Een leerling probeert een zware steen van 300 N omhoog te wippen met een lange balk. Hij gebruikt een balk van 2,4 meter lang en legt het draaipunt (steunpunt) op 0,4 meter afstand van de steen.
a) Bereken de arm van de kracht die de leerling uitoefent.
b) Hoeveel kracht moet de leerling minimaal uitoefenen om de steen omhoog te krijgen?