This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Hoofdstuk 12
12.5 energie en botsen
Slide 1 - Slide
Lesplanning
Huiswerkcontrole 12.3
leerdoelen 12.5
Uitleg 12.5
Opgaves maken
Slide 2 - Slide
Leerdoelen 12.5
Je leert hoe je de bewegingsenergie van een voorwerp kunt veranderen.
Je leert hoe de bewegingsenergie verdwijnt bij remmen en botsen.
Slide 3 - Slide
12.3: Een helm helpt bij een botsing, want die
A
verkort de remweg
B
verdeelt de kracht over een groter oppervlak
C
centreert de kracht van op een bepaald punt
D
staat cool in de ambulance
Slide 4 - Quiz
12.3: een kreukelzone is veilig bij een botsing want die:
A
verlengt de remweg
B
vergroot de versnelling
C
zorgt voor een kleinere botsafstand
D
verdeelt de kracht over de airbag
Slide 5 - Quiz
12.4: Kim gaat harder rijden. Haar snelheid gaat in 7 seconden van 8 m/s naar 22 m/s. Wat is haar versnelling?
Slide 6 - Open question
12.4 Bij een noodstop staat een auto (800 kg) met binnen 6 seconden stil met een vertraging van -5,5 m/s2. Bereken de remkracht.
Slide 7 - Open question
Bereken de bewegingsenergie van een auto (800 kg) bij 50 km/h
Slide 8 - Open question
Arbeid en bewegingsenergie
Om de wagen met stenen in beweging te krijgen, moeten de werkers een grote kracht uitoefenen. De wagen krijgt dan snelheid en dus bewegingsenergie. De werkers verrichten arbeid.
Slide 9 - Slide
Arbeid
Als je met een kracht een voorwerp verplaatst,
verricht je arbeid.
Slide 10 - Slide
Arbeid
Omdat die richting zo belangrijk is, is het ook een onderdeel van de formule voor arbeid. In formulevorm:
waarin: = arbeid (J) = kracht (N) = afstand (m)
W=F⋅s
s
W
F
Slide 11 - Slide
Arbeid berekenen
Slide 12 - Slide
Arbeid
W=F⋅s=50⋅5=250J
Arbeid = kracht x afstand
W = F x s
[F] = N
[s] = m
[W] = Nm = J
Slide 13 - Slide
verrichte arbeid = verandering bewegingsenergie
W = F x s
Er wordt alleen arbeid verricht als er
- verandering van (bewegings)energie is
- verplaatsing is
Slide 14 - Slide
De verrichte arbeid wordt groter als:
A
de snelheidsverandering kleiner is
B
de massa groter is
C
de afstand constant is
D
de tijd groter wordt
Slide 15 - Quiz
Je fietst van huis naar school. De afstand is 4000 m. De voorwaartse kracht door het trappen is 35 N. Bereken de arbeid die je spieren verrichten tijdens de rit naar school.
Slide 16 - Open question
Je probeert de bovenste steen van een hunebed weg te duwen. Je levert een kracht van maximaal 1200N tijdens 33 seconden. De steen verplaats natuurlijk niet. Hoe groot is de arbeid?
Slide 17 - Open question
Arbeid bij botsen
Bij een botsing verandert de snelheid. De auto krijgt minder bewegingsenergie. Dit komt doordat er een kracht op de auto werkt. Deze kracht verricht dus arbeid.
Slide 18 - Slide
Voorbeeld: arbeid bij botsen
Een auto heeft een bewegingsenergie van 4800 000 J
De auto kreukelzone deukt 120 cm in.
a) Hoe groot is de arbeid tijdens de botsing?
b) Hoe groot is de kracht tijdens de botsing?
Slide 19 - Slide
Ebew = 480 000 J Kreukelzone deukt 120 cm. a) Hoe groot is de arbeid?
Slide 20 - Open question
Ebew = 480 000 J Kreukelzone deukt 120 cm. b) Bereken de botskracht?