Breuken
Breuken
Deze getallen heten breuken.
Wat zegt de teller van een breuk?
In hoeveel stukken de hele is verdeeld.
Hoeveel stukken van de breuk je hebt.
Benoem de breuk
Welke breuk hoort hierbij?
Een breuk voer je in als 1/2
Welke breuk hoort hierbij?
Een breuk voer je in als 1/2
Hoe noem je deze breuk?
Welke breuk zie je? Schrijf de breuk op! .../...
Gelijkwaardige breuken: breuken die even groot zijn, maar op een andere manier opgeschreven.
GELIJKNAMIGE BREUKEN
GELIJKNAMIGE BREUKEN zijn breuken met dezelfde NOEMER:
Je kunt deze gelijknamige breuken bij elkaar
optellen en aftrekken.
De NOEMER blijft altijd gelijk!
Gelijknamige breuken optellen
Gelijknamige breuken aftrekken
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Gelijknamige breuken
Gelijkwaardige breuken
Ongelijknamige breuken
Maar wat doe je met ongelijknamige breuken?
Dus bijvoorbeeld:
1/4 + 1/2=
Maak er eerst gelijknamige breuken van!
Vereenvoudigen
Breuken moet je vereenvoudigen als je antwoord geeft.
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Luister naar de docent
Woordenlijst
de breuk
de teller
de noemer
gelijkwaardige breuken
gelijknamige breuken
ongelijknamige breuken
vereenvoudigen van de breuk