H8 Elektriciteit Basis

Elektriciteit
Hoofdstuk 8
1 / 38
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 38 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Elektriciteit
Hoofdstuk 8

Slide 1 - Slide

Elektrische Stroom
§1

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 3 - Slide

Stroomsterkte meten
  • De hoeveelheid voorbij komende elektronen noem je de stroomsterkte.
  • De stroomsterkte kun je meten met een stroommeter/ampèremeter.
  • De stroommeter moet altijd serie geschakeld worden.
  • Stroomsterkte word gemeten in ampère. (A)
  • Stroomsterkte = 2A*

Slide 4 - Slide

Een elektrische stroomkring
  • Als je een elektrisch apparaat aanzet maak je een gesloten stroomkring.
  • Stroom komt van het stopcontact naar het apparaat.
  • Vervolgens door het apparaat heen en terug naar het stopcontact.
  • Stroom komt van een spanningsbron
  • Je kunt de stoom uitzetten met een schakelaar.*

Slide 5 - Slide

Stroomsterkte meten
  • De stroommeter heeft 4 aansluitingen.
  • Zwart = -
  • Rood = +
  • Je kiest eerst de grootste.
  • En gaat steeds kleiner.

Slide 6 - Slide

Stroomsterkte in een serieschakeling
  • In een serieschakeling kan de stroom maar 1 kant op.
  • Er komen dus overal evenveel elektronen langs.
  • De stroomsterkte is dus overal even groot.
  • De stroom loopt van de + naar de - van de spanningsbron.

Slide 7 - Slide

Stroomsterkte in een parallelschakeling
  • Een parallelschakeling heeft meer dan 1 stroomkring.
  • De elektronen kunnen dus verschillende kanten op.
  • De stroomsterkte wordt verdeeld.





  • Totale stroomsterkte = stroomsterkte 1 + stroomsterkte 2 + stroomsterkte 3.

Slide 8 - Slide

Leerdoelen check 4 Basis

Slide 9 - Slide

Lezen en maken met potlood
  • Introductie:
  • BLZ 72 en 73

Paragraaf 1:
  • BLZ 74 t/m 86
  • Blauwe opdrachten 1 t/m 13

HUISWERK!!!!

Slide 10 - Slide

Spanning
§2

Slide 11 - Slide

Vorige les
  • Gesloten/open stroomkring
  •  Spanningsbron en schakelaar
  • Stroommeter/amperemeter
  • Stroomsterkte in parallelschakeling
  • Stroomsterkte in serieschakeling

Slide 12 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 13 - Slide

Spanning meten
  • Om spanning te meten gebruik je een spanningsmeter.
  • Wordt ook een voltmeter genoemd.
  • Een voltmeter plaats je altijd parallel geschakeld.*

Slide 14 - Slide

Spanning in parallelschakeling
  • In een parallelschakeling is de spanning overal hetzelfde.*

Slide 15 - Slide

Spanning in serieschakeling
  • In een serieschakeling wordt de spanning verdeeld.


Slide 16 - Slide

Samengevat:
Stroomsterkte
Spanning
Serie
Gelijk
Verdeeld
Parallel
Verdeeld
Gelijk

Slide 17 - Slide

Leerdoelen check 4 Basis

Slide 18 - Slide

Lezen en maken met potlood
Introductie + Paragraaf 1:
  • BLZ 72 t/m 87
  • Alle opdrachten

Paragraaf 2:
  • BLZ 88 t/m 98
  • Blauwe opdrachten 1 t/m 10 (vergeet 10C niet)

HUISWERK!!!!

Slide 19 - Slide

Energieverbruik
§3

Slide 20 - Slide

Vorige les
  • Spanning meten
  • Parallel schakeling
  • Serie schakeling

Slide 21 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 22 - Slide

Vermogen
  • Hoeveel energie een apparaat gebruikt noem je het Vermogen.
  • Vermogen heeft de eenheid Watt (W)
  • 1 W = 1000 mW
  • 1 mW = 0,001 W
  • 1 kW = 1000 W
  • 1 W = 0,001 kW

Slide 23 - Slide

Vermogen Berekenen
  • Vermogen = spanning x stroomsterkte
  • De eenheid van spanning is volt (V).
  • De eenheid van stroomsterkte is ampere (A).
  • Je kunt de formule ook andersom gebruiken. Je krijgt dan:
  • stroomsterkte = vermogen : spanning
  • spanning = vermogen : stroomsterkte

Slide 24 - Slide

Energie
  • Hoe langer je een apparaat gebruikt des te meer energie het verbruikt.
  • Als je een apparaat met het vermogen van 1 kW gebruikt voor een uur (h) aan staat verbruikt het 1 kilowattuur (kWh).

  • Energie = vermogen x tijd
  • Vermogen in kilowattuur (kW)
  • Tijd in uur (h)

Slide 25 - Slide

Energiekosten
  • Elk huis heeft in de meterkast een killowattuurmeter (kWh-meter).
  • Die houdt bij hoeveel energie alle apparaten in huis gebruiken.
  • Die energie moet betaald worden.

  • kosten = energie x prijs van 1 kWh

Slide 26 - Slide

Een leeslampje heeft een vermogen van 2kW. Het lampje heeft een hele week aangestaan. De kosten voor 1 kWh zijn 25 cent. Wat zijn de energiekosten van dit lampje?
Gegevens
  •  
  •  
  •  
Gevraagd
  •  
Oplossing
Conclusie:

Slide 27 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 28 - Slide

Lezen en maken met potlood
Basis 4:
  • BLZ 99 t/m 113
  • Opdracht 1 t/m 21

HUISWERK!!!!

Slide 29 - Slide

PRACTICUM!!!!
Basis 4:
  • Proef 1
  • Blz 78 + 79

Kader 4:
  • Proef 1
  • Blz 61 t/m 64

Slide 30 - Slide

Rendement en Capaciteit
§4

Slide 31 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 32 - Slide

Rendement
  • Een apparaat zet elektriciteit om in andere energie
  • De hoeveelheid energie blijf altijd hetzelfde
  • Je krijgt energie die je niet wilt → energieverlies
  • Je krijgt energie die je niet wilt → nuttige energie*

Slide 33 - Slide

Rendement
  • Het rendement van de lamp is 45%.
  • De lamp zet dus 45% om in nuttige energie.

Slide 34 - Slide

De accu
  • Een accu zet chemische energie om in elektrische energie.
  • Er zijn veel verschillende accu's.
  • De capaciteit geeft aan hoelang een accu een bepaalde energie kan leveren.
  • De accu heeft een capaciteit van 40 Ampere-uur.
  • De accu heeft een capaciteit van 40 Ah.

Slide 35 - Slide

Capaciteit
  • Capaciteit bereken je met:
  • Capaciteit = stroomsterkte x tijd
  • Hoelang een apparaat kan werken op een accu of batterij bereken je met:
  • Tijd = capaciteit : stroomsterkte
  • Hoeveel stroom er door een apparaat gaat bereken je met:
  • Stroomsterkte = capaciteit : tijd

Slide 36 - Slide

Leerdoelen 4 Basis

Slide 37 - Slide

Lezen en maken met potlood
Basis 4:
  • BLZ 114 t/m 124
  • Opdracht 1 t/m 23

HUISWERK!!!!

Slide 38 - Slide