4.2 - rekenen

Economie
3 MAVO
1 / 14
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Economie
3 MAVO

Slide 1 - Slide

Zet het juiste begrip bij de omschrijving (er blijven twee begrippen over). 

1) Betaling voor je verzekering 


2) Het afdekken van een risico



3) Verzekeringsovereenkomst 


4) Gebeurtenis waarvan je niet 
zeker weet of het gebeurt




Krediet
Polis
AVP
Verzekeren
Premie
Onzeker voorval

Slide 2 - Drag question

Sven schopt een bal per ongeluk door het raam van de buren. Zijn ouders hebben een AVP met een eigen risico van € 200. Het vervangen van het raam kost € 511,75. Bereken hoeveel euro van de schade door de verzekering wordt gedekt.

Slide 3 - Open question

Vraag 7:
OPSTAL
VERZEKERING
INBOEDEL
VERZEKERING

Slide 4 - Drag question

AVP staat voor:
A
Aansprakelijkheidsverzekering particulieren
B
Aanspraakpunt voor problemen
C
Allriskverzekering voor particulieren

Slide 5 - Quiz

Is je huis/inboedel voldoende verzekerd?
Je bent
- Juist verzekerd: verzekerd bedrag = werkelijke waarde
Bijvoorbeeld: Je huis is voor € 300.000 verzekerd.
 De waarde van het huis is € 300.000.

- Over verzekerd: verzekerd bedrag > werkelijke waarde
Bijvoorbeeld: Je huis is voor € 325.000 verzekerd.
 De werkelijke waarde van het huis is € 300.000.

- Onderverzekerd: verzekerd bedrag < werkelijke waarde
Bijvoorbeeld: Je huis is voor € 250.000 verzekerd.
 De werkelijke waarde van het huis is € 300.000.



Slide 6 - Slide

Onderverzekerd:
De verzekerde waarde van inboedel of woonhuis is lager dan de werkelijke waarde
Je krijgt minder vergoed dan de schade die je hebt geleden
Schadevergoeding bij onderverzekering =
 verzekerde waarde / werkelijke waarde x schadebedrag

Slide 7 - Slide

Onderverzekerd (voorbeeld):
  • Verzekerde waarde woning € 150.000,-
  • Schade bij keukenbrand € 20.000,-
  • Werkelijke waarde woning € 200.000,-
  • Bereken de vergoeding die wordt uitgekeerd.
Schadevergoeding bij onderverzekering =
 verzekerde waarde / werkelijke waarde x schadebedrag

Slide 8 - Slide

Onderverzekerd zijn bij een verzekering betekent:
A
je hebt een hogere waarde opgegeven dan de werkelijke waarde
B
je hebt een lagere waarde opgegeven dan de werkelijke waarde
C
je hebt alleen de onderverdieping van het huis verzekerd
D
je hebt een lagere premie betaald dan de werkelijke premie

Slide 9 - Quiz

Jan heeft zijn inboedel verzekerd voor €50.000. Na een brand heeft hij €30.000 schade. De werkelijke waarde van zijn inboedel is €40.000.
Vraag 1 Is Jan over of onderverzekerd?
Vraag 2 Hoeveel schadevergoeding krijg Jan uitgekeerd?

timer
2:00

Slide 10 - Open question

Geïndexeerd bedrag (voorbeeld)
  • Inboedel in het basisjaar verzekerd voor €50.000.-
  • Indexcijfer voor de waarde van inboedels is nu 108
  • Bereken het geïndexeerde bedrag
Geïndexeerd bedrag = bedrag in basisjaar : 100 x indexcijfer 

Slide 11 - Slide

Voor zijn huis neemt Piet in 2011 een geïndexeerde verzekering voor € 325.000. Het jaar 2011 is het basisjaar. 8 jaar later is het indexcijfer voor woonhuizen gestegen naar 125.
Bereken het nieuwe verzekerde bedrag.

A
€400.952
B
€415.500
C
426.123
D
€406.250

Slide 12 - Quiz

Indexering
Je huis en inboedel kunnen meer waard worden doordat prijzen stijgen. Hierdoor kun je onderverzekerd raken.
Dit kun je voorkomen met een geïndexeerde verzekering.
Geïndexeerd bedrag = bedrag in basisjaar : 100 x indexcijfer

Voorbeeld: Je hebt je inboedel in het basisjaar verzekerd voor
€ 50.000,- Het indexcijfer voor de waarde van inboedels is nu 108. Wat is het geïndexeerd bedrag?

Slide 13 - Slide

Aan de slag
Paragraaf 4.2 Vraag 10 en 11
Reken blz. 112 vraag 4 t/m 14 
Herhalingsopgave blz 118 vraag 8 t/m 15

Slide 14 - Slide