4H - H4 - compleet

Natuurkunde
Wat heb je nodig vandaag?



Boek en schrift
Rekenmachine
Pen


1 / 11
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 11 slides, with text slides.

Items in this lesson

Natuurkunde
Wat heb je nodig vandaag?



Boek en schrift
Rekenmachine
Pen


Slide 1 - Slide

Vandaag
- Doorlopen van hoofdstuk 4

- Samen voorbeeld opdrachten maken.

- Tips voor verdere voorbereidingen

Slide 2 - Slide

4.1 Eigenschappen van trillingen
Begrippen:
Evenwichtstand
Uitwijking
Amplitude
Trillingstijd
Frequentie

Vaardigheden:


  • Omrekenen van trillingstijd naar frequentie en andersom  

Slide 3 - Slide

4.2 Diagrammen en functies
Begrippen:
oscillogram
cardiogram
(u,t)-diagram
harmonische trill.

Vaardigheden:

  • Aflezen van een oscillogram en cardiogram
     
  • Aflezen van een (u,t)-diagram

Slide 4 - Slide

Voorbeeld
a) vul dit schema in





b) Welke trilling gaat het snelst door de evenwichtstand?

amplitude
trillingstijd
frequentie
A
B
C
D

Slide 5 - Slide

Verder oefenen met: 
Het bepalen van amplitude, trillingstijd, frequentie uit een (u,t)-diagram, en een uitspraak doen over de snelheid.
20

Slide 6 - Slide

4.3 Resonantie
Begrippen:



Harmonische tr.
Vaardigheden:

  • Rekenen met de formule voor trillingstijd van een massa-veersysteem

Slide 7 - Slide

4.4 Cirkelbewegingen
Begrippen:

baansnelheid
omlooptijd
middelpunt-
              zoekende
              kracht
Vaardigheden:
  • Rekenen met de formule voor de snelheid van een eenparige cirkelbeweging.
  • Rekenen met de formule voor de middelpuntzoekende kracht. 

Slide 8 - Slide

Voorbeeld
Een blaadje sla (0,8 gram) draait rond
in een slacentrifuge. De slacentrifuge 
heeft een diameter van 35cm. Het
blaadje sla draait 12 rondjes per seconde.
a) Bereken de baansnelheid van het blaadje sla.
b) Bereken de middelpuntzoekende kracht die op het blaadje sla werkt.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
Een springplank gedraagt zich als een veer met een 
veerconstante van C=6000 N/m
a) Bereken de trillingstijd wanneer er iemand van 65 kg op de springplank gaat staan.

Iemand van 80 kg rent naar de springplank en zet zich af. Er ontstaat een trilling met een amplitude van 6,5 cm.
b) Bereken hoe ver de veer maximaal ingedrukt wordt.

Slide 10 - Slide

Verder oefenen met: 
Formule voor trillingstijd van een massa-veersysteem 
33
Cirkel-bewegingen
43

Slide 11 - Slide