Financiële feiten en begroting (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Sportkledingwinkel, Cala Millor. Foto: Steffen Mokosch, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Examentraining

Financiële feiten en begroting: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining over financiële feiten en begrotingen in vier vraagtypen (gevolg van een feit, kosten en opbrengsten, overzichten opstellen, eindbalans en stelsels) met 8 vragen in examenstijl, vooral berekeningen. Docent: de uitwerking van de casus Terra staat in de notities.

Items in this lesson

Sportkledingwinkel, Cala Millor. Foto: Steffen Mokosch, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Examentraining

Financiële feiten en begroting: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Steffen Mokosch / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus de gevolgen van financiële feiten bepalen, kosten en opbrengsten berekenen en uit de gegevens de overzichten van een begroting opstellen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: zoek in de casus de periode, de bedragen en of er btw of overlopende posten bij zitten.

  • 2. Kies: bepaal welk overzicht je nodig hebt: balans, exploitatiebegroting of liquiditeitsoverzicht.

  • 3. Reken: reken bij elke overlopende post de toename uit (rekenregel: eind min begin) en noteer elke tussenstap.

  • 4. Controleer: activa en passiva zijn gelijk, en de uitkomst past bij je schatting.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Vraagtype 1: gevolg van een feit

  • Je beschrijft wat een feit doet met de balans en met het resultaat.

  • Welke posten veranderen en met welk bedrag: met of zonder btw?

  • Is er een kost of opbrengst, of ruilen alleen balansposten?

  • Een balans blijft in evenwicht: wat links verandert, moet rechts kloppen.

This item has no instructions

Een bv verkoopt voor € 4.000 + 21% btw op rekening; inkoopprijs daarvan € 2.500. Met hoeveel stijgt het resultaat?

A

€ 1.500

B

€ 2.340

C

€ 4.000

D

€ 840

Syllabus 28.1. Omzet 4.000 (excl. btw) min inkoopprijs van de verkochte goederen 2.500 = 1.500. De btw (840) is geen opbrengst. Verwachte fouten: 4.840 - 2.500 = 2.340 (btw als opbrengst), 4.000 (de inkoopprijs vergeten), 840 (de btw als resultaat zien).

Btw-verrekening: te betalen btw € 8.400, te vorderen btw € 4.800, saldo via de bank betaald. Wat verandert?

A

Liquide middelen -3.600 en kosten +3.600

B

Liquide middelen -8.400, het resultaat blijft gelijk

C

Liquide middelen -3.600, het resultaat blijft gelijk

D

Liquide middelen -3.600 en eigen vermogen -3.600

Syllabus 28.1, begrip btw-verrekening. Saldo: 8.400 - 4.800 = 3.600 naar de Belastingdienst; te betalen btw en te vorderen btw verdwijnen van de balans, de liquide middelen dalen met 3.600. Btw is geen kost, dus resultaat en eigen vermogen blijven gelijk. Verwachte fouten: de te vorderen btw vergeten (8.400), of de betaling als kost zien.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Vraagtype 2: kosten en opbrengsten

  • Je zet uitgaven om in kosten, of ontvangsten in opbrengsten, met overlopende posten.

  • Kosten = uitgaven + toename nog te betalen min toename vooruitbetaald.

  • Opbrengsten = ontvangsten + toename nog te ontvangen min toename vooruitontvangen.

  • Andersom draai je de tekens om. Zet begin, eind en toename onder elkaar.

This item has no instructions

Uitgaven € 7.200. Vooruitbetaald: begin 400, eind 900. Nog te betalen: begin 300, eind 100. Wat zijn de kosten?

A

€ 6.900

B

€ 6.500

C

€ 7.500

D

€ 7.900

Syllabus 28.2. Toename vooruitbetaald = 900 - 400 = 500; toename nog te betalen = 100 - 300 = -200. Kosten = 7.200 - 500 - 200 = € 6.500. Verwachte fouten: 6.900 (nog te betalen met het verkeerde teken), 7.500 (vooruitbetaald met het verkeerde teken), 7.900 (beide tekens omgekeerd).

Klanten betaalden € 52.000. Vooruitontvangen: begin 3.000, eind 1.500. Nog te ontvangen: begin 2.000, eind 4.500. Opbrengsten?

A

€ 53.000

B

€ 51.000

C

€ 48.000

D

€ 56.000

Syllabus 28.2. Opbrengsten = 52.000 + (4.500 - 2.000) - (1.500 - 3.000) = 52.000 + 2.500 + 1.500 = € 56.000. Verwachte fouten: 53.000 (vooruitontvangen verkeerd om), 51.000 (nog te ontvangen verkeerd om), 48.000 (beide verkeerd om).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Vraagtype 3: overzichten opstellen

  • Terra bv (aardewerk, geen btw in deze casus): producten € 30.000, waarvan 6.000 op rekening; ingekocht voor 13.000.

  • Workshops: ontvangen 4.000, waarvan 2.000 vooruit voor april. Inkoop 14.000 op rekening.

  • Betaald: leveranciers 12.500, lonen 6.000, huur 3.000, interest 100, aflossing 2.000. Van klanten op rekening ontvangen 4.500.

  • Afschrijving 1.200. Begin: inventaris 12.000, voorraad 9.000, debiteuren 2.000, liquide middelen 6.000.

  • Passiva begin: eigen vermogen 17.000, lening 8.000, crediteuren 4.000. De bv kent geen privéopnamen.

Syllabus 28.3. Uitwerking Terra (twee keer nagerekend): opbrengsten 30.000 + 2.000 = 32.000; kosten 13.000 + 6.000 + 3.000 + 1.200 + 100 = 23.300; resultaat 8.700. Ontvangsten 24.000 (contant) + 4.000 + 4.500 = 32.500; uitgaven 12.500 + 6.000 + 3.000 + 100 + 2.000 = 23.600; liquide middelen eind 6.000 + 32.500 - 23.600 = 14.900. Eindbalans: activa 10.800 + 10.000 + 3.500 + 14.900 = 39.200; passiva 25.700 + 6.000 + 5.500 + 2.000 = 39.200.

Wat is het resultaat van Terra in de exploitatiebegroting?

Syllabus 28.3. Opbrengsten: 30.000 + (4.000 - 2.000) = 32.000. Kosten: 13.000 + 6.000 + 3.000 + 1.200 + 100 = 23.300. Resultaat € 8.700. De aflossing (2.000) is geen kost, de vooruitontvangen 2.000 is nog geen opbrengst. Verwachte fout: 6.700 (aflossing als kost) of 10.700 (vooruitontvangen als opbrengst).

Hoe hoog zijn de ontvangsten van Terra in het liquiditeitsoverzicht?

A

€ 32.000

B

€ 28.000

C

€ 38.500

D

€ 32.500

Syllabus 28.3. Contante producten 30.000 - 6.000 = 24.000, workshops 4.000 (ook de vooruit ontvangen 2.000), debiteuren 4.500: totaal 32.500. Verwachte fouten: 32.000 (de opbrengsten nemen), 28.000 (de debiteuren vergeten), 38.500 (hele omzet 30.000 + 4.000 + 4.500, dus de debiteuren dubbel).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Vraagtype 4: eindbalans en stelsels

  • Je bepaalt een post op de geprognosticeerde eindbalans of legt een verband uit.

  • Liquide middelen eind = begin + ontvangsten min uitgaven. Crediteuren eind = begin + inkoop incl. btw min betaald.

  • Bij uitleg over de stelsels noem je telkens een voorbeeld uit de casus.

  • Terra: kasstelsel telt wat betaald en ontvangen is, periodetoerekening wat verbruikt en verdiend is.

This item has no instructions

Hoeveel liquide middelen staan op de geprognosticeerde eindbalans van Terra?

A

€ 8.900

B

€ 14.900

C

€ 14.400

D

€ 16.900

Syllabus 28.3: verband liquiditeitsoverzicht en eindbalans. Ontvangsten 24.000 + 4.000 + 4.500 = 32.500. Uitgaven 12.500 + 6.000 + 3.000 + 100 + 2.000 = 23.600. Liquide middelen eind = 6.000 + 32.500 - 23.600 = € 14.900. Verwachte fouten: 8.900 (de beginstand vergeten), 14.400 (opbrengsten 32.000 in plaats van ontvangsten), 16.900 (de aflossing vergeten, die geen kost maar wel een uitgave is).

Waarom is ontvangsten min uitgaven niet het resultaat?

Syllabus 28.4. Goede antwoorden: afschrijving is een kost zonder uitgave; voorraad wordt betaald maar pas kost bij verkoop; opbrengsten op rekening zijn nog niet ontvangen; vooruitbetaald of vooruitontvangen hoort bij een andere periode; aflossing en privéopname zijn uitgaven die geen kosten zijn. Eén genoemde reden met korte uitleg is genoeg.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Gevolg van een feit

2

Kosten en opbrengsten berekenen

3

Overzichten opstellen

4

Eindbalans en stelsels

Laat leerlingen die voor 3 of 4 kiezen de gegevens van Terra eerst in een tabel zetten.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · OVERZICHTEN

Tips voor op het examen

  • Noteer bij elke overlopende post eerst begin en eind en reken dan de toename uit.

  • Btw loopt alleen over de balans: ze is nooit een kost of opbrengst van de zaak.

  • Aflossing, privéopname en btw staan in het liquiditeitsoverzicht, niet in de exploitatiebegroting.

  • Afschrijving staat in de exploitatiebegroting, niet in het liquiditeitsoverzicht.

  • Controleer de eindbalans: activa gelijk aan passiva, anders mist er een mutatie.

This item has no instructions