Informatie en Data

Informatie en Data

Leerdoel

  1. Je kent de eisen die gesteld kunnen worden aan informatie.

  2. Je kunt in een context verschillende doelen van informatie benoemen.

  3. Je weet wat een informatiesysteem is.

1 / 67
next
Slide 1: Slide
New lesson editorInformaticaSecondary Education

This lesson contains 67 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Informatie en Data

Leerdoel

  1. Je kent de eisen die gesteld kunnen worden aan informatie.

  2. Je kunt in een context verschillende doelen van informatie benoemen.

  3. Je weet wat een informatiesysteem is.

INFORMATIE

  1. Je weet het verschil tussen gegevens en informatie.

  2. Je kent verschillende vormen van dataverwerking.

Wat beoordeelt de relevantie van informatie?

A

Is de informatie gericht op de gebruiker

B

Is de informatie bruikbaar voor het te bereiken doel?

C

Is de informatie duidelijk gestructureerd?

D

Is de informatie correct en afkomstig van een betrouwbare bron?

Wat is een informatiesysteem?

A

Een geïsoleerd systeem van losse onderdelen.

B

Een samenhangend geheel van onderdelen met een gemeenschappelijk doel.

Wat wordt bedoeld met de vraag 'Is het systeem een hulpmiddel om de informatiedoelen te halen'?

A

Toegankelijkheid

B

Doelgerichtheid

C

Efficiëntie

D

Continuïteit

Hoe wordt het risico van systeemuitval genoemd?

A

Doelgerichtheid

B

Efficiëntie

C

Continuïteit

D

Veiligheid

Welke factor betreft de verhouding tussen kosten en kwaliteit van het systeem?

A

Efficiëntie

B

Toegankelijkheid

C

Doelgerichtheid

D

Veiligheid

Welke factor heeft betrekking op de naleving van de wet AVG en de beveiliging van het systeem?

A

Continuïteit

B

Veiligheid

C

Doelgerichtheid

D

Toegankelijkheid

Wat is het doel van een informatiesysteem?

A

Het verschaffen van specifieke informatie.

B

Het bewaren van willekeurige gegevens.

C


Wat wordt bedoeld met de beschikbaarheid van informatie?

A

Ontbreekt er informatie?

B

Is de informatie gericht op de gebruiker

C

Is de informatie op het juiste moment beschikbaar?

D

Is de informatie bruikbaar voor het te bereiken doel?

Wat wordt beoordeeld bij overzichtelijkheid?

A

Is de informatie gericht op de gebruiker

B

Is de informatie bruikbaar voor het te bereiken doel?

C

Is de informatie duidelijk gestructureerd?

D

Is de informatie correct en afkomstig van een betrouwbare bron?

Wat betekent doelgerichtheid van informatie?

A

Is de informatie gericht op de gebruiker

B

Ontbreekt er informatie?

C

Is de informatie op het juiste moment beschikbaar?

D

Is de informatie duidelijk gestructureerd?

Wat behoort er tot ICT?

A

Datacommunicatie

B

Software

C

Hardware

D

Communicatie

Welke onderdelen vallen onder ICT?

A

Hardware

B

Alle technologie

C

Software

D

Datacommunicatie

Behoort een Samsung smart fridge tot ICT?

Wat is het verband tussen communicatie en informatie?

A

Communicatie en informatie staan los van elkaar

B

Communicatie is het verzamelen van informatie

C

Communicatie en informatie komen op hetzelfde neer

D

Communicatie is het overdragen van informatie

DATAVERWERKING

  1. Je weet het verschil tussen gegevens en informatie.

  2. Je kent verschillende vormen van dataverwerking.

Wordt informatie altijd opgeslagen in een database?

A

Onjuist

B

Juist

Is een informatiesysteem altijd geautomatiseerd?

A

Juist

B

Onjuist

Is een verjaardagskalender een informatiesysteem?

A

Juist

B

Onjuist

Is de behoefte aan informatie ontstaan door automatisering?

A

Onjuist

B

Juist

Wat is metadata?

A

Sensordata voor voorspellingen

B

Gebruikersactiviteiten

C

Data over de data

D

Data van geautomatiseerde systemen

Wat wordt bijgehouden bij geautomatiseerde systemen?

A

Temperatuur- en luchtdruksensoren

B

Nieuwe data voor opslag

C

Loggegevens

D

Informatie over gebruikersactiviteiten

Waarop houden veel devices, apps en websites bij wat gebruikers doen?

A

Geautomatiseerde systemen

B

Sensoren

C

Activiteiten van systemen

D

Activiteiten van gebruikers

Het analyseren is een belangrijke stap in het verbeteren van een systeem. Wat moet je analyseren?

A

Loggegevens

B

Sensordata

C

Gebruikersactiviteiten

D

Metadata

Wat is een voorbeeld van ordenen van data?

A

Het analyseren van verdacht gedrag

B

Het sorteren op volgorde van tijd

Wat is een mogelijke reden om data te wijzigen?

A

Als er een verbeterde analyse is gemaakt

B

Om de data te verzamelen

Hoe kan de data verspreid worden?

A

Door de data online beschikbaar te maken

B

Door de data te bewaren in een database

GESTUCTUREERDE DATA

  1. Je weet wat een databasemanagementsysteem is.

  2. Je weet wat een webservice is en kunt belangrijke voordelen hiervan benoemen.

Wat is de functie van een databasemanagementsysteem (DBMS)?

A

Opzetten, raadplegen, onderhouden en beveiligen van databases

B

Het beheren van servers

C

Het ontwikkelen van databases

D

Het analyseren van gegevens

Wat is een eigenschap van een DBMS met betrekking tot multi-usersoftware?

A

Het beperkt het aantal gebruikers

B

Het vereist aparte servers voor elke gebruiker

C

Het zorgt ervoor dat veel gebruikers tegelijk gebruik kunnen maken van de databases

D

Het maakt individuele databases per gebruiker

Wat is een belangrijke rol van een DBMS bij gelijktijdig gebruik van de database door meerdere gebruikers?

A

Het zorgt ervoor dat de gegevens juist en volledig zijn

B

Het vertraagt de toegang tot de database

C

Het limiteert het aantal gebruikers

D

Het beperkt de toegang van gebruikersapplicaties

Wat is de vraagtaal (Query Language) die de meeste DBMS-en gebruiken?

A

SQL

B

Java

C

C++

D

Python

Wat is het doel van een vraagtaal (Query Language) in DBMS?

A

Grafieken maken

B

Data uit databases halen, koppelen en selecteren

C

Rapporten genereren

D

Formulieren invullen

Wat kan een gebruiker via het DBMS doen met de vraagtaal (Query Language)?

A

Data wijzigen

B

Bestanden verwijderen

C

Netwerkinstellingen aanpassen

D

Software installeren

Wat is een voordeel van het gebruik van een webservice?

A

Eenvoudigere data-opvraging

B

Extra beveiligingslaag

C

Complexe data-opvraging

D

Minder beveiliging

Hoe halen veel apps data uit databases?

A

Rechtstreeks via een DBMS

B

Via een webservice

Wat controleert een webservice net als de DBMS?

A

De hoeveelheid data

B

Of een request toegestaan is

BIGDATA

  1. Je weet wat big data is en kan vijf belangrijke kenmerken noemen.

  2. Je weet iets van de oplossingen en uitdagingen die big data met zich mee brengt.

  3. Je weet wat datamining is.

Wat kenmerkt big data?

A

Grote hoeveelheid data maar zonder nieuwe toevoegingen.

B

Beperkte hoeveelheid data en statisch van aard.

C

Veel data en doorlopend aangevuld met nieuwe data.

D

Data die alleen vooraf bekende informatiedoelen verzamelt.

Wat is een essentieel verschil tussen 'gewone' data en big data?

A

Big data verzamelt alleen data uit social media.

B

Bij big data zijn de informatiedoelen vooraf niet bekend.

C

'Gewone' data bevat alleen bestaande informatie.

D

Gewone data is beperkt in omvang en scope.

Wat is het kenmerk van big data?

A

Het is een verzameling van allerlei soorten data

B

Het is slechts afkomstig van één bron

C

Het is altijd volledig gestructureerd

D

Het is gestructureerd opgeslagen in een database

Hoe wordt traditionele data opgeslagen in vergelijking met big data?

A

Big data wordt gestructureerd opgeslagen in een database

B

Traditionele data is ongestructureerd opgeslagen

C

Big data is ongestructureerd opgeslagen

D

Traditionele data wordt gestructureerd opgeslagen in een database

Waarom moet big data snel toegankelijk zijn?

A

Om kosten te besparen.

B

Om de privacy te waarborgen.

C

Om grote hoeveelheden nieuwe data te verwerken.

D

Om data op te slaan.

Waarom moet big data snel op te vragen zijn?

A

Om de opslagcapaciteit te maximaliseren.

B

Om efficiënt met elkaar te worden gecombineerd en geanalyseerd.

C

Om gegevens te verbergen.

D

Om trage systemen te compenseren.

Wat is een belangrijk aspect bij het analyseren van big data?

A

Specialistische software gebruiken

B

Opslaan van data in een Excel-bestand

C

Handmatig analyseren van de data

D

Gebruik maken van 'gewone' dataverwerking

Wat voor rol hebben data-analisten bij big data?

A

Ze zijn niet betrokken bij big data

B

Ze sturen de software aan en interpreteren de resultaten

C

Ze ontwikkelen de specialistische software

D

Ze verwerken data in Excel-bestanden

Wat wordt vaak gebruikt in specialistische software voor big data analyse?

A

Basis algoritmen

B

Kunstmatige intelligentie

C

Gewone dataverwerkingstools

D

Handmatige data-entry

Waarom is big data waardevol voor bedrijven?

A

Het is vooral handig voor kleine bedrijven.

B

Het biedt alleen oppervlakkige inzichten.

C

Het is interessant voor wetenschappelijke onderzoeken.

D

Er kan veel geld verdiend worden aan de informatie.

Waarom is big data waardevol voor organisaties?

A

Het veroorzaakt alleen maar verwarring.

B

Het is vooral handig voor individuen.

C

Het leidt tot onnodige kosten.

D

Het biedt veel nieuwe inzichten.

Onder welke drie categorieen kun je de toepassing van Big Data onderbrengen?

Wat kan big data helpen begrijpen in het kader van marktonderzoek?

A

Wat de redenen zijn achter bepaalde koopgedrag.

B

Welke leeftijdsgroep het meest online shopt.

C

Hoeveel mensen een bepaald product hebben gekocht.

D

Welk merk de meeste reclame heeft gemaakt.

Hoe kan big data worden toegepast om het succes van een reclamecampagne te onderzoeken?

A

Door te kijken naar het weer tijdens de campagneperiode.

B

Door te vragen aan mensen of ze de reclame hebben gezien.

C

Door te tellen hoe vaak de reclame op televisie is verschenen.

D

Door te analyseren welke impact de campagne heeft gehad.

Hoe kan big data helpen bij het nemen van beslissingen?

A

Door alleen te vertrouwen op intuïtie.

B

Door het analyseren van grote hoeveelheden data.

C

Door het willekeurig nemen van beslissingen.

D

Door het negeren van data-analyse.

Wat is een voorbeeld van een toepassing van big data bij webshops?

A

Voorspellen wanneer klanten veel pakketten zullen ontvangen

B

Het kiezen van de bedrijfsnaam

C

Het bepalen van de openingsuren van de klantenservice

D

Het ontwerpen van de website lay-out

Wat is een uitdaging bij het gebruik van big data?

A

Het vinden van de juiste datastructuren

B

Het beperken van de hoeveelheid data

C

Het gebruik van complexe algoritmes

D

Het snel verdelen en opvragen van data

Waar moeten gedistribueerde systemen data snel kunnen verdelen?

A

Diverse opslagplaatsen

B

Cloudopslag

C

Externe servers

D

Lokale computers

Wat zijn gedistribueerde systemen in relatie tot big data?

A

Systemen die data snel kunnen verdelen en opvragen

B

Systemen die data analyseren

C

Systemen die data kunnen comprimeren

D

Systemen die data lokaal opslaan

Waar moet de software mee kunnen omgaan?

A

Alleen maar accurate data.

B

Incompleet, overcompleet en tegenstrijdig data.

C

Alleen maar gestandaardiseerde data.

D

Alleen maar gestructureerde data.

Hoe verdienen bedrijven als Google geld met hun producten?

A

Door gebruikers direct te laten betalen

B

Door gegevens van gebruikers te verzamelen

Wat is een potentieel risico van big data?

A

Verbetering van dienstverlening aan burgers

B

Machtsmisbruik en schending van privacyrechten

Wat is een belangrijke taak van een data-analist?

A

Grafiekvisualisatie

B

Data-invoer

C

Datamining

D

Tekstanalyse

Wat is naast voldoende data ook belangrijk voor een betrouwbare conclusie?

A

Dat de data uit verschillende bronnen komt.

B

Dat de data in een mooie grafiek wordt gepresenteerd.

C

Dat de data van hoge kwaliteit is.

D

Dat de data representatief is.

Waarom is het niet voldoende om alleen veel data te hebben voor een betrouwbare analyse?

A

Omdat meer data altijd voor betere inzichten zorgt.

B

Omdat grote datasets moeilijk te beheren zijn.

C

Omdat de data ook representatief moet zijn.

D

Omdat het verzamelen van veel data te duur is.

Welke software wordt gebruikt voor het zoeken naar verbanden in data?

A

Tekstverwerking

B

Spreadsheet-software

C

Presentatiesoftware

D

Software met data-analysealgoritmen

Wat wordt bedoeld met een causaal verband?

A

Een oorzaak-gevolg relatie tussen twee variabelen.

B

Een correlatie tussen twee variabelen zonder oorzaak-gevolg relatie.

Wat is het verschil tussen correlatie en causaal verband?

A

Correlatie toont een verband tussen variabelen, terwijl causaal verband een oorzaak-gevolg relatie aanduidt.

B

Correlatie en causaal verband zijn synoniemen.