Bijvoegelijk Naamwoorden

Bijvoegelijk Naamwoorden

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalISK

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bijvoegelijk Naamwoorden

Bijvoegelijk naamwoord zegt iets over: Mensen, Dieren of Dingen!

1

2

3

4

Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.

wit, dik, nat (etc)

Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.

groot, laag, hoog,

Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.

grijs, lief, stoer.

Woorden voor materialen

Wol, hout, steen (etc.)

Bijvoegelijk naamwoord NA het mens dier of ding = Zo kort mogelijk


De stoel is wit


Bijvoegelijk naamwoord VOOR het mens dier of ding = Langer


De witte stoel


1

Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.

wit, dik, nat (etc)

Deze woorden krijgen 2 medeklinkers en 1 klinker (e)

witte -->

dikke -->

natte -->


witte

dikke

natte


2

Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.

groot, laag, hoog,

Deze woorden krijgen 1 medeklinkers en 1 klinker (e)

grote -->

lage -->

hoge -->


grote

lage

hoge


3

Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.

grijs, lief, wijs.

Bij deze woorden krijgt de s een Z en de f een V + 1 klinker (e)

grijze -->

lieve -->

wijze -->


grijze

lieve

wijze


4

Woorden voor materialen

Wol, hout, steen (etc.)

Deze woorden eindigen op +en

wollen -->

houten -->

stenen -->

wollen

houten

stenen

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

1. (lief) Het ……. kindje is buiten aan het spelen.


Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

2. (rood) Ferrari staat bekend om de …… auto’s

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

3. (vol) Pas op dat je niet dat …… glas om laat vallen.

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

4. (rubber) Er komt veel lawaai van die ……. bal.

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

5. (stoer) Omdat zij motor rijdt vindt iedereen haar een …….. vrouw.

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

6. (glas) De winkel staat vol met …….. vazen.

Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

7. (tof) Iedereen vindt hem een …… peer.


Vul de juiste vorm van het bijvoegelijknaamwoord in

8. (kaal) Hij krijgt een aai over zijn …… bol.


1

2

3

4

Woorden met op het eind 1 klinker en daarna 1 medeklinker.

wit, dik, nat (etc)

Woorden met 2 dezelfde klinkers en 1 medeklinker op het eind.

groot, laag, hoog,

Woorden met twee klinkers (of ij) met daarna een s of f.

grijs, lief, wijs

Woorden voor materialen

Wol, hout, steen (etc.)

Deze woorden krijgen 2 medeklinkers en 1 klinker (e)

Deze woorden krijgen 1 medeklinkers en 1 klinker (e)

Bij deze woorden krijgt de s een Z en de f een V + 1 klinker (e)

Deze woorden eindigen op +en