Zuurstof klinische les

Klinische les
Zuurstof
2025
1 / 19
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Klinische les
Zuurstof
2025

Slide 1 - Slide

Inhoud
Anatomie
Zuurstoftoediening
Wanneer zuurstof toedienen
Vormen van zuurstof toedienen
Metingen en observaties bij zuurstoftoediening
Saturatie meten (SaO2)
Risico’s zuurstoftoediening
Rekenen

Slide 2 - Slide

Anatomie
Trachea
Bronchiën
Bronchioli
Alveoli
Capillairen

Slide 3 - Slide

Hoe vaak adem je gemiddeld per minuut?
A
6x - 12x
B
12x - 18x
C
18x - 24x
D
24x - 30x

Slide 4 - Quiz

Waar zit je ademhalingscentrum?
A
In je kleine hersenen
B
In je hypothalamus
C
In je grote hersenen
D
In je hersenstam

Slide 5 - Quiz

Het doel van zuurstof toedienen
- corrigeren van zuurstoftekort in het bloed.
- toediening in opdracht van een arts

Slide 6 - Slide

Wat is de correcte benaming voor zuurstoftekort?
A
Hypoxemie
B
Hyperxemie
C
Gewoon zuurstoftekort
D
Hypoglykemie

Slide 7 - Quiz

Wanneer zuurstof toedienen?

- Indicatie wordt gesteld o.b.v. het klinisch beeld van de zorgvrager en gemeten waarden. 
- Hypoxie
- Respiratoir falen in acute situaties

Voorwaarde bij zuurstoftoediening:
De onderliggende oorzaak van de hypoxemie / hypoxie
dient altijd adequaat behandeld te worden.


Slide 8 - Slide

Vormen van zuurstoftoediening

Slide 9 - Slide

Metingen: Bloeddruk, hartslag, temperatuur, saturatie en ademhalingsfrequentie.


Slide 10 - Slide

Observaties
- Algemene indruk: Comfortabel? Angst? Lukt het spreken van volzinnen?
- Ademhaling: Gebruik van de hulp AH spieren? Diepe of oppervlakkige ademhaling?
- Sprake van hoest en/of sputum productie?
- Kleur van de huid, nagels en lippen: Cyanose? Grauw? Decubitus?
- Slijmvliezen in neus, mond en keel: Droog? Geïrriteerd?

Slide 11 - Slide

Afwijkende ademhaling en/of metingen 

   - Informeer direct de arts
  - Regel zo nodig hulp
  - Breng de zorgvrager in halfzittende houding
  - Maak knellende kleding los
  - Indien voorgeschreven: geef medicatie, bijv. Een luchtwegverwijder


Slide 12 - Slide

SaO2 = Percentage hemoglobine verzadigd met zuurstof
Laat teken zien van zuurstoftekort
Ga niet enkel af op de gemeten waarde. Hoe zit de zorgvrager erbij?
Aandachtspunten bij het meten:
Wijsvinger + dezelfde vinger
Tenen of oorlel
Nagellak en kunstnagels
Warmte
Stille hand
Streefwaarden
Klachten bij desaturatie

Slide 13 - Slide

Wat is een acceptabele saturatiemeting bij een gezond mens?
A
>96%
B
>93%
C
>90%
D
>85%

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Risico's bij zuurstoftoediening
Brand en explosies
 - Crèmes: Oliehoudende zalven (o.a. vaseline) kunnen spontaan ontbranden,
                                exploderen of brandwonden veroorzaken. Gebruik crèmes op waterbasis.
 - Roken: Verhoogd brandgevaar. Roken doet het effect van zuurstof toediening teniet.
 - Open vuur: De zorgvrager dient uit de buurt van open vuur te blijven.
 - Elektrische apparaten: Deze kunnen vonkjes veroorzaken, in een zuurstofrijke
                                                               omgeving kan hierdoor brand ontstaan.
                                                               Sluit zuurstof af bij het gebruik van een AED!
 - Ventilatie: Slechte ventilatie vergroot het brandgevaar bij zuurstofgebruik.

Slide 16 - Slide

Hypercapnie
Stapeling van koolstofdioxide (CO2)
Complicatie bij COPD
Symptomen: Hypertensie, hoofdpijn, duizeligheid, zweten, trillingen en stuiptrekkingen, tachypnoe (>20 ah/min), dyspnoe, extrasystole, sufheid/bewustzijnsvermindering, acidose.
Preventieve acties:
Spreek een streefsaturatie en hoeveelheid O2/min af.
Geef geen hoge dosering O2 gedurende een langere periode.
Bouw O2 af zodra de saturatie dit toelaat
Meet regelmatig de vitale functies en observeer op symptomen van hypercapnie.
Vernevel op perslucht i.p.v. op zuurstof.
!! Acuut zuurstoftekort is gevaarlijker dan een risico op CO2-stapeling

Slide 17 - Slide

Zuurstofcilinder
Hoeveel zuurstof nog in de zuurstofcilinder?
Druk (in bar) x inhoud cilinder (in liter) = hoeveelheid zuurstof die nog in de tank zit (in liter)
De manometer van een 10-liter-cilinder geeft 136 bar aan. Hoeveel zuurstof komt er vrij?
A
13,6 L
B
136 L
C
1360 L
D
13 600 L

Slide 18 - Quiz

Druk & inhoud
Hoeveel druk moet er op de manometer staan?
Benodigd zuurstof (in liters) : inhoud cilinder = druk (in bar) die op de manometer moet staan.
Je hebt 180 liter zuurstof nodig en gebruikt een cilinder van 2 liter. Hoeveel druk moet de manometer aangeven?

A
9 bar
B
90 bar
C
900 bar
D
9000 bar

Slide 19 - Quiz