Domein 1 Optellen en aftrekken

Leerdoelen Les 1. Optellen en Aftrekken

  • je kan op verschillende manieren optellen en aftrekken zonder gebruik van de rekenmachine
1 / 11
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 11 slides, with text slides.

Items in this lesson

Leerdoelen Les 1. Optellen en Aftrekken

  • je kan op verschillende manieren optellen en aftrekken zonder gebruik van de rekenmachine

Slide 1 - Slide

Optellen
Je kunt bij optellen verschillende manieren van handig rekenen gebruiken. je kunt bijvoorbeeld rijgen en splitsen

of omkeren, veranderen en schakelen

Slide 2 - Slide

Rijgen
Bij rijgen splits je in een optelling alleen het tweede getal
Voorbeeld: 427 + 56 =
Stap 1: Splits het tweede getal in tientallen en eenheden
               56 splits je in 50 en 6
Stap 2: Tel de tientallen en de eenheden bij het eerste getal op
                427 + 50 = 477
                 477 + 6 = 483  => 427 + 56 = 483

Slide 3 - Slide

Splitsen
Voorbeeld: 368 + 174 = 
Stap 1, splits beide getallen in honderdtallen, tientallen, en eenheden. 368 splits je in 300, 60 en 8, 174 splits je in 100, 70 en 4
Stap 2, Tel de honderdtallen, tientallen en eenheden bij elkaar op. 300 + 100 = 400, 60 + 70 = 130 en 8 +4 = 12
Stap 3, tel de uitkomsten op 400 + 130 +12 = 542 

Slide 4 - Slide

Omkeren
Je mag de getallen in een optelling ALTIJD omkeren, dat kan bijvoorbeeld bij rijgen handig zijn.
Voorbeeld: 26 + 253
Stap 1, Keer de getallen om 26 + 253 = 253 +26
Stap 2, Tel de getallen op door te rijgen 253 +20 = 273
273 + 6 = 279  

Slide 5 - Slide

veranderen
Je kunt in een optelling een getal veranderen in een getal waarmee je makkelijker kunt rekenen, je moet het andere getal dan ook veranderen.
voorbeeld : 49 + 35 =         Stap 1, verander 1 van de getallen in een groter getal. maak het andere getal net zoveel kleiner. 49 wordt 50 en 35 wordt 34
Stap 2, tel de nieuwe getallen op 50 + 34 = 84

Slide 6 - Slide

Schakelen
Je kunt een optelling gemakkelijker maken door te schakelen. je telt dan eerst twee getallen op die in elkaar passen
Voorbeeld: 66 + 7 + 13 =        
Stap 1, tel twee getallen op die in elkaar passen 66 + (7+13) = 
66 + 20 
Stap 2, tel de overgebleven getallen op 66 + 20 = 86

Slide 7 - Slide

Aftrekken
Je kunt bij aftrekken ook verschillende manieren van handig rekenen gebruiken.
Je kunt bijvoorbeeld rijgen en veranderen.

Slide 8 - Slide

Aftrekken
Je kunt bijvoorbeeld rijgen.
Voorbeeld: 273 - 45 = 
Stap 1, Splits het tweede getal in tientallen en eenheden. 
45 splits je in 40 en 5
Stap 2, Trek de tientallen en de eenheden van het eerste getal af. 273 - 40 = 233 => 233 - 5 = 228
273 - 45 = 228

Slide 9 - Slide

Aftrekken
Je kunt in een aftrekking een getal veranderen in een getal waarmee je makkelijker kunt rekenen. 
Voorbeeld: 93 - 29 = 
Stap 1, Verander één van de getallen in een groter getal. maak het andere getal net zoveel groter 93 - 29 => 94 - 30
Stap 2, Trek de nieuwe getallen af. 94 - 30 = 64
93 - 29 = 64

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide