Blok 5 - Grammatica - les 1 - zinsdelen

Blok 5 - Grammatica
Zinsdelen - herhaling
Open vast LessonUp.app!
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Blok 5 - Grammatica
Zinsdelen - herhaling
Open vast LessonUp.app!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Herhaling: redekundig ontleden (zinsdelen)
Wanneer?
Wie/wat doet het?
Met wie?
Waar?
heeft
gepraat.
Vul dit bouwplan verder in. 
Schrijf op in je schrift.
1
Werkwoordsvormen:
Welke vorm van het werkwoord (hebben) is 'heeft'?
3
Werkwoordsvormen:
Welke vorm van het werkwoord (praten) is 'gepraat'?
4
Uit hoeveel zinsdelen bestaat deze zin?
5
Hoe noem je het zinsdeel 'heeft gepraat'?
2
Het onderwerp is ook een zinsdeel. Wat is het onderwerp in deze zin?
6
Welke zinsdelen kun je weglaten en toch een goede zin overhouden? (basiszin)
7
Het onderwerp en de persoonsvorm horen bij elkaar. 
Laat dat in een zin zien door de getalproef te gebruiken.
8

Slide 2 - Slide

Hier beschrijf je de leerdoelen van deze les.

Kunnen 
  • Je weet wat dat grammatica bestaat uit twee onderdelen:
  1. redekundig ontleden (zinsdelen)
  2. Taalkundig ontleden (woordsoorten) 
  • Je weet hoe je de volgende zinsdelen in een zin kunt vinden: wwg - ond



 
  • Je kunt een zin in zinsdelen verdelen door  zinsdeelstreepjes tussen de zinsdelen te zetten.

  • Je kunt in een zin de zinsdelen wwg en ond benoemen. 



Weten 
5

Slide 3 - Slide

Hier beschrijf je de leerdoelen van deze les.

           Grammatica - opdracht 7    
5
  1. Schrijf de zinnen van tekst 3 over. Laat tussen elke zin een regel over. Verdeel de zinnen in zinsdelen door er streepjes tussen te zetten.
  2. Schrijf van elke zin het werkwoordelijk gezegde (wwg) en het onderwerp (ond) op.

Slide 4 - Slide

Hier beschrijf je de leerdoelen van deze les.

           Grammatica - zelfstandig werken    
5
Lees
blz. 222 
Lees opdracht 8 goed door. Zorg dat je snapt wat je moet doen voordat je begint.
Maak
Opdracht 8
Hoe
In je schrift.
Zachtjes overleggen mag.
Tijd
10 minuten
Klaar
Lees de theorie op blz. 22 (Blok 1). Beantwoord daarna de vraag: Wat is bij Grammatica het verschil tussen zinsontleding en woordsoortbenoeming?
Resultaat
Klassikaal bespreken van opdracht 8

Slide 5 - Slide

Hier beschrijf je de leerdoelen van deze les.

           Grammatica - typische toetsvragen
5
 LessonUp.app

Slide 6 - Slide

Hier beschrijf je de leerdoelen van deze les.

Geef je zin door.
Maak een goede zin door het bouwplan in te vullen.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

De wegwerkers repareerden gisteren de stoep van ouderwetse stenen.
Verdeel deze zin in zinsdelen. Zet een schuine streep / tussen de zinsdelen.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Wat is het 'wwg' in de zin:
We eten een ijsje in de zon.
A
We
B
eten
C
een ijsje
D
in de zon?

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het 'ond' in de zin:
We eten een ijsje in de zon.
A
We
B
eten
C
een ijsje
D
in de zon?

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Ik kan een zin in zinsdelen verdelen en de zinsdelen wwg en ond benoemen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

This item has no instructions