H19.2 CIRKELdiagrammen

Startrekenen 
Hoofdstuk  19 Diagrammen
Les 2 




1 / 43
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Startrekenen 
Hoofdstuk  19 Diagrammen
Les 2 




Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning
- Leerdoelen
- Uitleg
- Aan de slag!

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
- Ik kan een staafdiagram maken op basis van een tabel.
- Ik weet wat een cirkeldiagram is.
- Ik kan informatie uit een cirkeldiagram aflezen.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Diagrammen maken
  • Je kunt een staafdiagram maken bij informatie uit een schema of tabel. 
  • Je tekent dan de staven die bij de aantallen horen in een assenstelsel.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld

Slide 5 - Slide

Teken in het assenstelsel de staven voor de investering in groene energie in 2012.
Je ziet op de horizontale as dat je eerst de staaf van China moet tekenen. Je zoekt in de tabel op hoeveel miljarden euro’s China heeft geïnvesteerd in groene energie in 2012. China heeft € 25 miljard geïnvesteerd. Je tekent in het assenstelsel een staaf tot 25.
Antwoord

Slide 6 - Slide

De andere staven teken je op dezelfde manier in het assenstelsel.
Opdracht:

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Antwoord:

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

19.2 Cirkeldiagrammen

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Uitleg
  • Een cirkeldiagram is een cirkel die is opgedeeld in een aantal delen.
  • Elk deel van de cirkel hoort bij een deel van het totaal.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Cirkeldiagram:
-Een cirkeldiagram is verdeeld in
sectoren.
-Bij een cirkeldiagram staan vaak
aantallen of percentages.
-Deze cirkeldiagram
bestaat uit 3 sectoren.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

het cirkeldiagram of het taartpuntendiagram
Een deel van het cirkeldiagram 
heet een sector of een taartpunt.


de sector, de sectoren

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld:
  1. Welke sector is groter: Knaagdieren of katten?
  2. Wat is de kleinste sector?
  3. Hoeveel procent van de dieren 
in de dierenopvang zijn honden?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld
Hoeveel procent van de verkochte 
taarten is aardbeientaart?

Hoeveel procent van de verkochte 
taarten is chocoladetaart?

Welke taart wordt het meest verkocht in Oma’s Taartwinkel?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1:
1. Hoeveel % totaal?
2. Welk percentage
 is jonger dan 
 5 jaar?
3. Hoeveel procent
is tussen de 15 
en 25 jaar?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Antwoord 1:
1. 100 %
2. Welk percentage
 is jonger dan 
 5 jaar?  18%
3. Hoeveel procent
is tussen de 15 
en 25 jaar? 
21+22= 43%

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2:
Hoeveel procent kiest
voor een vakantie bij
de zee en de bergen?


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Antwoord 2:
Hoeveel procent kiest
voor een vakantie bij
de zee en de bergen?
23+17= 40 %

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

kleuren
Als je moeite hebt met kleuren onderscheiden,
dan MOET je dat melden bij je rekendocenten en bij je studentcoach.
Zij moeten dan zorgen dat je bij je toets 
en bij je rekenexamen vragen mag stellen
over welke kleuren er gebruikt worden.

kleurenblind - de beperking waardoor een persoon niet goed genoeg kleuren onderscheiden kan
Links staat een cirkel met groene rondjes en in oranje het getal 97.
Rechts is wat sommige kleurenblinden zien: alleen maar groene rondjes.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3:
1. Welke doelgroep 
krijgt de minste 
subsidie?
2. Hoeveel procent
 subsidie
krijgt 'cultuur'?

overig - de rest
de cultuur - muziek, theater, museum
sociaal - daklozen, ondersteuning arme mensen

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Antwoord 3:
1. Welke doelgroep 
krijgt de minste 
subsidie? de jeugd

2. Hoeveel subsidie
krijgt 'cultuur'. 27 %

overig - de rest
de cultuur - muziek, theater, museum
sociaal - daklozen, ondersteuning arme mensen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdract 4:
1. Hoeveel studenten hadden liever een 
andere baan gehad?
2. Waar heb je dat afgelezen? 
In het staafdiagram of 
in het cirkeldiagram?
3. Hoeveel procent v.d. studenten 
had een geweldige bijbaan?
4. Waar heb je dat afgelezen?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Antwoord 4:
1. Hoeveel studenten hadden liever een 
andere baan gehad? 150 studenten
2. Waar heb je dat afgelezen? 
In het staafdiagram of in het 
cirkeldiagram? staaf-d (geeft aantallen)
3. Hoeveel procent v.d. studenten had een
 geweldige bijbaan? 50% (1/2 cirkel)
4. Waar heb je dat afgelezen? (cirkel geeft
 percentages)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 5:
1. Bij welke school doet 
het kleinste aantal 
studenten aan tennis?

2. In welk diagram heb je 
dat afgelezen?

school A ca. 990 studenten
school B ca. 940 studenten

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Antwoord 5:
1. Bij welke school doet 
het kleinste aantal 
studenten aan tennis? A

2. In welk diagram heb je 
dat afgelezen? staafdiagram

school A ca. 990 studenten
school B ca. 940 studenten

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 6:





Aan welk onderdeel besteden Kim en Jos evenveel tijd?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Rekenen met cirkeldiagrammen
Hoeveel procent van het verbruikte water wordt gebruikt voor toiletspoeling?
Hoeveel procent van het verbruikte water wordt gebruikt voor kleding wassen?

Slide 27 - Slide

Soms heb je informatie uit een cirkeldiagram nodig om iets uit te rekenen.
Stap 1
Lees de informatie af.
In de legenda zie je dat bij toiletspoeling de kleur groen hoort.
Bij het groene deel staat 36 liter.
In de titel zie je dat in totaal 120 liter water wordt gebruikt.
Stap 2
Reken uit.
Je berekent het percentage.
36 liter van 120 liter = 30%
30% van het verbruikte water wordt gebruikt voor toiletspoeling.
Hoe goed begrijp je cirkeldiagrammen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

This item has no instructions

Aan de slag
Hoofdstuk 19 op blz. 203.
Maak opdrachten  5 t/m 10. Blz. 203 t/m 208
Veel succes!

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Aan welk onderdeel
besteden Kim en
Jos evenveel tijd?

timer
0:30
A
school
B
huiswerk
C
eten
D
slapen

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

percentages veranderen
De lunchroom wil meer sappen
en minder koffie gaan verkopen.

Het lukt! Het percentage sappen
stijgt naar 10 %.

Hoeveel procent koffie wordt er dan nog verkocht?
Geef je antwoord via LessonUp.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Type je berekening en antwoord.
Meer sap, minder koffie!
Sap stijgt naar 10%.
Hoeveel procent koffie nog?
timer
2:00

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

percentages veranderen

De lunchroom wil meer sappen
en minder koffie gaan verkopen.
Het lukt! Het percentage sappen
stijgt naar 10 %.

Hoeveel procent koffie wordt er dan nog verkocht?
In een cirkeldiagram gaat het altijd om 100%. 
Sappen was 5%, wordt 10% (dus 5% + 5%). Koffie 38-5= 33%

Er staat niets over de andere consumpties. Dat betekent dat die percentages niet veranderen.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

ontbrekend aantal berekenen
Totaal zijn er 150 taarten
verkocht.
Hoeveel kwarktaarten waren
daarbij?

Let op de waarde 
(de betekenis) van 
de getallen!            Geef berekening en antwoord via LessonUp.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel kwarktaarten
werden er verkocht?
Type berekening en antwoord.
timer
1:00

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

ontbrekend aantal berekenen                                    NUR

Totaal zijn er 150 taarten
verkocht.
Hoeveel kwarktaarten waren
daarbij?

andere taarten 
30+39+30+14=113 taarten
totaal 150     150-113 = 37 kwarktaarten

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

oefenen met de aanpak van context-opgaven
tekst en rekenen
A. de opgave splitsen in info en vraag
1- Lees tekst. Bepaal of je onbekende woorden moet opzoeken.
2- Welke gegevens zijn er in de info-tekst en de afbeelding?
3- Welke gegevens zijn er in de vraag?
4- Wat moet ik doen bij de vraag?
B. nadenken over een oplossing
5- Welke berekeningen kunnen bij de info en de vraag passen?
C. 6- de berekening(en) maken
D. 7- controleren of het zou kunnen wat ik heb uitgerekend

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Geef nog geen antwoord.
Zijn er woorden die je moet opzoeken?
Links staan de aantallen
rechts moeten 
de percentages komen.


Slide 38 - Slide

This item has no instructions

A. de opgave splitsen in info en vraag
2- Welke gegevens zijn er in de info-tekst en de afbeelding?
3- Welke gegevens zijn er in de vraag?

info
cirkeldiagram
aantallen in de sectoren
vragen
cirkeldiagram
percentages in de sectoren
                                     
                                                                  
                                                                  
                                                                    






                                                                                >>>

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

A4- Wat moet ik doen bij de vraag?
de vraag:
Welke percentages horen in de sectoren?

de taak
uitrekenen van het totaal
bepalen van de percentages

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

B. 5- nadenken over een oplossing van de vraag: 

totaal van de aantallen uitrekenen:   optellen v.d. aantallen

cirkeldiagram is altijd 100%

totaal v.d. aantallen = 100%

totaal v.d. aantallen : 100 = 1%

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

C 6- de berekeningen maken
Let op: afronden!
totaal van de aantallen = 20+30+60+90 = 200

percentage = deel : geheel x 100

rode sector     20/200 x 100 = 10%
paarse sector  30/200 x 100 = 15 %
blauwe sector  60/200 x 100 = 30 %
groene sector  90/200 x 100 = 45 %


Slide 42 - Slide

This item has no instructions

D 7- controleren of het antwoord zou kunnen kloppen
totaal van de aantallen = 20+30+60+90 = 200

percentage = deel : geheel x 100
rode sector    20/200 x 100 = 10%
paarse sector 30/200 x 100 = 15 %
blauwe sector 60/200 x 100 = 30 %
groene sector 90/200 x 100 = 45 % +
TOTAAL                                 100 %
Alle sectoren bij elkaar moeten 100% zijn.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions