§ 5.2 verbranding

H5 Verbranding
5.2 Verbranding
1 / 42
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

H5 Verbranding
5.2 Verbranding

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
herhaling 5.1
vervolg 5.2

Slide 2 - Slide

Lesplanning
* 10 min. LEZEN
* Programma voor TW1 - SW Jaarbijlagen
* Leerdoelen bespreken
* 1ste lesuur -  Uitleg 5.1
*  2e lesuur - Practicum

timer
10:00

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 
 Je kunt het reactieschema van een chemische reactie opstellen
Je kunt het verschil tussen een volledige en onvolledige verbranding aangeven
Je kunt de drie voorwaarden noemen die nodig zijn voor verbranding
Je kunt uitleggen welke maatregelen je kunt nemen om een een brand te blussen  

Slide 4 - Slide

Welk getal hoort op de plek v. d. puntjes ?

Slide 5 - Open question

De wet van behoud van energie geeft aan dat....
A
Er zoveel mogelijk energie bewaart moet worden
B
Dat we zoveel mogelijk duurzame energie moeten gebruiken
C
Dat er evenveel energie ontstaat als dat er wordt verbruikt

Slide 6 - Quiz

Welke energieomzettingen zijn er bij het aanzetten van een lamp?
Van elektrische energie naar ...
A
Geluid
B
Warmte
C
Beweging
D
Licht

Slide 7 - Quiz

De energieomzetting in een batterij is
A
van chemische energie naar stralingsenergie
B
van zwaarte energie naar kinetische energie
C
van chemische energie naar elektrische energie
D
van elektrische energie naar chemische energie

Slide 8 - Quiz

5.2 verbranding
Fossiele brandstoffen:
 Steenkool 
Aardolie  
Aardgas
Fossiel is een Nederlands woord, maar het is geleend uit het Latijn (fossilis = "opgegraven").



Slide 9 - Slide

Fossiele brandstoffen zijn niet duurzaam omdat ze op een gegeven moment op zijn

Slide 10 - Slide

Duurzame energie
Energie die niet opraakt;
bijvoorbeeld:
Zonne energie
 Wind energie



Slide 11 - Slide

Wat heb je nodig voor een verbranding/vuur ?
A
Hout en zuurstof
B
As en een aansteker
C
Aardgas en zuurstof
D
Lucifers en water

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Video

Slide 14 - Slide

Wat gebeurt er als je de zuurstof weghaalt ?
A
Gaat het vuur harder branden
B
Gaat het vuur uit
C
Moet je meer brandstof toevoegen
D
Moet de temperatuur worden verhoogd

Slide 15 - Quiz

Wat gebeurt er als je extra brandstof toevoegd ?
A
Gaat het vuur harder branden
B
Gaat het vuur uit
C
Moet je meer brandstof toevoegen
D
Moet de temperatuur worden verhoogd

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Video

 reactie schema 
In een reactie schema noteer je de beginstoffen en de reactieproducten 
Beginstoffen verdwijnen, reactieproducten ontstaan
Dus: 
Beginstof(fen) -> reactieproduct(en) 

(Pijl geeft chemische reactie aan) 



Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Volledige verbranding

aardgas + zuurstof -> koolstofdioxide + water
                                            



Slide 20 - Slide

De brander
De ontbrandingstemperatuur is de temperatuur waarbij een stof ontbrandt.     

 Wat is roet?  Roet zijn hele kleine zwarte deeltjes die in de lucht komen als iets niet helemaal goed brandt.

Slide 21 - Slide

Waarom is roet niet fijn?
Het maakt muren en plafonds zwart.

Als je het inademt, is het slecht voor je longen.

Het stinkt en zit vaak vol met giftige stoffen.

Slide 22 - Slide

Onvolledige verbranding

aardgas + zuurstof → koolstofmonoxide + roet (+ koolstofdioxide + waterdamp)
 

Mono betekent 1 _  Dus CO

Slide 23 - Slide

Brand kun je blussen met …?
A
Water
B
Limonade
C
Chocolade

Slide 24 - Quiz

Wat gebeurt er als je vuur geen zuurstof meer geeft?
A
Het gaat groter worden
B
Het dooft
C
Het wordt kouder maar blijft branden

Slide 25 - Quiz

Waarom moet je oppassen, want brand produceert …?
A
Lekker ruikende lucht
B
Giftige gassen
C
Regen

Slide 26 - Quiz

Zelfstandig
LEZEN SUBPARAGFRAAG 
Kille sluipmoordenaar maakt jaarlijks zeker tien slachtoffers

en maak een korte samenvatting met je eigen woorden

Slide 27 - Slide

Lesplanning
* 10 min. LEZEN
* Huiswerk controle
* Leerdoelen bespreken
* 1ste lesuur -  Uitleg 5.2
*  2e lesuur - Practicum

timer
10:00

Slide 28 - Slide

Heb je het huiswerk gemaakt?


Doe dan je schrift open, boek dicht, en geef antwoord op de volgende vragen. 
Noteer je antwoorden in je schrift.

Slide 29 - Slide

Heb je het huiswerk niet gemaakt?


Lees dan de tekst uit het boek en maak een korte samenvatting.
Doe dan je schrift open, boek dicht, en geef antwoord op de volgende vragen.
Noteer je antwoorden in je schrift.

Slide 30 - Slide

Wat is koolstofmonoxide?
A
Een stof die je kunt proeven
B
een gas dat ontstaat bij onvolledige verbranding
C
een gas dat ontstaat bij volledige verbranding
D
Een soort rook die je kunt zien

Slide 31 - Quiz

Hoe kan koolstofmonoxide in een huis ontstaan?

A
Door planten in huis
B
Door het openzetten van ramen
C
Door een slecht werkende kachel of geiser
D
Door het koken van water

Slide 32 - Quiz

Wat zijn mogelijke symptomen van koolstofmonoxidevergiftiging?

A
Hoofdpijn en misselijkheid
B
Lachbuien
C
Jeuk en rode vlekken
D
Dorst en honger

Slide 33 - Quiz

Wat moet je doen als je denkt dat iemand koolstofmonoxidevergiftiging heeft?
A
Raam en deur dichtdoen
B
In bed gaan liggen
C
Snel naar buiten gaan en hulp bellen
D
Water drinken en afwachten

Slide 34 - Quiz

Hoe kun je koolstofmonoxidevergiftiging voorkomen?

toestellen goed onderhouden

A
Altijd kaarsen branden
B
Nooit ventileren
C
Een CO-melder plaatsen en toestellen goed onderhouden
D
Alleen elektrisch koken

Slide 35 - Quiz

Aan de slag
Bestudeer H5.2​

Maak de vragen: 14 t/m 16, 18, 20, 21, 25 en 29​

Slide 36 - Slide

Maak Zelfstandig 
5.2 Verbrandig
opdrachten 
B22  B23 C27

Slide 37 - Slide

§5.2 Verbranding
5.2 Verbranding

Slide 38 - Slide

5.2 verbranding 
Ontbrandingstemperatuur: De temperatuur waarbij een stof ontbrandt. 

Goede verhouding tussen brandstof en zuurstof -> Volledige verbranding. -> eindproducten (vaak) : koolstofdioxide + waterdamp 

Slechte verhouding tussen brandstof en zuurstof -> Onvolledige verbranding. -> eindproducten (vaak): Koolstofmonoxide + waterdamp

Slide 39 - Slide

5.2 verbranding
Brandvoorwaarden (brandstofdriehoek) : 
1. Voldoende brandstof
2. Voldoende aanvoer van zuurstof
3. Temperatuur van de brandstof boven de ontbrandingstemperatuur.
 

Slide 40 - Slide

Aan de slag
Maken 5.2 opgave 13, 16, 18, 21 en 22

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide