wk 16

Deze les maak je op donderdag 16 april

slide 1 t/m 7
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Deze les maak je op donderdag 16 april

slide 1 t/m 7

Slide 1 - Slide

Vorige les heb je...
...een aantal vragen beantwoord over deel 4.

Slide 2 - Slide

Deze les ga je...
...de theorie van vertelperspectief toepassen.

Slide 3 - Slide

Hoe wordt het verhaal verteld?

Een perspectief geeft aan hoe een verhaal wordt verteld.

We kunnen vier soorten perspectieven onderscheiden:

- Ik-perspectief: vanuit de ik-persoon (in het hoofd)

- Personaal perspectief: vanuit de hij/zij-persoon (in het hoofd)

- Auctoriaal (alwetend) perspectief: helikopterview (de schrijver weet alles van iedereen en levert soms ook commentaar)

- Wisselend perspectief: er wordt afgewisseld tussen de verschillende perspectieven. Er wordt bijvoorbeeld afgewisseld tussen twee hoofdpersonages die elk hoofdstuk vanuit hun eigen ik-perspectief de gebeurtenissen beschrijven.


Slide 4 - Slide

Vertelperspectief: opdracht
Aan het einde van deel 3 wordt Saskia de auto van Lemorne in gelokt en meegenomen. Als lezer weet je niet hoe Saskia de ontvoering heeft ervaren, dat heeft Krabbé niet opgeschreven. Dat ga jij nu doen!

Opdracht:
Beschrijf de gebeurtenissen - (ongeveer) vanaf de ontmoeting met Lemorne t/m de ontdekking wat er met haar gebeurd is - vanuit Sakia's perspectief. Schrijf je fragment op de volgende slide.

Slide 5 - Slide

Beschrijf de gebeurtenissen - vanaf de ontmoeting met Lemorne t/m de ontdekking wat er met haar gebeurd is - vanuit Sakia's perspectief.

Slide 6 - Open question

Einde van deze les

Slide 7 - Slide

Deze les maak je op vrijdag 17 april

slide 8 t/m 33

Slide 8 - Slide

Het Gouden Ei - Tim Krabbé

Slide 9 - Slide

Quizvragen
Maak de quizvragen over het boek. Hiervoor moet je het boek wel al helemaal gelezen hebben. Nog niet gelezen? Lees het boek eerst uit en maak daarna de vragen.

Slide 10 - Slide

1. Wie zijn Rex en Saskia?
A
Broer en zus
B
Een koppel
C
Vijanden
D
Bejaarden

Slide 11 - Quiz

2.Waar ging Saskia iets te drinken halen?
A
Een tankstation
B
De supermarkt
C
De koelkast
D
De Albert Heijn

Slide 12 - Quiz

Wat is vakantiebestemming van Rex en Saskia?
A
Hyères
B
Marina di Camerota
C
Londen
D
Ze gingen niet op vakantie

Slide 13 - Quiz

4. Aan welk benzinestation stoppen Rex en Saskia?
A
Total-Relais de Servotte
B
Venoy-Grosse-Pierre
C
Nuits St. Georges
D
Ze stoppen helemaal niet, ze rijden door.

Slide 14 - Quiz

5. Welk vertelperspectief wordt gebruikt in Het gouden ei?
A
Alwetende verteller
B
Ik-vertelperspectief
C
Hij/zij-vertelperspectief
D
Auctoriale verteller

Slide 15 - Quiz

6. Hoe heet de ontvoerder van Saskia?
A
Raymond Ehlvest
B
Raymond Lemorne
C
Raymond Hofman
D
Raymond van Barneveld

Slide 16 - Quiz

7. Wat is het beroep van Raymond?
A
dokter
B
leraar scheikunde
C
leraar fysica
D
leraar biologie

Slide 17 - Quiz

8. Hoeveel dochters heeft Raymond?
A
2
B
3
C
1
D
geen

Slide 18 - Quiz

9. Wordt het verhaal chronologisch verteld?
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quiz

10. Wie is Lieneke?
A
Rex' zus
B
Rex' nieuwe vriendin
C
Rex' moeder
D
Rex' buurmeisje

Slide 20 - Quiz

11. Waar gaat Rex op vakantie samen met Lieneke?
A
Côte d’Or
B
Marina di Camerota
C
Londen
D
Hyères

Slide 21 - Quiz

12. Wat is GEEN thema in Het gouden ei?
A
De kracht van liefde
B
Claustrofobie
C
Dood
D
Vriendschap

Slide 22 - Quiz

13. Welke spel spelen Lieneke en Rex op het grasveldje?
A
Badminton
B
Volleybal
C
Voetbal
D
hockey

Slide 23 - Quiz

14. Door wie werd zinnetje “Rex, ik vind je lief” geschreven op motorkap?
A
Saskia
B
Sandra
C
Lieneke
D
Raymond

Slide 24 - Quiz

15. Wat deed Lemorne met Rex en Saskia?
A
Doden
B
Levend begraven
C
Verkrachten
D
Bestraffen

Slide 25 - Quiz

16. Waarover gaat Saskia's en Rex' nachtmerrie?
A
Een moordenaar
B
Een gouden ei dat zweeft in een oneindig heelal
C
Een vork
D
Een Franse clown

Slide 26 - Quiz

17. Waar zat het slaapmiddel voor Rex in?
A
In een ijsje
B
In koffie
C
In thee
D
In een smoothie

Slide 27 - Quiz

18. Waarom wil Raymond een misdaad plegen?
A
Hij is gestoord
B
Hij werd verplicht
C
Hij vindt dat leuk
D
Hij wil in de gevangenis terechtkomen

Slide 28 - Quiz

19. Als 16-jarige springt Raymond Lemorne van een balkon omdat hij..
A
gevolgen van de zwaartekracht wil ervaren.
B
denkt dat hij kan vliegen
C
mogelijkheid van een sprong wil aantonen.
D
depressief is door problemen op school.

Slide 29 - Quiz

20. Lemorne verricht een heldendaad door..
A
een meisje te redden.
B
een inbreker te vangen.
C
een hond uit het water te halen.
D
agressieve vader bij zijn moeder weg te houden.

Slide 30 - Quiz

21. De wijze waarop Lemorne zijn gruweldaad voorbereidt, is te bestempelen als..

A
amateuristisch
B
uitgebreid en nauwkeurig
C
slordig
D
twijfelend

Slide 31 - Quiz

22. Waarom besluit Raymond Lemorne om Rex Hofman op te zoeken?

A
Raymond heeft medelijden met Rex.
B
heeft een advertentie geplaatst in de krant.
C
heeft een oproep gedaan op televisie.
D
geheim niet langer voor zich houden.

Slide 32 - Quiz

Slide 33 - Slide

Einde van deze les

Slide 34 - Slide