Les 9 - 2V2 - lunes 5 de octubre 2026

Les 9 - 2V2 - lunes 5 de octubre 2026
1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 9 - 2V2 - lunes 5 de octubre 2026

Slide 1 - Slide

¿Qué hacemos hoy?

  • Oefenen woordenschat 3.3 & lijst moeilijke woorden (20m)
  • Vertaaloefening (10m)
  • Leestekst 'Mi familia' (15m)
  • Korte break (5m)
  • Korte uitleg toets --> morgen: 6 oktober (10m)
  • Ruimte voor zelfstudie (oefentoets D) - 25m

Slide 2 - Slide

We inventariseren de moeilijkste woorden
Ga naar: lessonup.app

Voer de code in

Slide 3 - Slide

Wat zijn de 10 lastigste woorden van 3.3.?

Slide 4 - Mind map

Woordenschat bron 3.3
Woorden die passen bij 'thuis' & bijvoeglijke naamwoorden

Slide 5 - Slide

Vertalen naar het NL
1. Mi hermana está enamorada de Enrique Iglesias.
2. Tenemos una terraza muy grande.
3. El primo de Marisela es guapo.
4. Los vecinos de Pedro son simpáticos.
5. Ana, ¿has visto (=gezien) mis zapatos azules?
6. Mi abuela tiene un coche blanco.

Slide 6 - Slide

Goede vertalingen
1. Mijn zus is verliefde op Enrique Iglesias.
2. We hebben een groot terras.
3. De neef van Marisela is knap.
4. De buren van Pedro zijn aardig.
5. Ana, heb je mijn blauwe schoenen gezien?
6. Mijn oma heeft een witte auto. 

Slide 7 - Slide

Leestekst 'Mi familia'


  • We zoeken de leestekst samen op (TB blz. 33)
  • Je leest in tweetallen de tekst door
  • Je geeft antwoord op stap 2a en 2b (WB 'TAREA' blz. 82/83)
timer
12:00

Slide 8 - Slide

2a

Slide 9 - Slide

2a

Slide 10 - Slide

2b
  1. Carolina woont in El Toboso (España).
  2. Ze vindt haar huis mooi & het is een huis met vijf slaapkamers.
  3. Een computer (laptop) en een televisie.
  4. Nee ('Viven lejos de nosotros').

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

El verbo 'tener' (=hebben)

Slide 13 - Slide

De getallen 20 t/m 100
bron C
-
TB blz. 28
Getallen 1 t/m 30:
één woord

Getallen boven de 31:
3 woorden

Slide 14 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden op een -o
bron J: TB blz. 32

Slide 15 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden die níet op een -o eindigen (andere klinker of medeklinker)
bron J: TB blz. 32

Slide 16 - Slide

-a wordt nooit -o + het bijvoeglijk naamwoord komt eráchter
bron J: TB blz. 32

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Wat doe je ná de toets?

  • een boek lezen
  • leerwerk/maakwerk voor een ander vak
  • tekenen  
  • even niets...

Slide 19 - Slide

LEREN VOOR DE TOETS: H2
  • Precieze leerstof staat in Magister (6-10)

  • Ruimte voor zelfstudie:
Eindtoets H3: morgen
* woorden leren (WB of via Blooket) - links bij toetsstof
* deel oefentoets D maken (op papier)
  --> wil je alle antwoorden, stuur me dan een mailtje
timer
25:00

Slide 20 - Slide

Frases clave bron K (TB blz. 32)
Maak oefening 30 (WB blz. 80) --> woordenlijst nodig!

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide