LICHAAM · AFWEER
Examentraining
Afweer en antistoffen: zo pak je examenvragen aan
LICHAAM · AFWEER
Examentraining
Afweer en antistoffen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: SELF Magazine / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
LICHAAM · AFWEER
Wat ga je kunnen?
Ik kan gegevens over antistoffen en bloedgroepen lezen en kiezen welke bescherming bij een situatie past.
This item has no instructions
LICHAAM · AFWEER
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: waar gaat de vraag over: antistoffen, bloedgroepen of bescherming?
2. Kijk: bekijk de kaart, tabel of grafiek goed. Wat staat er bij de kolommen?
3. Denk: welk begrip uit de les past bij de gegevens?
4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?
This item has no instructions
Een bloeddonor geeft bloed
LICHAAM · AFWEER
Vraagtype 1: gegevens uit een afbeelding halen
Bij een bloedgroepbepaling lees je af waar het bloed klontert.
Klontering bij anti-A: antigeen A. Bij anti-B: antigeen B. Bij anti-D: rhesusfactor.
Bij een tabel zoek je eerst de rij van de ontvanger.
Lees dan af welke donoren een vinkje hebben.
Image credit: Spc. Amanda Baker / Wikimedia Commons, publiek domein
Welke bloedgroep heeft Sanne volgens de kaart?
Bloedgroep A, Rh-
Bloedgroep B, Rh+
Bloedgroep A, Rh+
Bloedgroep AB, Rh+
Klontering bij anti-A en anti-D, niet bij anti-B: antigeen A en de rhesusfactor, dus bloedgroep A en Rh+. Verwachte fout: Rh- kiezen, omdat anti-D klontering juist Rh+ betekent. Image credit: Eigen tekening
Welke donoren mogen bloed geven aan een ontvanger met bloedgroep B?
Bloedgroep A en bloedgroep B
Bloedgroep B en bloedgroep O
Bloedgroep B en bloedgroep AB
Bloedgroep A en bloedgroep O
In de rij van ontvanger B staan vinkjes bij donor B en donor O. Verwachte fout: AB kiezen omdat de letter B erin zit. Donor AB heeft antigeen A en dat geeft klontering. Image credit: Eigen tekening
LICHAAM · AFWEER
Vraagtype 2: antistoffen als diagnostisch middel
Antistoffen in het bloed wijzen op een besmetting.
Let op of het dier of de persoon gevaccineerd is: ook dan zitten er antistoffen in het bloed.
Bij verwantschap geldt: een sterkere reactie betekent nauwere verwantschap.
Lees eerst de kolommen en de eenheid.
This item has no instructions
Welke koeien zijn volgens de tabel besmet geweest met het virus?
Koe 1 en koe 4
Alleen koe 2
Alle vier de koeien
Koe 2 en koe 3
Antistoffen bij koe 2 en koe 3 en geen koe is gevaccineerd: die twee zijn besmet geweest of nog besmet. Verwachte fout: koe 1 en koe 4 kiezen, door de kolom omgekeerd te lezen. Image credit: Eigen tekening
Welke diersoort is volgens de grafiek het nauwst verwant aan de mens?
De orang-oetan
De makaak
De lemuur
De chimpansee
De sterkste reactie (95) hoort bij de chimpansee. Verwachte fout: de lemuur kiezen door de grafiek verkeerd te lezen. De getallen zijn verzonnen voor deze oefening. Image credit: Eigen tekening
LICHAAM · AFWEER
Vraagtype 3: de juiste bescherming kiezen
Vaccin: je lichaam maakt zelf antistoffen, voor lange tijd.
Serum: kant-en-klare antistoffen, werkt direct maar korter, bijvoorbeeld na een slangenbeet.
Antibioticum: werkt alleen tegen bacteriën.
Vraag je af: moet het voorkomen of snel genezen worden?
This item has no instructions
Griep komt door een virus. Waarom schrijft de arts dan geen antibioticum voor?
Een antibioticum bevat kant-en-klare antistoffen
Een antibioticum bestrijdt alleen bacteriën
Een antibioticum is alleen bedoeld voor dieren
Een antibioticum werkt alleen na een vaccinatie
Antibiotica werken tegen bacteriën en niet tegen virussen. Verwachte fout: een antibioticum zien als serum met antistoffen.
Na een slangenbeet krijgt Piet een serum. Welke immunisatie is dit?
Actieve immunisatie
Een vaccinatie
Passieve immunisatie
Een antibioticakuur
Piet krijgt antistoffen toegediend: passieve immunisatie. Verwachte fout: actieve immunisatie kiezen, omdat serum en vaccin op elkaar lijken.
LICHAAM · AFWEER
Vraagtype 4: een afwijkende afweerreactie verklaren
Bij een allergie reageert de afweer op een onschadelijke stof.
Bij een transplantatie ziet de afweer het donororgaan als lichaamsvreemd.
Bij een auto-immuunziekte valt de afweer je eigen cellen aan.
Zoek in de vraag: gaat het om eigen cellen, een vreemd orgaan of een onschadelijke stof?
This item has no instructions
Een patiënt krijgt een donororgaan. Waarom kan het lichaam het afstoten?
De afweer ziet het orgaan als lichaamsvreemd
De afweer ziet het orgaan als een eigen orgaan
Het orgaan maakt zelf antistoffen tegen het lichaam
Het orgaan maakt te veel hormonen
De afweer herkent de antigenen van het donororgaan als lichaamsvreemd. Verwachte fout: denken dat het donororgaan zelf het lichaam aanvalt.
Reumatoïde artritis: de afweer valt eigen gewrichten aan. Wat voor ziekte is dit?
Een allergie
Een auto-immuunziekte
Een besmetting
Een erfelijke ziekte
De afweer richt zich op eigen cellen: een auto-immuunziekte. Verwachte fout: allergie kiezen, omdat ook dan de afweer te sterk reageert. Bij een allergie gaat het om een onschadelijke stof van buiten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Gegevens uit een afbeelding halen
Antistoffen als diagnostisch middel
De juiste bescherming kiezen
Een afwijkende afweerreactie verklaren
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
LICHAAM · AFWEER
Tips voor op het examen
Bij een bloedgroepkaart: klontering betekent dat het antigeen aanwezig is.
Een ontvanger mag geen bloed krijgen met een antigeen waartegen die antistoffen heeft.
Antistoffen in het bloed bewijzen een besmetting of een vaccinatie, geen actieve ziekte.
Een antibioticum werkt alleen tegen bacteriën, een vaccin of serum gaat over antistoffen.
This item has no instructions