Les 2. De Plichtethiek van Immanuel Kant: Handelen uit Plichtsbesef

Kantianisme/ Plichtethiek
1 / 21
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Kantianisme/ Plichtethiek

Slide 1 - Slide

Let op!
Deze les heeft een bijlage
Kant en de zelfrijdende auto.

Emanuel Kant (1724-1804) was een Duitse filosoof die wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke denkers in de westerse filosofie. Zijn filosofie omvat een breed scala aan onderwerpen, waaronder ethiek, metafysica, epistemologie, esthetiek en politieke filosofie. 

De plichtethiek: Kant is vooral bekend om zijn plichtethiek, ook wel bekend als deïsme, die centraal staat in zijn werk "Grondslagen van de metafysica van de zeden" en "Kritiek van de praktische rede". Volgens Kant zijn morele handelingen gebaseerd op de plicht om te handelen volgens morele wetten, in plaats van op basis van de gevolgen van onze handelingen. Hij stelde dat morele wetten universeel en onvoorwaardelijk zijn, en dat we ons moeten richten op het vervullen van onze morele plicht, los van onze persoonlijke verlangens of belangen.
Memorie 
Gemeenschap moraal
Normen
Chr. 
Ethiek
Waarden

Slide 2 - Drag question

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je bent instaat om de inhoud van de plichtethiek te benoemen en uit te leggen.
  • Je weet wie de grondlegger was en wat zijn achtergrond is.
  • Je begrijpt wat de kern is van deze stroming.
  • Daarnaast kun je duidelijk uitleggen wat je zelf van deze stroming vindt en waarom.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

6

Slide 4 - Video

This item has no instructions

01:02
Beginjaren
Hij werd geboren op 22 april 1724 in Koningsbergen, Pruisen ten tijde van de Verlichting.
Het gezin was Luthers, nadruk op eenvoudig leven met een sterk geloof in moraal voorschreef.
Op zijn zestiende ging hij daar naar de universiteit, waar hij eerst theologie en vervolgens filosofie en wis- en natuurkunde studeerde.

Beginjaren

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

01:39
De categorische imperatief
Onvoorwaardelijk gebod/ regel dat je jezelf oplegt.
Dit geldt voor elke situatie.
1
Maxime: Intentie die aan de handeling ten grondslag ligt. 
De intentie moet altijd goed zijn.
2
Universele morele wet: De morele principes gelden dus voor elk mens. 
(Algemene wetmatigheid )
3

Slide 6 - Slide

"Handel alleen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt."
Deze regel benadrukt het belang van universaliseerbaarheid. Het stelt voor dat een handeling alleen moreel juist is als de maxime of het principe erachter kan worden toegepast als een universele wet die voor alle rationele wezens geldt. Met andere woorden, handel alleen volgens principes die je zou willen dat iedereen in vergelijkbare omstandigheden volgt.
"Behandel mensen altijd als doelen op zichzelf, nooit louter als middelen."
Deze regel benadrukt het belang van respect voor de menselijke waardigheid. Het stelt voor dat individuen altijd moeten worden behandeld als doeleinden op zichzelf, wat betekent dat ze moeten worden gerespecteerd als autonome wezens met intrinsieke waarde, en niet alleen als middelen om de doelen van anderen te bereiken.
02:12


Wat is het doel van Kants categorische imperatief?
A
De gevolgen van een handeling berekenen om de beste keuze te maken
B
Mensen aanmoedigen om altijd hun eigen belang voorop te stellen
C
Morele regels bepalen die altijd en voor iedereen gelden
D
Regels maken die afhankelijk zijn van de situatie

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

03:05
Regel 2
Handel zo dat je de menselijkheid, zowel in je eigen persoon als in die van ieder ander, altijd vast houdt. (Gebruik een persoon niet als middel om tot jouw doel te komen.)
De regels bij de categorische imperatief
Regel 1
Handel alleen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt.

Slide 8 - Slide

"Handel alleen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt."
Deze regel benadrukt het belang van universaliseerbaarheid. Het stelt voor dat een handeling alleen moreel juist is als de maxime of het principe erachter kan worden toegepast als een universele wet die voor alle rationele wezens geldt. Met andere woorden, handel alleen volgens principes die je zou willen dat iedereen in vergelijkbare omstandigheden volgt.
"Behandel mensen altijd als doelen op zichzelf, nooit louter als middelen."
Deze regel benadrukt het belang van respect voor de menselijke waardigheid. Het stelt voor dat individuen altijd moeten worden behandeld als doeleinden op zichzelf, wat betekent dat ze moeten worden gerespecteerd als autonome wezens met intrinsieke waarde, en niet alleen als middelen om de doelen van anderen te bereiken.
03:40
Mensen bepalen zelf hun eigen wetten en regels. 
Dat betekent niet dat mensen doen waar zij zelf zin in hebben. 
Autonomie van de mens
Je hebt een morele verantwoordelijkheid waar je je aan moet houden.
Mensen moeten hun eigen regels dan ook bepalen aan de hand van de rede. (logisch nadenken) 

Slide 9 - Slide

Voor Kant heeft de autonomie van de mens belangrijke gevolgen voor zijn ethische denken. Autonomie betekent voor Kant het vermogen van het individu om vrijelijk zijn eigen morele wetten te begrijpen en zichzelf te verplichten om ernaar te handelen. Deze autonomie heeft een aantal significante implicaties:

Morele verantwoordelijkheid: Kant benadrukte dat autonomie de basis vormt voor morele verantwoordelijkheid. Omdat mensen in staat zijn om zelfstandig morele wetten te begrijpen en zichzelf eraan te verplichten, zijn ze ook verantwoordelijk voor hun handelingen volgens deze wetten. Autonome individuen worden gezien als moreel verantwoordelijk voor hun keuzes en handelingen.
Universele wetgever: Kant beschouwt een autonoom individu als een "wetgever" van morele wetten voor zichzelf. Dit betekent dat mensen niet alleen onderworpen zijn aan externe wetten of autoriteiten, maar dat ze zelf de bron zijn van morele wetgeving. Autonome individuen stellen hun eigen morele regels vast op basis van hun redelijke overwegingen.
Respect voor individuele waardigheid: Kant stelt dat de erkenning van de autonomie van individuen vereist dat we hun waardigheid respecteren. Dit betekent dat we mensen moeten behandelen als doeleinden op zichzelf, en niet alleen als middelen om onze eigen doelen te bereiken. Het respecteren van de autonomie van anderen houdt in dat we hun recht om vrijelijk hun eigen morele keuzes te maken en hun eigen doelen na te streven erkennen.
Ethiek van de plicht: Op basis van de autonomie van de mens ontwikkelde Kant zijn ethiek van de plicht. Hij betoogde dat morele handelingen gebaseerd moeten zijn op de plicht om te handelen volgens universele morele wetten, in plaats van op basis van de gevolgen van onze acties. Deze ethiek richt zich op de intrinsieke waarde van morele plicht en de onvoorwaardelijkheid van morele wetten, ongeacht individuele verlangens of belangen.

Het autonome individu: Kant geloofde in de autonomie van het individu, wat betekent dat mensen het vermogen hebben om vrijelijk hun eigen morele wetten te begrijpen en te gehoorzamen. Hij benadrukte het belang van het individuele geweten en de innerlijke rede bij het nemen van ethische beslissingen, en weerstond het idee van externe autoriteiten die ons morele voorschriften opleggen.
Het verstand en de grenzen van de kennis: In zijn filosofische werken zoals "Kritiek van de zuivere rede", onderzocht Kant de aard en de grenzen van menselijke kennis. Hij betoogde dat het menselijk verstand beperkt is in zijn vermogen om de werkelijkheid te kennen, en dat er grenzen zijn aan wat we kunnen begrijpen door middel van zintuiglijke ervaring en rationeel denken. Dit leidde tot zijn onderscheid tussen fenomenale en noumenale werkelijkheid, en zijn ideeën over de a priori categorieën van het verstand.
04:05
    Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet!
Gulden regel

Slide 10 - Slide

De Gulden Regel, ook wel bekend als het "ethisch beginsel van wederkerigheid", is een fundamenteel ethisch principe dat in verschillende culturen en religies over de hele wereld wordt gevonden. Het luidt vaak als volgt: "Behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden."
Dit principe vormt de basis voor een breed scala aan ethische overwegingen en gedragingen, en het is bedoeld om een leidraad te bieden voor het bepalen van wat moreel juist is in menselijke interacties. De Gulden Regel benadrukt empathie, mededogen en respect voor anderen, en het spoort individuen aan om rekening te houden met de belangen en gevoelens van anderen zoals ze dat ook voor zichzelf zouden doen.
Tekst
Vrijheid van de mens.
Je moet je niet laten leiden door anderen, of door verlangens of nut. 
Gevolg

Slide 11 - Slide

Voor Kant is vrijheid van cruciaal belang in zijn ethische denken en filosofie van de moraal. Hij beschouwt vrijheid als een fundamentele eigenschap van de menselijke wil en als essentieel voor morele autonomie. Hier zijn enkele belangrijke aspecten van de vrijheid van de mens volgens Kant:
Morele vrijheid: Kant onderscheidt tussen twee soorten vrijheid: empirische vrijheid en transcendente vrijheid. Empirische vrijheid verwijst naar de vrijheid van handelen in overeenstemming met onze verlangens en neigingen, terwijl transcendente vrijheid verwijst naar de vrijheid om ons morele plicht te gehoorzamen, los van onze natuurlijke verlangens. Kant betoogt dat ware vrijheid alleen kan worden gevonden in de transcendente vrijheid, waarin we in staat zijn om ons morele plicht te gehoorzamen en onafhankelijk van onze natuurlijke neigingen te handelen.
Morele autonomie: Kant koppelt vrijheid aan autonomie, het vermogen van individuen om hun eigen morele wetten te begrijpen en zich eraan te verplichten. Hij beschouwt autonomie als de basis voor morele verantwoordelijkheid en ethisch handelen. Autonome individuen zijn in staat om vrijelijk hun morele plicht te herkennen en er naar te handelen, zonder dat ze worden gedreven door externe invloeden of interne neigingen.
Vrijheid als voorwaarde voor moraliteit: Kant stelt dat vrijheid een noodzakelijke voorwaarde is voor moraliteit. Als mensen niet vrij zijn om hun eigen morele keuzes te maken, kan er geen sprake zijn van echte morele verantwoordelijkheid of ethisch handelen. Alleen autonome individuen, die in staat zijn om vrijelijk hun eigen morele wetten te begrijpen en te gehoorzamen, kunnen als moreel handelend worden beschouwd.
Kortom, voor Kant is vrijheid onlosmakelijk verbonden met autonomie en moraliteit. Het vermogen van individuen om vrijelijk hun eigen morele keuzes te maken en hun morele plicht te gehoorzamen, vormt de basis voor ethisch handelen en de realisatie van het morele ideaal.


Welke uitspraak illustreert het beste het concept van autonomie volgens Kant?
A
Je moet altijd doen wat anderen je vertellen, zelfs als je het niet eens bent
B
Je handelt vrij wanneer je altijd volgens je eigen morele principes handelt
C
Autonomie betekent alleen dat je kunt doen wat je wilt, zonder je zorgen te maken over anderen
D
Je moet altijd de wet volgen, ongeacht je eigen keuzes

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Wanneer ben je volgens Kant een vrij mens?

Slide 13 - Open question

Voor Kant ben je een vrij mens wanneer je in staat bent om autonoom te handelen en je eigen morele wetten te begrijpen en jezelf eraan te verplichten. Vrijheid wordt gekoppeld aan morele verantwoordelijkheid en het vermogen om zelfstandig te handelen volgens universele morele principes.

Wat is de Gulden Regel?

Slide 14 - Open question

Een voorbeeld van een regel die voortkomt uit het categorisch imperatief van Kant is:
"Handel altijd op een manier die respect toont voor de intrinsieke menselijke waardigheid."
Deze regel illustreert het idee van universaliseerbaarheid, een van de kernprincipes van het categorisch imperatief. Volgens Kant zou deze regel universeel en onvoorwaardelijk moeten gelden voor alle rationele wezens in alle situaties. Met andere woorden, Kant stelt voor dat iedereen altijd moet handelen op een manier die respect toont voor de intrinsieke waarde van menselijke wezens, zonder uitzondering.
Door deze regel te universaliseren, zou men kunnen zien dat het handelen in strijd met deze regel inherent tegenstrijdig is. Stel bijvoorbeeld dat iemand overweegt om een ander persoon te gebruiken als louter middel om zijn eigen doelen te bereiken, zonder respect te tonen voor de waardigheid van die persoon. Als iedereen dit zou doen, zou dat leiden tot een wereld waarin de waardigheid van individuen voortdurend wordt geschonden, wat in strijd is met het idee van respect voor menselijke waardigheid.
Daarom, volgens Kant's categorisch imperatief, zou een regel zoals "Handel altijd op een manier die respect toont voor de intrinsieke menselijke waardigheid" als leidraad moeten dienen voor moreel handelen, omdat het respect voor de menselijke waardigheid een universeel en onvoorwaardelijk moreel principe is.

 Hoe zou je deze "gulden regel" in het dagelijks leven 
kunnen toepassen?

Slide 15 - Open question

Een voorbeeld van een regel die voortkomt uit het categorisch imperatief van Kant is:
"Handel altijd op een manier die respect toont voor de intrinsieke menselijke waardigheid."
Deze regel illustreert het idee van universaliseerbaarheid, een van de kernprincipes van het categorisch imperatief. Volgens Kant zou deze regel universeel en onvoorwaardelijk moeten gelden voor alle rationele wezens in alle situaties. Met andere woorden, Kant stelt voor dat iedereen altijd moet handelen op een manier die respect toont voor de intrinsieke waarde van menselijke wezens, zonder uitzondering.
Door deze regel te universaliseren, zou men kunnen zien dat het handelen in strijd met deze regel inherent tegenstrijdig is. Stel bijvoorbeeld dat iemand overweegt om een ander persoon te gebruiken als louter middel om zijn eigen doelen te bereiken, zonder respect te tonen voor de waardigheid van die persoon. Als iedereen dit zou doen, zou dat leiden tot een wereld waarin de waardigheid van individuen voortdurend wordt geschonden, wat in strijd is met het idee van respect voor menselijke waardigheid.
Daarom, volgens Kant's categorisch imperatief, zou een regel zoals "Handel altijd op een manier die respect toont voor de intrinsieke menselijke waardigheid" als leidraad moeten dienen voor moreel handelen, omdat het respect voor de menselijke waardigheid een universeel en onvoorwaardelijk moreel principe is.
1. zelf-perfectionering
2. geluk van andere mensen
Doel (plichten bij het categorisch imperatief)

Slide 16 - Slide

Het doel van het categorisch imperatief, zoals voorgesteld door Immanuel Kant, is om een objectieve en universele basis te bieden voor moreel handelen. Kant zocht naar een methode om te bepalen wat juiste handelingen zijn, ongeacht de specifieke omstandigheden of individuele voorkeuren. Het categorisch imperatief dient als een moreel principe dat geldt voor alle rationele wezens, en het heeft verschillende doelen:
Universaliteit: Het categorisch imperatief streeft naar het formuleren van morele wetten die universeel en onvoorwaardelijk gelden voor alle rationele wezens. Deze wetten moeten van toepassing zijn in alle denkbare situaties, ongeacht de individuele omstandigheden.
Objectiviteit: Kant wilde een objectieve basis bieden voor morele oordelen, los van persoonlijke voorkeuren, emoties of belangen. Het categorisch imperatief stelt voor om morele handelingen te beoordelen op basis van hun universaliseerbaarheid en consistentie met de rede, in plaats van op basis van de gevolgen van die handelingen.
Respect voor de menselijke waardigheid: Een belangrijk doel van het categorisch imperatief is om respect voor de intrinsieke menselijke waardigheid te bevorderen. Kant benadrukte het belang van het behandelen van mensen als doeleinden op zichzelf, in plaats van als middelen om de doelen van anderen te bereiken. Het categorisch imperatief stelt voor om morele wetten te formuleren die respect tonen voor de autonomie en waardigheid van alle individuen.
Morele verplichting: Het categorisch imperatief beoogt een basis te bieden voor morele verplichting, waarbij individuen worden geleid door hun morele plicht en niet alleen door hun eigenbelang of de gevolgen van hun handelingen. Het stelt voor dat morele handelingen worden bepaald door de morele wetten die universeel en onvoorwaardelijk gelden voor alle rationele wezens.
Kortom, het doel van het categorisch imperatief is om een objectieve en universele basis te bieden voor moreel handelen, gebaseerd op respect voor de menselijke waardigheid, universaliteit, objectiviteit en morele verplichting.
T
I
S
N
I
N
A
K
T
timer
0:30
In de taartpuzzel staat een woord waarvan één letter ontbreekt. Je moet, binnen de tijd, de juiste letter slepen om het woord compleet te maken. Vervolgens schrijf je dit op in de volgende slide (open vraag).
Het woord kan links- of rechtsom te lezen zijn.
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
A
B

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions



Welk begrip is niet van toepassing bij Kant?
A
Plicht
B
Categorisch imperatief
C
Verlichting
D
Mens als middel

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions



Hoe noemt de Kant de motivatie?
A
Hedonistische calculus
B
Categorisch imperatief
C
Super ego
D
Maxime

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions



Bij Kant gaat het vooral om:
A
Verantwoordelijkheid
B
Ego
C
God
D
Mensen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de leerdoelen behaald?
  • Ik ben instaat om de inhoud van de plichtethiek te benoemen en uit te leggen.
  • Ik weet wie de grondlegger was en wat zijn achtergrond is.
  • Ik begrijp wat de kern is van deze stroming.
  • Daarnaast kan ik duidelijk uitleggen wat ik zelf van deze stroming vind en waarom.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions