Latijn GY12 - 29 september 2026
Latijn GY12 - 29 september 2026
Grammatica tot nu toe
Nominativus (1e naamval)
Accusativus (4e naamval)
Groep 1: -a
Groep 2a: -us
Groep 2b: -um
Rijtjes
Voor welke functie in een zin wordt de nominativus gebruikt?
Onderwerp
Meewerkend voorwerp
Lijdend voorwerp
Naamwoordelijk deel van het gezegde
Voor welke functie in een zin wordt de accusativus gebruikt?
Onderwerp
Meewerkend voorwerp
Lijdend voorwerp
Naamwoordelijk deel van het gezegde
Wat betekent het als er achter een leerwoord "+ acc." staat? Bijvoorbeeld: in + acc.
Wat betekent het werkwoord ambulat?
Ik loop
Jij loopt
Hij loopt
Lopen
Wat betekent het werkwoord ambulant?
Wij lopen
Jullie lopen
Zij lopen
Lopen
Wat betekent het werkwoord ambulare?
lopend
gelopen
(om te) lopen
loop!
Latijnse werkwoord
Persoonsvormen:
1e ev ik -o
2e ev jij -s
3e ev hij/zij/het -t
1e mv wij -mus
2e mv jullie -tis
3e mv zij -nt
Hele werkwoord (infinitief) -re ((om) te ...)
Taaloefening A (OB p. 17)
Noteer van de gevraagde vormen van de leerwoorden steeds naamval, getal en geslacht. Je mag afkortingen gebruiken.
Bijvoorbeeld: deus = nom ev m
Keuzes:
naamval:
nominativus (nom)
accusativus (acc)
vocativus (voc)
getal:
enkelvoud (ev)
meervoud (mv)
geslacht:
vrouwelijk (v) = groep 1
mannelijk (m) = groep 2a
onzijdig (o) = groep 2b
dei
silvam
victorias
cibum
serve
silvae
vinum (2x)
dona (2x)
victoria
deum
Taaloefening B (OB p. 18)
Geef aan welke van beide werkwoordsvormen de juiste is.
Deus
audit
audiunt
Servi vinum
habet
habent
Midas vinum
videt
vident
Apollo
certat
certant
Dei
canit
canunt
Pan per silvas
errat
errant
Vertalen 2B
Begin steeds met de persoonsvorm (op -t of -nt). Tip: staat meestal als laatste woord voor een punt of komma.
Ga op zoek naar (eventueel) het onderwerp en/of het lijdend voorwerp.
Vertaal de overige woorden
Maak de zin kloppend.