15.4 DNA en RNA

15.4 DNA en RNA
1 / 45
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 45 slides, with text slides.

Items in this lesson

15.4 DNA en RNA

Slide 1 - Slide

wat gaan we doen vandaag?
- gisteren eiwitten gedaan
- vandaag koppeling aan DNA en RNA

Slide 2 - Slide

Aan het einde van de les kun je
transscriptie uitleggen
translatie uitleggen
aflezen mbv BiNaS welke aminozuren er in het eiwit zitten

Slide 3 - Slide

DNA en RNA
- Cel heeft celkern --> bevat chromosomen --> bevatten genen -->  ieder gen = eiwit
- eiwit maken met een code 

Slide 4 - Slide

DNA
hoofdketen: polyester van fosforzuur en deoxiribose
- BiNaS 67F1 staat ribose 
Ribose 2 OH groepen 
1 verbonden aan keten
1 aan nucleïne basen (oranje deel volgende plaatje)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

4 nucleïne basen 
- BiNaS 71A
A, G, T, C

Slide 7 - Slide

Nucleotiden 
fosfaat (rondje) + ribose (blokje) + nucleïne base (gekleurd figuurtje)

Slide 8 - Slide

2 ketens
DNA = twee nucleotiden ketens bij elkaar gehouden door H-bruggen

AppelTaart (A-T)
CitroenGebak (C-G)

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

RNA
nodig voor de eiwit synthese 
mRNA = messangerRNA
tRNA = transferRNA

mRNA heeft geen T (thymine) maar U (uracil)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Wat gebeurt er allemaal om een eiwit te maken
eerst transscriptie

dan translatie

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

stap 1 transscriptie
1. enzym splitst DNA ketens van elkaar
- 2 strengen
1 coderend
1 mattrijsstreng = deze wordt als mal gebruikt
2. RNA-polymerase = enzym maakt mRNA streng 'op' de mal
- T wordt wel een U

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

translatie = vertalen
3. mRNA gaat uit de kern naar cytoplasma naar het ribosoom
4. tRNA koppelt aan mRNA
- tRNA leest af per 3 basen
- elke 3 basen (codon) staan voor 1 aminozuur. 
- zo 'rijgt' ie als het ware een eiwit aan elkaar 

je hebt ook start en stop codons (zie BiNaS 71G)

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

mutaties
punt mutatie: 1 base veranderd --> hierdoor veranderd ook aminozuur sequentie

Segmentmutatie (of chromosoommutatie) --> structurele verandering in een groot deel van chromosoom (meerdere genen).


Slide 23 - Slide

is er behoefte aan een filmpje?
https://www.youtube.com/watch?v=bKIpDtJdK8Q

Slide 24 - Slide

type vragen die je kan verwachten?
geef sequentie DNA/matrijsstreng/mRNA
welk aminozuur zit er op plek .....
er is een puntmutatie op plek ..... wat wordt het nieuwe aminozuur. 

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

.



410 / 3 = 137,67 (vanaf de eerste A) 
411/3 = 137 (je wil een rond getal, 3 letters = 1 aminozuur)
dus AC horen bij een aminozuur en de eerste volledige 3 is vanaf GTG - TAT - TTC -

Slide 28 - Slide

410 / 3 = 137,67 (vanaf de eerste A)
411/3 = 137 (je wil een rond getal, 3 letters = 1 aminozuur)
dus AC horen bij een aminozuur en de eerste volledige 3 is vanaf GTG - TAT - TTC -
op mRNA GUG - UAU - UUC

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

.





210 / 3 = 70 
dus hoort bij een heel aminozuur. eerst volgende begint dus bij A (mRNA U)

Slide 32 - Slide

.





210 / 3 = 70 
dus hoort bij een heel aminozuur. eerst volgende begint dus bij A (mRNA U)
UGG-UCG-UCA 

Slide 33 - Slide

.





210 / 3 = 70 
dus hoort bij een heel aminozuur. eerst volgende begint dus bij A (mRNA U)
UGG-UCG-UCA (Trp, Ser, Ser)

Slide 34 - Slide

.





wordt nog MAAR 71 aminozuren. dat betekent dat er er na 71 aminozuren een stop codon moet zijn. UGG = nmr 71

Slide 35 - Slide

.






wordt nog MAAR 71 aminozuren. dat betekent dat er er na 71 aminozuren een stop codon moet zijn. UGG = nmr 71
dus UCG moet stop worden --> UAA/UAG is stop dus punt mutatie = 1 base dus UAG dus C moet A worden (nummer 215)

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide




dus serine is nmr 120 (gezonde mensen)

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

.


CGG = arginine ipv serine

Slide 45 - Slide