Montage van planeten, niet op schaal (NASA/JPL, publiek domein)
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Examentraining
Zonnestelsel en heelal: zo pak je examenvragen aan
Montage van planeten, niet op schaal (NASA/JPL, publiek domein)
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Examentraining
Zonnestelsel en heelal: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NASA/JPL / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Wat ga je kunnen?
Ik kan maanfasen interpreteren, afstanden en tijden in lichtjaren berekenen en de wet van Wien toepassen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Noteer: wat is gegeven en wat gevraagd, met eenheden.
2. Kies: s = c·t, 1 ly = 9,461·10¹⁵ m of λmax·T = kW uit je informatieboek.
3. Reken: zet om naar m, s en K (nm, jaar, °C) en vul in.
4. Controleer: eenheid en aantal significante cijfers.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Vraagtype 1: maanfasen en hemelbaan
Het zonlicht verlicht steeds de kant van de maan die naar de zon wijst.
Kijk vanaf de aarde: zie je de verlichte kant helemaal, half of niet?
Een volle maan staat tegenover de zon aan de hemel.
This item has no instructions
Op welke twee plaatsen zie je vanaf de aarde een halve maanschijf?
B en D
A en C
A en B
C en D
In A (nieuwe maan) staat de maan tussen zon en aarde, in C (volle maan) staat de aarde ertussen. In B en D kijk je zijwaarts naar de verlichte helft: eerste en laatste kwartier. Verwachte fout: A en C kiezen. Syllabus E1.1. Image credit: LessonUp, eigen figuur
De volle maan komt op. Wat doet de zon dan ongeveer?
De zon komt op
De zon gaat onder
De zon staat het hoogst
De zon staat het laagst
Volle maan staat tegenover de zon: gaat de zon onder in het westen, dan komt de volle maan op in het oosten. Verwachte fout: denken dat ze samen opkomen. Syllabus E1.1: hemelbaan van zon en maan.
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Vraagtype 2: afstand, tijd en lichtjaar
s = c·t met c = 2,998·10⁸ m/s; 1 jaar = 3,156·10⁷ s.
1 ly = 9,461·10¹⁵ m: van m naar ly deel je, van ly naar m vermenigvuldig je.
Geef het antwoord met evenveel significante cijfers als het gegeven.
This item has no instructions
Een ster staat 2,4·10¹⁸ m van je af. Hoe oud is het licht dat je nu ziet?
8,0·10⁹ jaar
2,5·10⁶ jaar
2,5·10⁻² jaar
2,5·10² jaar
t = s/c = 2,4·10¹⁸ / 2,998·10⁸ = 8,0·10⁹ s. In jaren: 8,006·10⁹ / 3,156·10⁷ = 253,7, afgerond op 2 cijfers 2,5·10² jaar. Controle: 2,4·10¹⁸ / 9,461·10¹⁵ = 254 ly. Verwachte fout: seconden als jaren geven (8,0·10⁹). Syllabus E1.4.
De Melkweg is 9,5·10²⁰ m breed. Reken dit om naar lichtjaar.
1,0·10⁵ ly
9,0·10³⁶ ly
1,0·10⁻⁵ ly
1,0·10⁶ ly
9,5·10²⁰ / 9,461·10¹⁵ = 1,004·10⁵ ly, afgerond op 2 cijfers 1,0·10⁵ ly. Verwachte fouten: vermenigvuldigen in plaats van delen (9,0·10³⁶), delen andersom (1,0·10⁻⁵) of een macht van tien mis (1,0·10⁶). Syllabus E1.4: lichtjaar.
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Vraagtype 3: de wet van Wien
λmax·T = kW met kW = 2,898·10⁻³ m·K; T in K en λmax in m.
Zet nm om met 1 nm = 10⁻⁹ m en °C naar K met + 273.
In het diagram lees je de waarde bij een hokjeslijn af; de lijn is een kromme.
This item has no instructions
Een ster heeft λmax = 4,2·10² nm. Bereken de temperatuur.
6,9·10⁻⁶ K
1,2·10⁻⁹ K
6,9·10³ K
6,9·10⁶ K
λmax = 4,2·10² nm = 4,2·10⁻⁷ m. T = kW/λmax = 2,898·10⁻³ / 4,2·10⁻⁷ = 6,9·10³ K (precies 6900 K). Verwachte fouten: nm niet omzetten (6,9·10⁻⁶), kW·λmax (1,2·10⁻⁹) of nm verkeerd omzetten (6,9·10⁶). Syllabus E1.4.
Een ster heeft λmax = 6,0·10² nm. Lees in het diagram de temperatuur af.
6,0·10³ K
3,6·10³ K
4,8·10³ K
5,8·10³ K
Bij 600 nm hoort op de kromme T ≈ 4,8·10³ K. Controle met de formule: 2,898·10⁻³ / 6,0·10⁻⁷ = 4,83·10³ K. Verwachte fout: de getallen van de assen verwisselen (6,0·10³ K). Syllabus E1.4: wet van Wien. Image credit: LessonUp, eigen figuur
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Vraagtype 4: het heelal als geheel
Oerknal: het begin van het heelal; sindsdien dijt het uit.
Stelsels bewegen op grote schaal van elkaar af: vroeger was alles dichter bij elkaar.
Het heelal is ongeveer 13,8 miljard jaar oud.
This item has no instructions
Sterrenstelsels bewegen van elkaar af. Wat past daarbij?
Het heelal was vroeger kleiner en dichter
Het heelal is even groot als vroeger
Het zonnestelsel wordt kleiner
Alle sterren staan stil
Bewegen stelsels van elkaar af, dan lagen ze vroeger dichter bij elkaar: het heelal dijt uit. Verwachte fout: denken dat de ruimte vast staat en alleen de stelsels bewegen. Syllabus E1.4: uitdijend heelal.
Hoe oud is het heelal ongeveer?
1,38·10⁶ jaar
1,38·10¹² jaar
2,5·10⁶ jaar
1,38·10¹⁰ jaar
13,8 miljard jaar = 1,38·10¹⁰ jaar. Verwachte fouten: verkeerde macht van tien, of de afstand van Andromeda in ly (2,5 miljoen) verwarren met een leeftijd. Syllabus E1.4: oerknal.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Maanfasen en hemelbaan
Afstand, tijd en lichtjaar
De wet van Wien
Het heelal als geheel
Gebruik de uitslag om het lastigste vraagtype klassikaal te oefenen.
EXAMENSTOF · E1 · ZONNESTELSEL EN HEELAL
Tips voor op het examen
Reken lichtjaren altijd om via 1 ly = 9,461·10¹⁵ m en schrijf de eenheid erbij.
Zet nm, jaar en °C eerst om naar m, s en K voor je invult.
Bij maanfasen: teken zon, aarde en maan en bedenk welke helft van de maan je ziet.
Bij Wien: heter betekent kleinere λmax. Past je antwoord daarbij?
This item has no instructions