H10.3 Katrollen en hefbomen

Hoofstuk 10
Par 3: Katrollen en hefbomen
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofstuk 10
Par 3: Katrollen en hefbomen

Slide 1 - Slide

Lesplanning
Leerdoelen 10.3
Uitleg en aantekeningen over katrollen en takels
Aan de slag met de opdrachten (morgen ook nog tijd voor)

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Je leert: 
Wat het nut is van katrollen en hoe het werkt
Wanneer er evenwicht is bij voorwerpen die kunnen draaien
Hoe je met een hefboom een grote kracht kunt uitoefenen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Vaste katrol

Een vaste katrol draait de richting van de kracht om. Je herkent een vaste katrol aan het feit dat hij VAST zit.


Kracht en lengte touw blijven gelijk


Slide 5 - Slide

Losse katrol
  • Een losse katrol maakt ons sterker. Halveert de kracht
  • De last wordt verdeeld over het aantal touwen waaraan de katrol hangt.
  • Kijk goed naar de last van 100 N. Hoeveel touwen hangt de last?

Slide 6 - Slide

Samenvatting
Een takel is een combinatie van minstens 1 vaste en 1 losse katrol.  

  • Een vaste katrol is zo vastgemaakt dat hij niet meer op en neer kan bewegen. 
  • Een losse katrol beweegt op en neer, samen met het voorwerp dat wordt opgehesen. 

Slide 7 - Slide

Katrollen en Takels

Slide 8 - Slide

Katrollen en Takels
De massa van de last 
is 120 kg.
De lastkracht is 1200 N.
De werkkracht = lastkracht : N

N= aantal katrollen of het aantal touwen. 

Slide 9 - Slide

Katrollen en Takels
De werkkracht neemt af met het aantal katrollen/touwen.

De hijslengte van het touw neemt juist toe.
Hijslengte = optilhoogte last x N (aantal katrollen/touwen) 

Slide 10 - Slide



Slide 11 - Slide

 Hefboom

Een hefboom is een hulpmiddel om een kracht te vergroten. 

Er zijn verschillende soorten hefbomen.

Slide 12 - Slide

Kracht vergroten
Een hefboom heeft een lange arm en een korte arm.
  • Om je kracht te vergroten gebruik je een werktuig.
  • De plank is hier een hefboom
  • De hefboom heeft een lange arm, een korte arm en een draaipunt
  • Op de lange arm oefent Rodney een kracht uit. 
  • Deze kracht noem je de werkkracht. 

Slide 13 - Slide

Hefboom in evenwicht

Slide 14 - Slide

Aan de slag
Maken 10.3 
61 t/m 67 en 70 t/m 73

Slide 15 - Slide

Video's katrollen en takels
Katrollen en takels: https://www.youtube.com/watch?v=6s9hM8p5SvM
Extra uitleg Katrollen: https://www.youtube.com/watch?v=JH-T0zeD6nM


Slide 16 - Slide

Video's 10.3 hefboom
https://www.youtube.com/watch?v=-u3ZSSn0tUQ

Slide 17 - Slide

Leerdoelen
Je leert: 
Wanneer er evenwicht is bij voorwerpen die kunnen draaien
Hoe je met een hefboom een grote kracht kunt uitoefenen

Slide 18 - Slide

 Hefboom

Een hefboom is een hulpmiddel om een kracht te vergroten. 

Er zijn verschillende soorten hefbomen.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Hefboom in evenwicht?

Hangt af van:

- de grootte van de krachten (N)

- de afstand tussen de krachten en het draaipunt (m)

Slide 21 - Slide

Kracht vergroten
Een hefboom heeft een lange arm en een korte arm.
  • Om je kracht te vergroten gebruik je een werktuig.
  • De plank is hier een hefboom
  • De hefboom heeft een lange arm, een korte arm en een draaipunt
  • Op de lange arm oefent Rodney een kracht uit. 
  • Deze kracht noem je de werkkracht. 

Slide 22 - Slide

Kracht vergroten
Een hefboom heeft een lange arm en een korte arm.
  •  Het punt waar de werkkracht aangrijpt noem je het werkpunt. 
  • Met de korte arm breng je de kracht over op de last. 
  • Het punt waar de last aangrijpt noem je het lastpunt. 
  • Op de lange arm in afb. werkt de kleinste kracht. 
  • Op de korte arm werkt de grootste kracht.

Slide 23 - Slide

Krachtvergroting berekenen
Een band uit een velg lichten.
  • De krachtvergroting bereken je met   de formule:
  • krachtvergroting = werkarm : lastarm

  • Weet je hoe groot de werkkracht is, dan kun je uitrekenen hoe groot de last is met de formule:
  • last = werkkracht × krachtvergroting



Slide 24 - Slide

Voorbeeldopdracht 1
Met de bandenlichter in afbeelding 5 vergroot je je spierkracht.
Bereken hoeveel keer de werkkracht wordt vergroot.

gegevens:
werkarm = 8 cm
lastarm = 1 cm

gevraagd:
krachtvergroting = ?



  • Uitwerking
  • krachtvergroting = werkarm : lastarm
  • krachtvergroting = 8 : 1 = 8
  • De werkkracht wordt dus 8× vergroot.

Slide 25 - Slide

Voorbeeldopdracht 2
Een fietsenmaker duwt met een kracht van 110 N tegen de bandenlichter in afbeelding 5. Bereken hoe groot de last is.



gegevens:
werkkracht = 110 N
krachtvergroting = 8

gevraagd:
last = ?

  • Uitwerking
  • last = werkkracht × krachtvergroting
  • last = 110 × 8 = 880 N
  • De last is dus 880 N.

Slide 26 - Slide

Aan de slag
Maken 10.3 
Vorige les: 61 t/m 67 en 70 t/m 73
Deze les: 74, 75, 76, 83, 84 en 86

Ben je hiermee klaar? 
Dan gemengde opgaves maken van H10

Slide 27 - Slide