2.1 Hoe word je wie je bent

Terughalen Maatschappijk probleem
+ nakijken huiswerk 1.4 (4,6,7)
1 / 23
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Terughalen Maatschappijk probleem
+ nakijken huiswerk 1.4 (4,6,7)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel 2.1
Je kunt beargumenteren of je een nature- of nurture-aanhanger bent

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Succescriteria 2.1
Je kunt uitleggen hoe je omgeving en cultuur bijdragen aan jouw socialisatie
Je kunt 8 plaatsen noemen waar je socialiseert
Je kunt het verschil uitleggen tussen nature en nurture

Slide 3 - Slide

This item has no instructions





Aangeboren of aangeleerd?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Aangeboren kenmerken
Bijvoorbeeld:

  • Talent

  • Verlegenheid

  • ADHD

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Aangeleerde kenmerken
Bijvoorbeeld:

  • Je eet met mes en vork.

  • Je komt op tijd in de les.

  • Je hebt respect voor anderen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Eigenschappen zijn aangeboren of aangeleerd.
Je ... is vooral aangeleerd.

Welk woord of welke woorden kun je hier invullen?
A
muzieksmaak
B
technisch inzicht
C
taalgevoel
D
voetbaltalent

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Voor veel Nederlanders is het moeilijk om Chinees te leren spreken, omdat:
A
taal een aangeboren eigenschap is.
B
Chinees veel moeilijker is dan bijvoorbeeld Japans of Arabisch.
C
zij niet opgevoed zijn met de Chinese taal.
D
je een taal vooral onbewust aanleert.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Welk gedrag van de mens is aangeboren?
A
Mensen durven niet naakt over straat te lopen, ook al is het heel erg warm.
B
Een baby huilt, want hij heeft een vieze luier.
C
Een meisje huilt, omdat ze niet met de jongens mee mag voetballen
D
Een jongen krijgt tranen in zijn ogen als hij hoort dat hij een onvoldoende heeft.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Omgeving en cultuur
  • Je leert van je directe omgeving: familie of school. 

  • Maar je leert ook alle regels en gebruiken van maatschappij waartoe je hoort

  • Je gaat je gedragen naar deze cultuur

Slide 10 - Slide

Cultuur = alle normen, waarden en gewoonten die mensen in een bepaalde groep of samenleving met elkaar delen
Cultuur

Alle normen, waarden en gewoonten 
die mensen samen in een bepaalde groep 
of samenleving met elkaar delen.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Socialisatie
  • Het bewust of onbewust aanleren van normen, waarden en gewoonten die bij jouw groep of samenleving horen heet socialisatie

  • Hierin zit het woord sociaal wat te maken heeft met hoe mensen met elkaar omgaan

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Waar vindt socialisatie plaats?
  • In het gezin.
  • Op school.
  • Door je vrienden.
  • Op sportclubs.
  • Op je werk.
  • Door je geloof.
  • Door media.
  • Door de overheid.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Socialisatie betekent dat mensen:
A
kenmerken van een groep aanleren.
B
allemaal dezelfde normen en waarden aanleren
C
verschillende culturen leren kennen.
D
alle aangeboren eigenschappen afleren.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Socialisatie is het aanleren van kenmerken als waarden, normen en gewoonten.
2. Socialisatie gaat bewust en onbewust.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Vanaf welke leeftijd begint socialisatie?
A
Vanaf 18 jaar, want dan ben je meerderjarig.
B
Vanaf vier jaar, want dan ga je naar school.
C
Vanaf de geboorte.
D
Vanaf het moment dat een kind kan praten en anderen verstaat.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Door socialisatie leer je welk gedrag anderen van jou verwachten.
2. Socialisatie en cultuur staan los van elkaar.
A
1 is juist, 2 is onjuist.
B
1 is onjuist, 2 is juist.
C
1 en 2 zijn beide juist.
D
1 en 2 zijn beide onjuist

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Veel organisaties hebben invloed op iemands waarden, normen en gedrag.

Welke is het belangrijkst voor kleine kinderen?
A
Het gezin
B
De media
C
Het geloof
D
School

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Ben jij een nature- of een nurtureaanhanger of zit je er tussenin?
Nature
Nurture
Beide

Slide 20 - Poll

This item has no instructions

Huiswerk
Leren 2.1
Maken 2.1 (2,3,4,5,7,8,10,11)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 23 - Open question

This item has no instructions