Geigerteller (foto: TimVickers, publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Examentraining
Straling en radioactiviteit: zo pak je examenvragen aan
Geigerteller (foto: TimVickers, publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Examentraining
Straling en radioactiviteit: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: TimVickers / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Wat ga je kunnen?
Ik kan fotonenergie berekenen, vervalvergelijkingen opstellen en stralingssoorten vergelijken.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Noteer: wat is gegeven en wat gevraagd, met eenheden.
2. Kies: de formule uit je informatieboek (E = h·f, c = f·λ, A = N + Z).
3. Reken: zet om naar SI-eenheden (nm naar m, eV naar J) en vul in.
4. Controleer: juiste eenheid en aantal significante cijfers.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Vraagtype 1: fotonenergie berekenen
E = h·f en c = f·λ staan in je informatieboek; h = 6,626·10⁻³⁴ J·s.
Van J naar eV deel je door 1,602·10⁻¹⁹; van eV naar J vermenigvuldig je ermee.
Zet nm eerst om: 1 nm = 10⁻⁹ m.
Geef het antwoord met evenveel significante cijfers als het gegeven.
This item has no instructions
Een röntgenfoton heeft f = 3,0·10¹⁸ Hz. Bereken de fotonenergie in eV.
2,0·10⁻¹⁵ eV
1,2·10⁴ eV
0,48 eV
1,2·10⁻⁴ eV
E = h·f = 6,626·10⁻³⁴ · 3,0·10¹⁸ = 1,99·10⁻¹⁵ J. In eV: 1,99·10⁻¹⁵ / 1,602·10⁻¹⁹ = 1,24·10⁴ eV, afgerond op 2 cijfers 1,2·10⁴ eV. Verwachte fouten: het antwoord in J als eV geven, of met 1,602·10⁻¹⁹ vermenigvuldigen. Syllabus B2.1, B2.2.
Een UV-foton heeft in vacuüm een golflengte van 3,0·10² nm. Bereken f.
1,0·10¹⁵ Hz
1,0·10⁶ Hz
1,0·10¹⁷ Hz
9,0·10¹ Hz
λ = 3,0·10² nm = 3,0·10⁻⁷ m. f = c/λ = 2,998·10⁸ / 3,0·10⁻⁷ = 1,0·10¹⁵ Hz. Verwachte fouten: nm niet omzetten (1,0·10⁶ Hz), verkeerd omzetten, of c·λ rekenen. Syllabus B2.1: c = f·λ.
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Vraagtype 2: vervalvergelijking opstellen
A en Z links zijn samen gelijk aan A en Z rechts.
α: A daalt met 4, Z met 2. β⁻: A gelijk, Z + 1.
Zoek bij de nieuwe Z het element op in de isotopentabel.
Controleer: A en Z kloppen links en rechts.
This item has no instructions
Am-241 (Z = 95) zendt α-straling uit. Welke kern ontstaat?
Np-241 (Z = 93)
Cm-241 (Z = 96)
Np-237 (Z = 93)
Pu-241 (Z = 94)
A = 241 - 4 = 237, Z = 95 - 2 = 93, dat is Np. Verwachte fout: A laten staan (Np-241) of de β-regel gebruiken (Pu-241 of Cm-241 hebben Z + 1 of Z - 1 en A gelijk). Syllabus B2.2.
Sr-90 (Z = 38) zendt β-straling uit. Welke kern ontstaat?
Rb-90 (Z = 37)
Y-90 (Z = 39)
Zr-90 (Z = 40)
Sr-86 (Z = 38)
β⁻: een neutron wordt een proton, A = 90, Z = 38 + 1 = 39, dat is Y. Verwachte fouten: Z laten dalen (Rb), Z met 2 laten stijgen (Zr) of de α-regel op A toepassen (Sr-86). Syllabus B2.2.
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Vraagtype 3: stralingssoorten vergelijken
α: sterk ioniserend, klein doordringend, stopt bij papier.
β: stopt bij een plaatje aluminium.
γ: zwak ioniserend, groot doordringend, dik lood nodig.
Redeneer met de context: waar zit de bron, wat moet de straling doen?
This item has no instructions
Een arts kiest een tracer voor een gammacamera. Waarom γ-straling?
Ze ioniseert het sterkst in het weefsel
Ze wordt door de huid volledig gestopt
Ze is niet schadelijk voor het lichaam
Ze verlaat het lichaam en is buiten te meten
γ-straling heeft een groot doordringend vermogen en komt het lichaam uit; α zou in het weefsel blijven. Verwachte fout: het sterkste ioniserend vermogen kiezen als reden. Syllabus B2.2: nucleaire diagnostiek.
Een bron zendt α, β en γ uit. Welke straling blijft over na een aluminiumplaatje?
Vooral α-straling
α- en β-straling
Geen enkele straling
Vooral γ-straling
α stopt al bij papier en β in het aluminium; γ gaat er grotendeels doorheen. Verwachte fout: denken dat γ ook wordt gestopt. Syllabus B2.2: doordringend vermogen.
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Vraagtype 4: figuren en grafieken lezen
Lees eerst de assen: grootheid en eenheid, en de schaal van de hokjes.
Het spectrum loopt van links (lage f) naar rechts (hoge f).
Lees een waarde af op de lijn, niet op de as ernaast.
Een rechte lijn door de oorsprong betekent evenredig: E = h·f.
This item has no instructions
Welke straling staat bij het vraagteken?
Ultraviolet
Infrarood
Röntgenstraling
Radiogolven
Van links naar rechts neemt f toe: radiogolven, microgolven, infrarood, zichtbaar licht. Het vraagteken staat tussen microgolven en zichtbaar licht. Verwachte fout: de richting van de pijl verkeerd lezen. Syllabus B2.1. Image credit: LessonUp, eigen figuur
Bepaal met de grafiek de energie van een foton met f = 6,0·10¹⁴ Hz.
6,0·10⁻¹⁹ J
2,5·10⁻¹⁹ J
4,0·10⁻¹⁹ J
4,0·10⁻²⁰ J
Bij 6 op de horizontale as hoort op de lijn 4,0 op de verticale as (10⁻¹⁹ J). Controle: E = 6,626·10⁻³⁴ · 6,0·10¹⁴ = 3,98·10⁻¹⁹ J. Verwachte fouten: het getal van de x-as overnemen, of de macht verkeerd lezen. Syllabus B2.1: E = h·f, A12 grafieken aflezen. Image credit: LessonUp, eigen figuur
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Fotonenergie berekenen
Vervalvergelijking opstellen
Stralingssoorten vergelijken
Figuren en grafieken lezen
Kies na de uitslag een vraagtype om klassikaal door te nemen.
EXAMENSTOF · B2 · STRALING
Tips voor op het examen
Zet bij elke berekening eerst alle gegevens in SI-eenheden.
Bij een vervalvergelijking: controleer A en Z links en rechts.
Zoek h, c, 1 eV en de isotopentabel op in je informatieboek.
Redeneer bij straling met ioniserend en doordringend vermogen: het een gaat tegen het ander in.
This item has no instructions