SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Examentraining
Ecosystemen en voedselrelaties: zo pak je examenvragen aan
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Examentraining
Ecosystemen en voedselrelaties: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Klankbeeld / Wikimedia Commons, CC0
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een examenvraag over een ecosysteem de juiste rol, keten, piramide of factor aanwijzen.
This item has no instructions
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het ecosysteem en welke organismen komen erin voor?
2. Zoek: wie maakt zelf voedsel, wie eet en wie ruimt dood materiaal op?
3. Kijk: volg de pijlen in een web van gegeten naar eter, en lees getallen in een piramide af.
4. Schrijf: noem het begrip en geef er een korte reden bij.
This item has no instructions
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 1: producent, consument of reducent
Vraag je af: maakt het organisme zelf voedsel, eet het andere organismen of ruimt het dood materiaal op?
Planten zijn producenten, dieren zijn consumenten.
Schimmels en bacteriën die dode resten opruimen zijn reducenten.
Schrijf in je antwoord de rol en de reden.
This item has no instructions
Bacteriën breken dode algen in een sloot af. Wat zijn die bacteriën?
Reducenten
Producenten
Consumenten van algen
Een populatie van algen
Bacteriën die dood materiaal afbreken zijn reducenten. Verwachte fout: consument kiezen omdat de bacteriën de algen opeten.
Eik, eekhoorn en schimmel: wie is producent?
De eik is een plant en maakt zelf energierijke stoffen. De eekhoorn is consument, de schimmel reducent. Verwachte fout: de eekhoorn of de schimmel noemen.
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 2: een voedselweb lezen
De pijl wijst van het organisme dat wordt gegeten naar de eter.
Zoek eerst de producent: dat is waar de ketens beginnen.
Volg de pijlen en tel welke dieren van elkaar afhangen.
Verdwijnt een voedsel, kijk dan wie alleen dat eet.
This item has no instructions
Alle muizen verdwijnen. Welk dier houdt in dit web geen voedsel over?
Vos
Spreeuw
Uil
Konijn
De uil eet in dit web alleen muizen. De vos eet ook konijnen, de spreeuw eet sprinkhanen en het konijn eet gras. Verwachte fout: de vos kiezen. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens
Hoeveel soorten eten in dit web gras?
Een
Drie
Twee
Vier
Konijn, muis en sprinkhaan krijgen een pijl van gras. Verwachte fout: alleen het konijn tellen, of de eters van de eters meetellen. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 3: een piramide lezen
Lees eerst de titel: gaat het om aantallen of om biomassa?
Lees het getal bij elke schakel af.
Reken met de getallen in de vraag, bijvoorbeeld hoeveel keer zoveel.
Zet de eenheid erbij, zoals kg.
This item has no instructions
Hoeveel sprinkhanen zijn er per kikker?
10
40
800
20
800 sprinkhanen : 40 kikkers = 20 sprinkhanen per kikker. Verwachte fout: 40 kiezen, het aantal kikkers. Image credit: Eigen figuur, verzonnen gegevens
Piramide van biomassa: 1000 kg gras, 100 kg sprinkhanen. Wat klopt?
Er is 100 keer zoveel gras als sprinkhanen
Er zijn 10 keer zoveel sprinkhanen als gras
Gras en sprinkhanen wegen evenveel
Er is 10 keer zoveel gras als sprinkhanen
1000 : 100 = 10. Verwachte fout: het getal 100 als verhouding gebruiken of de volgorde omdraaien.
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Vraagtype 4: kringlopen en milieufactoren
Bij een kringloop vraag je: welke stof gaat waar naartoe, en wie doet dat?
Fotosynthese neemt CO2 op, verbranding geeft CO2 af.
Bij factoren: is het levend (biotisch) of niet-levend (abiotisch)?
Leg uit wat een verandering doet met de aantallen.
This item has no instructions
Het is lang droog en er groeit weinig gras. Wat gebeurt er met de konijnen?
Hun aantal wordt groter, want ze eten minder
Hun aantal wordt kleiner, want er is minder voedsel
Hun aantal blijft gelijk, want gras is niet nodig
Hun aantal wordt groter, want er is minder water
Minder gras betekent minder voedsel en dus minder konijnen. Een abiotische factor (droogte) werkt door op een populatie. Verwachte fout: denken dat de aantallen niet veranderen.
Waarvoor hebben planten stikstof uit de bodem nodig?
Om glucose te maken met licht
Om warmte te maken
Om eiwitten te maken
Om koolstofdioxide op te nemen
Stikstof zit in eiwitten. Glucose maken planten van CO2 en water. Alleen voor GT (VG en VT). Verwachte fout: glucose kiezen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Producent, consument of reducent
Een voedselweb lezen
Een piramide lezen
Kringlopen en milieufactoren
Gebruik de uitslag om het vraagtype te herhalen dat de meeste leerlingen kiezen.
SAMENHANG · ECOSYSTEMEN
Tips voor op het examen
Zoek in elke casus eerst de producent: daar begint de keten.
De pijl in een voedselweb wijst naar de eter.
Zie je getallen? Reken twee keer na en zet de eenheid erbij.
Vragen over aantallen: bedenk wie wie eet en wat er wegvalt.
This item has no instructions