2.2 Reactievergelijkingen

H2.2 reactievergelijkingen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

H2.2 reactievergelijkingen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen?

  • Kijken hoe je een reactieschema kunt opstellen.
  • Kijken hoe je hiervan een reactievergelijking kunt maken.
Hoe gaan we dit doen?
  • Uitleg docent
  • Zelf oefenen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Weet je nog?
Index: Kleine getalletje in de molecuulformule -> 2 in SO
Atomen zijn alleen, behalve sommige atomen, die zijn altijd met z'n tweeën: Br I N Cl H O F

Coëfficiënt: getal voor een molecuulformule, bijv 5 in 5 NaCl 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Reactieschema
Een chemische reactie kun je verkort weergeven in een reactieschema, waarin je de namen en de toestandsaanduidingen (= aggregatietoestanden) van de beginstoffen voor de pijl en van de reactieproducten na de pijl plaatst.
Toestandsaanduidingen: gas (g), vast (s), vloeibaar (l) en opgelost (aq)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Reactieschema
Als water wordt ontleed ontstaan de gassen zuurstof en waterstof
water (l) --> waterstof (g) en zuurstof (g)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Stel reactieschema op in schrift:
Als het gas methaan met zuurstof reageert ontstaan vloeibaar water en koolstofdioxide 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

methaan (g) + zuurstof (g) --> water (l) + koolstofdioxide (g)

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Reactievergelijking
In een reactievergelijking is er voor en na de pijl een gelijk aantal atomen van elke soort aanwezig.

Je noemt dat een kloppende reactievergelijking.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Stappenplan

  • Schrijf het reactieschema op in woorden
  • Vervang de woorden door symbolen
  • Pas het aantal atomen aan door de coëfficiënt te veranderen
  • Controleer of voor en na de pijl evenveel van elk atoomsoort
    aanwezig is.



Wat is de reactievergelijking van de verbranding van methaan?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Regels kloppend maken
  • Voor en na de pijl moeten van elk atoomsoort evenveel atomen zijn 

  • Aan de moleculen zelf mag je niets veranderen!

  • Als je op een halve coëfficiënt uitkomt voor de moleculen, doe je alle (coëfficiënten) keer 2 (Je mag het wel als tussenstap doen)
  • Uiteindelijk moeten de coëfficiënten de kleinst mogelijke hele getallen zijn. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

methaan (g) + zuurstof (g) --> water (l) + koolstofdioxide (g)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Oefenen met Phet Colorado 
Zie volgende slide

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Op Google zoeken:
Phet colorado + reactievergelijkingen 
- inleiding: alle 3 kloppend maken. Eventueel met hulpmiddel
- Eerst niveau 1 daarna 2 en tenslotte 3

https://phet.colorado.edu/sims/html/balancing-chemical-equations/latest/balancing-chemical-equations_nl.html 

Slide 14 - Slide

https://phet.colorado.edu/sims/html/balancing-chemical-equations/latest/balancing-chemical-equations_nl.html

Leerdoelen deze les
  • Je kunt het verschil tussen een reactieschema en een reactievergelijking aangeven.
  • Je kunt een kloppende reactievergelijking opstellen.


    Aan de slag met stencil met reactievergelijkingen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Welke reactievergelijkingen stellen ontleden voor?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke reactie ontstaan er meer koolstofdioxidemoleculen? Bij de verbranding van methaan of de verbranding van etheen?
(Stel eerst de reactievergelijkingen op.)
A
Verbranding van methaan
B
Verbranding van etheen

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke reactie ontstaan er meer koolstofdioxidemoleculen? Bij de verbranding van
methaan of de verbranding van etheen?
(Stel eerst de reactievergelijkingen op.)

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Wat is een kenmerk van een chemische reactie?
A
Er treedt een energie-effect op
B
beginstoffen veranderen in reactieproducten
C
De wet van Lavoisier geldt
D
Alledrie de kenmerken zijn juist

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen een reactieschema en reactievergelijking?
A
Reactieschema = symbolen Reactievergelijking = woorden
B
Reactieschema = niet kloppend Reactievergelijking = wel kloppend gemaakt
C
Reactieschema = woorden Reactievergelijking = symbolen
D
Er is geen verschil tussen een reactieschema en vergelijkingen

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn de beginstoffen in dit reactieschema?
A
Zilver en chloor
B
Zilverchloride
C
Zilver
D
Chloor

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet er staan op
de plaats van de x?
A
12
B
25
C
13
D
9

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions