen

D

vriendelijk

Hoe vond je de les?


Wat is een compliment?

A

Iets aardig dat je zegt om iemand blij te maken.

B

Iets gek dat je zegt om iemand blij te maken.

C

Iets slecht dat je zegt om iemand blij te maken

D

Iets aardig dat je zegt om iemand boos te maken.