Les 9 - Dada, surrealisme

Dada en surrealisme vanaf 1916
1 / 25
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Dada en surrealisme vanaf 1916

Slide 1 - Slide

Expressionisme als paraplu
  • Fauvisme
  • Primitivisme
  • Kubisme
  • Futurisme
  • constructivisme
  • functionalisme
  • Dadaisme
  • surrealisme

Sigmund Freud
  • Psychiater
  • Droomduiding
  • Ijsbergtheorie
  • Dromen zijn zonder regels en belemmeringen

Expressionisme

Slide 2 - Slide

Eerste wereldoorlog 1914-1918
Dada 1916 - 1923
  • Protest tegen de waanzin en zinloosheid van de oorlog vanuit het neutrale Zwitserland
  • Cabaretgroep
  • dada is een nonsenswoordje
  • vanuit dit woord ontstaat de stijlnaam dadaïsme

Hugo Ball, theater Café Voltaire (1916)
Filippo Marinetti - 
poezie 1919
Raoul Hausmann
(fotomontage) 1920 
Raoul Hausmann 
Beeldhouwkunst 1919/20

Slide 3 - Slide

Jean (Hans) Arp -
Untitled (Squares Arranged According to the Laws of Chance)-
1917
Kurt Schwitters- Het kersen schilderij - 1921
Raoul Hausmann - The Art Critic - 1919-20
Schilderkunst

Toeval
Collage met Object Trouvé
Fotomontage

Slide 4 - Slide

Man Ray- Indestructible Object (or Object to Be Destroyed)- 1923
Beeldhouwkunst - Assemblage
Marcel Duchamp - Fietswiel op krukje - 1913
Raoul Hausmann - Mechanischer Kopf - 1920

Slide 5 - Slide

Beeldhouwkunst - Readymade
  • moet een kunstenaar bekend zijn om kunst te maken? 
  • Kan massaproductie ook kunst zijn? 
  • Wat gebeurt er als we een dagelijks object uit zijn gebruikelijke situatie halen, denken we er dan anders over? 
  • Wat is kunst ?
Marcel Duchamp - Fountain - 1917

Slide 6 - Slide

Theater en Poëzie
  • Theater is waar het begon, absurdistische en ironische voorstellingen, kritisch met humor. 
  • Klankenpoezie
  • Tekst en vormgeving (typografie)

Paul van Ostaijen -
Boem paukenslag 1921
Het klankgedicht Karawane van Hugo Ball
 
Theo van Doesburg, typografisch uitgewerkt door I.K. Bonset

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Welke verschillende technieken en methoden gebruiken Dada kunstenaars?

Slide 9 - Open question

Welke verschillende technieken en methoden gebruiken Dada kunstenaars?
  • Collage ----> fotomontage
  • Collage ----> Object Trouvé
  • Assemblage
  • Ready Made

Slide 10 - Slide

Benoem zoveel mogelijk kenmerken en begrippen die passen bij Dada

Slide 11 - Mind map

< kenmerken en invloed >
  • Fluxus
  • Pop-art
  • Conceptuele kunst
Marcel Duchamp - L.H.O.O.Q. (Mona Lisa met snor) 1919
Theo van Doesburg: affiche voor Dada-Soiree, 1922
  • antikunst
  • geen kunstvorm maar een leefstijl
  • afwijzing van schoonheid en ordening
  • toeval
  • collages
  • fotomontages
  • assemblages
  • met gebruik van objets trouvés
  • readymade
  • absurde voorstellingen
  • chaotische vormgeving
  • onconventionele technieken
  • kritisch door humor en ironie
  • zonder belemmering en zonder regels

Slide 12 - Slide

Salvador Dali - 1947
Surrealisme vanaf 1924

  • Dadaïsme is een voorloper van Surrealisme
  • André Breton geloofde in een hogere werkelijkheid, waarin droom en realiteit samenkomen
  • Sigmund Freud grote invloed
  • Het denken, voelen en handelen van de mens wordt bepaald door het onderbewuste
  • Droomwerelden verbeelden
  • Het toeval, het absurde en het onwerkelijke zijn kenmerkend (ook voor dada)
  • Twee richtingen: figuratieve schilderkunst en abstracte schilderkunst. 
Sur = boven ----- Realisme = werkelijkheid
(Boven de werkelijkheid)

Slide 13 - Slide

Figuratieve schilderkunst
Verbeelding van droomwerelden, naturalistisch geschilderd. Wat is realiteit en wat niet?
Salvador Dalí, De duurzaamheid van het geheugen, 1931
René Magritte - Ceci n’est pas une pipe) - 1928/29

Slide 14 - Slide

Abstracte schilderkunst

  • Onderbewuste proberen te laten spreken
  • Grotendeels abstract soms met herkenbare vormen
  • Automatisch tekenen/automatisme
  • experimentele materialen en technieken (rubbing of decalcomanie)
  • Toeval
Joan Miró, Zittende vrouw I, 1938
André Masson- Automatische tekening -1924
Jean Hans Arp - automatische tekening - 1918

Slide 15 - Slide

Beeldhouwkunst
  • Het logisch denken uit schakelen en zich laten leiden door willekeurige ingeven en ideeën.
  • Nieuwe werkelijkheid aan geven
  • Het toeval, onbewuste ingevingen, readymades en object trouvés
  • (functie)vervreemding
Meret Oppenheim -
Pelzhandschuhe - 1936
Salvador Dalí, Vénus de Milo aux tiroirs 1938
Alberto Giacometti- Woman with Her Throat Cut, 1932

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Benoem zoveel mogelijk kenmerken en begrippen die passen bij Surrealisme

Slide 18 - Mind map

Invloed op andere stromingen en kenmerken
  • het absurde en onwerkelijke
  • dromen en visioenen worden verbeeld in figuratieve schilderijen
  • abstracte schilderijen worden gemaakt vanuit associaties
  • toeval speelt een belangrijke rol
  • vervreemding

  • VS - > abstract expressionisme
  • Magisch realisme
Yves Tanguy- Indefinite Divisibility- 1942
Kenmerken
Invloed op andere stromingen
Jackson Pollock - abstract expressionisme

Slide 19 - Slide

Nieuwe zakelijkheid
  • Reactie op expressionisme
  • 3 richtingen:
    - Verisme (volgende slide) 
    - Classicisme (zoals Alexander Kanoldt)
    - Magisch realisme
Alexander Kanoldt- Stilleven II - 1922
Classicisme

Slide 20 - Slide

Magisch realisme
  • De werkelijkheid verbinden met een andere of hogere werkelijkheid
  • Hallucinerende beelden of droomeffecten
  • Bijna fotografische weergave van realistisch lijkende taferelen
  • Technisch en academisch geschilderd (zoals classicisme)
  • Geschilderde taferelen wel mogelijk, maar niet waarschijnlijk
  • Veel voorkomende onderwerpen: dood, dreiging en verval. 
Charley Toorop - drie generaties - 1941/1950
Carl Grossberg - Machineruimte - 1925
Carel Willink- De zeppelin- 1933

Slide 21 - Slide

Surrealisme
Magisch realisme

Slide 22 - Slide

Otto Dix (1921-1969), Twee kinderen (Olie op doek, 95 x 76 cm, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel)

Dit werk zou kunnen beschouwd worden als een manifest dat de situatie in Duitsland omtrent de jaren twintig aan de kaak stelt en de na-oorlogse ellende, het verval van een burgergeneratie en de gevolgen van een heersend militarisme aanklaagt. In deze periode heerst er te Berlijn, waar de Dada-beweging de bestaande opvattingen bestreden heeft, grote beroering op politiek, economisch en maatschappelijk vlak. Otto Dix verzet zich, samen met kunstenaars als Gross en Beckmann, tegen de heersende toestanden en zoekt naar een vrij uitdrukkingsmiddel voor zijn verzet.

Bij het bekijken van deze twee kinderfiguren ontsnapt men niet aan een indruk van ontzetting en weerzin. Het is eerder een gevoel van onbehagen dan van medelijden, een schok zoals men die voelt tegenover iets ongezond. Het is juist deze schok die Dix wil veroorzaken, hij wil zijn tijdgenoten in hun bewustwording stimuleren en de toeschouwer wakker schudden uit zijn behaaglijke sentimentaliteit.
Verisme

Slide 23 - Slide

Wat is het verschil tussen Surrealisme en Magisch realisme?

Slide 24 - Open question

Dada
Figuratief surrealisme
Abstract surrealisme
Magisch realisme
Sigmund Freud
Mogelijk maar onwaarschijnlijk
Automatisme
Rubbing
Decalcomanie
Droomwerelden
Protest
anti-kunst

Slide 25 - Drag question