Unidad 3: subjuntivo

El subjuntivo
Doel: kennismaken met de aanvoegende wijs, de subjuntivo kunnen herkennen en ook kunnen vormen (in de presente)

1 / 17
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

El subjuntivo
Doel: kennismaken met de aanvoegende wijs, de subjuntivo kunnen herkennen en ook kunnen vormen (in de presente)

Slide 1 - Slide

Wat is een aanvoegende wijs eigenlijk?
Leve de koning! 
Het zij zo.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
een werkwoordsvorm die onder meer een wens, toegeving, aanwijzing of aansporing uitdrukt.

Slide 2 - Slide

¿Cuándo se usa el subjuntivo?
In het Spaans gebruik je de subjuntivo vooral in bijzinnen, na que. 
In de hoofdzin is er dan sprake van bijv. een wil, wens, twijfel of een mening. Er komt dus gevoel bij kijken en het is niet slechts informatief.





Slide 3 - Slide

Welk woord zou in het Spaans in de subjuntivo moeten staan?
'Ik wil dat je dat doet!'
A
wil
B
dat
C
je
D
doet

Slide 4 - Quiz

Welk woord staat hier in de subjuntivo?
A
dejaré
B
uses
C
mal
D
que

Slide 5 - Quiz

El subjuntivo
¿Cómo usar el subjuntivo?
Espero que + werkwoord in subjuntivo
Es importante que + werkwoord in subjuntivo
Quiero que + werkwoord in subjuntivo
Es necesario que + werkwoord in subjuntivo
Ójala.....(hopelijk)
Tal vez….(mogelijk/misschien)
De subjuntivo gebruik je voor alles wat niet feitelijk is, maar wat je wenst, of wat moet of wat nodig is

Slide 6 - Slide

La forma del subjuntivo
Wat valt je op?

Slide 7 - Slide

Documento del subjuntivo en GC

Slide 8 - Slide

Verbos con irregularidades específicas en presente de subjuntivo

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Link

Vul de subjuntivo in:
Es aconsejable que Juan.......... (ayudar)

Slide 11 - Open question

Vul de subjuntivo in:
Mi médico quiere que yo ............. (dejar) de tomar azúcar.

Slide 12 - Open question

Let op: als de ik-vorm in de presente onregelmatig is, is de subjuntivo dat ook!

Ejemplo: No quiere que tenga prisa. 

Slide 13 - Slide

Combineer de ik-vormen van de subjuntivo met het hele ww
decir
sentir
poder
pedir
conocer
sienta
diga
pueda
pida
conozca

Slide 14 - Drag question

Wat is het correcte rijtje van de subjuntivo van perder?
A
perdo, perdes, perde, perdemos, perdéis, perden
B
pierdo, pierdes, pierde, perdemos, perdéis, pierden
C
pierda, pierdas, pierda, pierdamos, pierdáis, pierdan
D
pierda, pierdas, pierda, perdamos, perdáis, pierdan

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Video

Ahora:
¡Quiero que leas la información de Gramática C, y que hagas el ejercicio 31!

¡Mucho éxito!

Slide 17 - Slide