3.3 Rekenen

Welkom m1b!
Leg je boek, werkboek, schrift en pen op een stapeltje op de hoek van je tafel
Pak je laptop en zorg dat je bij deze les in LessonUp komt.
1 / 27
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom m1b!
Leg je boek, werkboek, schrift en pen op een stapeltje op de hoek van je tafel
Pak je laptop en zorg dat je bij deze les in LessonUp komt.

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
- Je leert wat priemgetallen zijn
- Je leert de begrippen som, verschil, product en quotiënt
- Maken opgave 18 t/m 26

Slide 2 - Slide

Priemgetal
Een priemgetal is een getal wat je alleen kunt delen door het getal 1 en door het getal zelf.

Slide 3 - Slide

Priemgetallen
 In het honderdveld hiernaast is het getal 1 doorgestreept. 

Slide 4 - Slide

Priemgetallen
  •  In het honderdveld hiernaast is het getal 1 doorgestreept. 
  • Nu gaan we alle getallen deelbaar door 2 doorstrepen behalve 2 zelf!

Slide 5 - Slide

Priemgetallen
  •  In het honderdveld hiernaast is het getal 1 doorgestreept. 
  • alle veelvouden van 2
  • Nu gaan we alle getallen deelbaar door 3 doorstrepen behalve 3 zelf!

Slide 6 - Slide

Priemgetallen
  • deelbaar door 4 die zijn al weggestreept (deelbaar door 2)! 
  • nu alle veelvouden van 5 behalve 5 zelf.

Slide 7 - Slide

Priemgetallen
  • deelbaar door 6 hoeft niet omdat 6 een veelvoud is van 2 en 3.  
  • Alle veelvouden van 7 behalve 7 zelf.

Slide 8 - Slide

Priemgetallen
  • Veelvoud van 8 is hetzelfde als veelvoud van 2 
  • Veelvoud van 9 is veelvoud van 3. 
  • We hebben nu nog een paar getallen over.

Slide 9 - Slide

Priemgetallen
Deze getallen zijn alleen nog maar deelbaar door 1 en door zichzelf: 2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, 23, 29, 31, 37, 41, 43, 47, 53, 59, 61, 67, 71, 73, 79, 83, 89, 97.
 

En dit noemen we 
Priemgetallen

Slide 10 - Slide

Som
De uitkomst van twee getallen die je bij elkaar optelt noem je de som van die twee getallen.

De som van 2 getallen is dus hetzelfde als 2 getallen optellen.

de som van 5 en 10 = 5 + 10 =15 

Slide 11 - Slide

Verschil
De uitkomst van twee getallen die je van elkaar afhaalt noem je  het verschil van die twee getallen.

Het verschil van 2 getallen is dus hetzelfde als 2 getallen van elkaar afhalen.

het verschil  van 50 en 30 = 50 - 30 = 20 

Slide 12 - Slide

Product
Het product van twee getallen is hetzelfde als twee getallen met elkaar vermenigvuldigen.

het product  van 5 en 3 = 5 x 3 = 15

Slide 13 - Slide

Quotient
De uitkomst van twee getallen die je op elkaar deelt noem je het quotient.

Het quotient van 2 getallen is dus hetzelfde als 2 getallen delen

het quotient  van 75 en 25 = 75 : 25 = 3

Slide 14 - Slide

Wat is de som van 20 en 5?
A
4
B
15
C
100
D
25

Slide 15 - Quiz

Wat is het verschil van 35 en 7?
A
5
B
28
C
42
D
245

Slide 16 - Quiz

Wat is het product van 100 en 2?
A
200
B
102
C
98
D
50

Slide 17 - Quiz

Wat is het quotiënt van 56 en 4?
A
60
B
52
C
14
D
224

Slide 18 - Quiz

Bedenk nu zelf een opgave met som, verschil, product of quotiënt. Zorg dat je het antwoord ook weet!

Slide 19 - Open question

Maak opgave 18 t/m 26
Blz. 96-99 in je boek, blz. 37 in je werkboek

Slide 20 - Slide

3 afsluitvragen:

1) Welk(e) getal(len) is/zijn priem?
      7     11       15         63         71        102

2) Bereken het product en het verschil van 3 en 11

3) Hoeveel is het verschil tussen het product van 4 en 2 en het quotiënt van 4 en 2?  

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Bereken:
6 + 4 x 2 =
A
20
B
14

Slide 23 - Quiz

Bereken:
10 + 15 : 5 =
A
5
B
13

Slide 24 - Quiz

Bereken:
7 x 6 : (9 - 3)
A
5
B
7

Slide 25 - Quiz

maak opgaven 29 a,b,c,d

Slide 26 - Open question

Maak nu
paragraaf 3.3 helemaal netjes af in je schrift.

Slide 27 - Slide