This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Items in this lesson
Druk 10.5
Druk
10.5
Slide 1 - Slide
Lesdoelen 10.5
Je kunt beschrijven hoe de druk op een ondergrond verandert als de kracht van grootte verandert.
Je kunt beschrijven hoe de druk op een ondergrond verandert als de oppervlakte van grootte verandert.
Je kunt de druk berekenen van een voorwerp op een ondergrond.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Video
Slide 6 - Slide
Wat is de formule voor druk in woorden?
A
Druk =
kracht/ oppervlakte
B
Druk =
oppervlakte / kracht
C
Druk =
kracht x oppervlakte
D
Druk =
oppervlakte x kracht
Slide 7 - Quiz
Slide 8 - Video
Een vrouw van 60 kg staat op een naaldhak van 1,5 cm2. Bereken de druk op de hak.
Slide 9 - Open question
Wat is de eenheid van kracht?
A
Newton
B
Kilogram
C
Newton per vierkante meter
D
Watt
Slide 10 - Quiz
Wat is de eenheid van druk?
A
Newton
B
Kilogram
C
Newton per vierkante meter
D
Watt
Slide 11 - Quiz
Hoe bereken je de druk
A
oppervlakte x massa
B
oppervlakte x kracht
C
massa : oppervlakte
D
kracht : oppervlakte
Slide 12 - Quiz
Bereken de druk. Een voorwerp heeft een massa van 12 kg en staat op een ondersteunend vlak van 0,6 m2
A
2 N/m2
B
20 N/m2
C
200 N/m2
D
2000 N/m2
Slide 13 - Quiz
Een vrachtwagen moet door een modderig terrein om de lading te lossen. Hoe kan de chauffeur er voor zorgen dat de banden minder diep in de modder komen te zitten?
A
De banden verbreden
B
De banden versmallen
C
Minder banden
D
kleinere banden
Slide 14 - Quiz
Waarom zak je minder in de sneeuw met ski's?
A
Je zwaartekracht wordt minder
B
Je zwaartekracht wordt meer
C
Je oppervlak met de sneeuw wordt kleiner
D
Je oppervlak met de sneeuw wordt groter
Slide 15 - Quiz
Vragen over de les?
Slide 16 - Slide
Aan de slag!
Lees hoofdstuk 10.5 en maak opgaven: 1 t/m 12 op blz. 67 t/m 72. Hulp: Nova boek / Docent