This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 40 min
Report this lesson
Items in this lesson
Krachten
Slide 1 - Slide
7.1 krachten herkennen
Slide 2 - Slide
Leerdoelen
Je kan beschrijven wat een kracht is
Je kan verschillende krachten benoemen
Je kent de drie gevolgen van kracht
Slide 3 - Slide
0
Slide 4 - Video
Welke soorten krachten ken je al?
Slide 5 - Mind map
Spierkracht
De kracht die wordt uitgeoefend door spieren, heet spierkracht.
Fspier
Slide 6 - Slide
Zwaartekracht
De kracht die hemellichamen uitoefenen, heet zwaartekracht,
Fz
Slide 7 - Slide
0
Slide 8 - Video
Veerkracht
De kracht van een uitgerekt of ingedrukt elastisch voorwerp heet veerkracht.
Fveer, Fv
Slide 9 - Slide
weerstandskracht
De kracht die bewegingen tegenwerkt, heet weerstandskracht. Fweerstand, Fw
Slide 10 - Slide
Spankracht
Een strak gespannen touw of kabel kan een kracht overbrengen.
Fspan, Fs
Slide 11 - Slide
Elektrische krachten
Statische elektriciteit ontstaat door wrijving. Voorwerpen worden dan positief of negatief geladen.
Hierdoor ontstaan aantrekkende of afstotende krachten.
Fel
Slide 12 - Slide
Magnetische kracht
Rond een magneet bevindt zich het magnetische veld.
Dit zorgt voor magnetische krachten.
Magnetische krachten kunnen afstoten of aantrekken.
Fmag
Slide 13 - Slide
Soorten krachten
Spierkracht Fspier
Veerkracht Fv, Fveer
Spankracht Fs, Fspan
Zwaartekracht Fz
Wrijvings-kracht Fw, Fweerstand
Magnetische kracht Fmagn
Electrische kracht Fel
Slide 14 - Slide
Op de koorddanser werken twee krachten die elkaar opheffen.
Welke zijn dit ?
A
Kleefkracht, veerkracht
B
Spankracht, zwaartekracht
C
Veerkracht, spankracht
D
Zwaartekracht, luchtweerstand
Slide 15 - Quiz
Met welke twee krachten heeft de fietser te maken ?
A
elektrische- en spankracht
B
zwaarte- en veerkracht
C
luchtweerstands- en spierkracht
D
wrijvings- en luchtweerstandskracht
Slide 16 - Quiz
De kracht waarmee de aarde aan voorwerpen trekt heet
A
Wrijvings-
kracht
B
Zwaarte-
kracht
C
Gravitatie-
kracht
D
Span-
kracht
Slide 17 - Quiz
Welke kracht zorgt ervoor dat deze jongen omhoog gaat?
A
Zwaartekracht
B
Magnetische kracht
C
Veerkracht
D
Windkracht
Slide 18 - Quiz
Welke kracht zorgt er voor dat iemand door (te) dun ijs heen zakt ?
A
spierkracht
B
zwaartekracht
C
weerstandskracht
D
spankracht
Slide 19 - Quiz
De kracht waarmee de aarde aan voorwerpen trekt heet...?
A
Wrijvings-
kracht
B
Zwaarte-
kracht
C
Gravitatie-
kracht
D
Span-
kracht
Slide 20 - Quiz
gevolgen van krachten
Door een kracht kan:
De snelheid van een voorwerp tijdelijk of blijvend
veranderen
Slide 21 - Slide
gevolgen van krachten
Door een kracht kan:
De bewegingsrichting veranderen
Slide 22 - Slide
gevolgen van krachten
Door een kracht kan:
De vorm van een voorwerp tijdelijk of blijvend
veranderen
Vorm blijvend veranderd,
Plastische vervorming
tijdelijke vervorming heet elastische vervorming
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Video
Slide 25 - Slide
Wat is geen kenmerk van een kracht?
A
Je kan een voorwerp van richting veranderen
B
Je kan een voorwerp vervormen
C
Je kan een voorwerp van snelheid veranderen
D
Je kan krachten zien
Slide 26 - Quiz
Hoe zie je dat er een kracht werkt bij: Een honkballer die een bal terug slaat.
A
verandering van snelheid
B
verandering van richting
C
verandering van vorm,
plastisch
D
verandering van vorm: elastisch
Slide 27 - Quiz
Hoe zie je dat er een kracht werkt bij: Een trein vertrekt bij het station
A
verandering van snelheid
B
verandering van richting
C
verandering van vorm,
plastisch
D
verandering van vorm: elastisch
Slide 28 - Quiz
Hoe zie je dat er een kracht werkt bij: je rekt een elastiekje uit.
A
verandering van snelheid
B
verandering van richting
C
verandering van vorm,
plastisch
D
verandering van vorm: elastisch
Slide 29 - Quiz
Met welke soort vervorming hebben we te maken in de afbeelding?
A
Plastische vervorming
B
Brosse vervorming
C
Mechanische vervorming
D
Elastische vervorming
Slide 30 - Quiz
Hoe zie je dat er een kracht werkt bij: je stopt voor een stoplicht
A
verandering van snelheid
B
verandering van richting
C
verandering van vorm,
plastisch
D
verandering van vorm: elastisch
Slide 31 - Quiz
Hoe zie je dat er een kracht werkt bij: je stoot een glas kapot.
A
verandering van snelheid
B
verandering van richting
C
verandering van vorm,
plastisch
D
verandering van vorm: elastisch
Slide 32 - Quiz
Huiswerk
Lees de theorie van paragraaf 7.1 digitaal
maak de vragen van 7.1 digitaal
Slide 33 - Slide
Hoe meet je kracht
Slide 34 - Slide
Kracht meet je in Newton
Newton
Het was een wat rare man, maar ook briljant. <div><div>Het schijnt dat hij op het idee van zwaartekracht kwam doordat er een appel op zijn hoofd viel.</div></div><div>Door de wetten van Newton kunnen we nu heel veel technische dingen uitrekenen en maken.</div>
Kracht
1 Newton is hoeveel kracht je nodig hebt om 1 kg in 1 seconden een snelheid te geven van 1 m/s.<div><br></div><div>Newton onderzocht dit met karretjes en gewichtjes die aan de karretjes trokken.</div>
Slide 35 - Slide
veerunster
Met een veerunster kan je krachten meten. Hoe stugger de veer, hoe groter de kracht is die je kunt meten