Hs3 Vaste voorzetsels en voorzetseluitdrukkingen

Woordenschat H3 h/v

- vaste voorzetsels
- voorzetseluitdrukkingen

Neem deze Lessonup door en maak de vragen die erin staan als extra oefening
SUCCES!
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Woordenschat H3 h/v

- vaste voorzetsels
- voorzetseluitdrukkingen

Neem deze Lessonup door en maak de vragen die erin staan als extra oefening
SUCCES!

Slide 1 - Slide

Leer alle woorden en uitdrukkingen in deze paragraaf!

Slide 2 - Slide

Vaste voorzetsels

Veel werkwoorden hebben een vast voorzetsel: 
vertrouwen op, beschikken over, zich schamen voor , houden van, nadenken over  


Slide 3 - Slide

Vast voorzetsel
De betekenis van het werkwoord verandert soms als er zo'n vast voorzetsel bij staat, of als je het voorzetsel verandert.

Bijvoorbeeld:
LACHEN NAAR 
betekent iets heel anders dan 
LACHEN OM

Slide 4 - Slide

Vul aan met een vast voorzetsel
lijken ...

Slide 5 - Open question

Vul aan met een vast voorzetsel:
Verlangen ...

Slide 6 - Open question

combinatie zelfstandig naamwoord, werkwoord en een vast voorzetsel

voorbeelden:

- Verstand hebben van

- aanmerkingen maken op

Slide 7 - Slide

Vul aan met een vast voorzetsel:
een hekel hebben ...

Slide 8 - Open question

Vul aan met een vast voorzetsel
aanleiding geven ...

Slide 9 - Open question

voorzetseluitdrukkingen

Dit zijn woordcombinaties met een voorzetsel, een zelfstandig naamwoord en weer een voorzetsel.

vb:

- Ten tijde van

- Met betrekking tot

Slide 10 - Slide

Voorzetseluitdrukkingen
Voorzetseluitdrukkingen zijn woordcombinaties die je kunt vervangen door één woord.

Bekijk de volgende voorbeelden maar eens.

Slide 11 - Slide

Je kunt een voorzetseluitdrukking vaak vervangen door één woord.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Vul aan met een vast voorzetsel:
.. middel ...

Slide 14 - Open question

Vul aan met de vaste voorzetsels:
... de hand ...

Slide 15 - Open question

Sanja besteedt al haar zakgeld ... nieuwe kleren en make-up
A
voor
B
op
C
in
D
aan

Slide 16 - Quiz

We zijn ons niet bewust ... de impact van reclame op ons koopgedrag.
A
over
B
van
C
met
D
voor

Slide 17 - Quiz

In de kantine wordt ... ingang ... het nieuwe schooljaar verse jus verkocht.
A
met in
B
door van
C
met van
D
van in

Slide 18 - Quiz

Er zijn grote verschillen in de manier waarop mensen ... geld omgaan.
A
met
B
aan
C
over
D
op

Slide 19 - Quiz

De Tweede kamer had veel kritiek ... de bezuinigingen van de regering.
A
in
B
met
C
over
D
op

Slide 20 - Quiz

... antwoord ... uw mail deel ik u het volgende mee.
A
op, in
B
in, op
C
aan, met
D
met, aan

Slide 21 - Quiz

hs 3 woordenschat
Opdracht  8 in Nieuw Nederlands online kun je ook als extra oefening maken.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Link