Veiligheid en criminaliteit (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

BINDING · VEILIGHEID

Quiz

Terugblik: Veiligheid en criminaliteit

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik quiz met 12 vragen over het hele onderwerp veiligheid en criminaliteit: onveiligheid, beeldvorming, verklaringen, strafrecht, strategieën en politieke stromingen. Geschikt als afsluiting of herhaling.

Items in this lesson

BINDING · VEILIGHEID

Quiz

Terugblik: Veiligheid en criminaliteit

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Syced / Wikimedia Commons, CC0

Welke bewering over berichtgeving in de media klopt?

A

Ze verandert altijd de objectieve onveiligheid

B

Ze heeft geen invloed op het referentiekader van lezers

C

Ze kan bijdragen aan subjectieve onveiligheid

D

Ze geeft altijd een volledig beeld van de werkelijkheid

Syllabus 16.4. Verwachte fout: denken dat media de werkelijke omvang van criminaliteit veranderen.

Vul in

Volgens Beck leven we in een risicomaatschappij: het is vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is voor nieuwe risico's, wat het vertrouwen aantast.

risicomaatschappij
verantwoordelijk
veiligheidsutopie
rechtsstaat

Syllabus 16.1. Verwachte fout: veiligheidsutopie invullen; dat is de verzoening van vrijheid en veiligheid.

Wat is het dilemma van de rechtsstaat?

A

Vrijheid tegenover gelijkheid

B

Preventie tegenover repressie

C

Rechtshandhaving tegenover rechtsbescherming

D

Daadrecht tegenover daderrecht

Syllabus 16.5. Verwachte fout: preventie tegenover repressie, omdat dat ook een tegenstelling is. Het dilemma gaat over bescherming tegen criminaliteit en respect voor vrijheid.

Waarom is criminaliteit een relatief begrip?

A

Wat strafbaar is, verschilt per land en periode

B

Alleen de pakkans bepaalt wat criminaliteit is

C

Elk gedrag dat schade doet is strafbaar

D

Criminaliteit komt alleen in welvarende landen voor

Syllabus 16.6. Verwachte fout: denken dat alle schadelijk gedrag strafbaar is.

Mila steelt, want de buit lijkt haar groter dan het risico. Welke theorie past?

A

Bindingstheorie

B

Anomietheorie

C

Etiketteringtheorie

D

Rationele keuzetheorie

Goed: de rationele keuzetheorie, een afweging van kosten en baten waarbij de baten hoger worden geschat (syllabus 16.7). Anomie gaat over doelen zonder toereikende middelen, binding over banden met gezin en school, etikettering over het stempel van de omgeving.

Noem twee factoren die criminaliteit bevorderen.

Syllabus 16.7. Goed antwoord: twee van: minder sociale cohesie en sociale controle, meer groepen waarin crimineel gedrag de norm is, losser gezag tussen bevolking en politie, meer ongelijkheid. Verwachte fout: eigenschappen van een bevolkingsgroep noemen. Het gaat om omstandigheden.

Welk doel van straffen hoort bij de moderne school?

A

Vergelding van de daad

B

Resocialisatie van de dader

C

Generale preventie door afschrikking

D

Een vaste straf voor elke dader

Syllabus 17.1. Verwachte fout: generale preventie kiezen; die hoort bij de klassieke school.

Hoe is het Nederlandse strafrecht opgebouwd?

A

Als compromis tussen klassieke en moderne school

B

Alleen op de klassieke school

C

Alleen op de moderne school

D

Op de etiketteringtheorie

Syllabus 17.1. Verwachte fout: één school kiezen, omdat de scholen als tegenpolen worden geleerd.

Welke maatregel hoort bij ondersteuning en hulpverlening?

A

Cameratoezicht in het uitgaansgebied

B

Preventief fouilleren bij ingangen

C

Gedragstherapie en vaardigheidstraining voor jongeren

D

Supersnelrecht voor aangehouden verdachten

Syllabus 17.3. Verwachte fout: preventief fouilleren, omdat dat ook preventief is; het hoort bij gelegenheid beperken.

Wat verschilt preventief van repressief beleid?

Syllabus 17.3. Goed antwoord: repressief is rechtshandhaving (opsporen, vervolgen, straffen); preventief is ondersteuning en hulpverlening of het beperken van de gelegenheid, gericht op voorkomen. Verwachte fout: preventief als 'zachter straffen' omschrijven.

Welke stroming legt de nadruk op eigen verantwoordelijkheid van burgers?

A

De sociaaldemocratische stroming

B

De liberale stroming

C

De confessionele stroming

D

Geen van de stromingen

Syllabus 17.2. Verwachte fout: de confessionele stroming, omdat die ook handhaving belangrijk vindt. Eigen verantwoordelijkheid is het accent van de liberalen.

Vul in

Bij de etiketteringtheorie is het etiket 'crimineel' een selffulfilling prophecy: mensen gaan zich ernaar gedragen.

etiketteringtheorie
selffulfilling prophecy
bindingstheorie
gelegenheidstheorie

Syllabus 16.7. Verwachte fout: bindingstheorie, omdat het over de sociale omgeving gaat.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

BINDING · VEILIGHEID

Goed gedaan!

Je weet nu hoe veiligheid, criminaliteit en beleid samenhangen: wat meetbaar is, wat gevoeld wordt, hoe theorieën criminaliteit verklaren en hoe de overheid reageert.

This item has no instructions