17 apr - feit mening argument

Lezen H4
Mening, argument en standpunt
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Lezen H4
Mening, argument en standpunt

Slide 1 - Slide

Lesdoel
- Je kunt vertellen wat feiten, meningen en argumenten zijn.
- Je kunt feiten en meningen herkennen.
- Je kunt argumenten herkennen.

Slide 2 - Slide

Planning deze les
  • uitleg over de theorie
  • filmpje
  • quiz
  • aan de slag: blz. 26-27

Slide 3 - Slide

Feit vs. Mening

Slide 4 - Slide

Feit
  • Uitspraak over iets wat waar of niet waar is 
  • Een feit kan je controleren.

Voorbeeld:
'De helft van de 14-jarigen in Nederland 
krijgt 50 euro kleedgeld per maand.'

Slide 5 - Slide

Mening (standpunt)
  • Wat iemand ergens van vindt
  • Het is niet controleerbaar
  • Je kunt het er eens of oneens mee zijn

Voorbeeld
'Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen.'

Slide 6 - Slide

Argument (reden)
  • Een argument is een uitleg waarmee je een mening verdedigt.
  • Signaalwoorden: want, namelijk, omdat, immers...

Voorbeeld
'Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen (mening), 
want dan leren zij met geld omgaan (argument).'

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Feit of mening?
Een normaal zakje M&M's bevat een vaste verdeling van groene, rode, blauwe, gele, bruine en oranje M&M's.
A
feit
B
mening

Slide 9 - Quiz

Feit of mening?
Begrijpend lezen is lastig.
A
feit
B
mening

Slide 10 - Quiz

Feit of mening?
De aarde warmt op.
A
feit
B
mening

Slide 11 - Quiz

Feit of mening?
Geld maakt niet gelukkig.
A
feit
B
mening

Slide 12 - Quiz

Feit of mening?
De overmatige angst voor het niet continu bereikbaar zijn via een mobiele telefoon heet nomofobie .
A
feit
B
mening

Slide 13 - Quiz

Feit of mening?
Nederlands is het leukste vak.
A
feit
B
mening

Slide 14 - Quiz

Maak de volgende zin af met een argument.
Ik heb de doelen van deze les behaald, omdat.........

Slide 15 - Open question