Introductie H8 Geluid

Introductie H8 Geluid
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Introductie H8 Geluid

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Wat is geluid?

Slide 3 - Open question

De speakers van een stereoinstallatie maken geluid. Tijdens een feestje staat de muziek hard aan.
Wat voel je als je een hand op de speaker houdt?
A
De speaker beweegt niet.
B
De speaker is warm.
C
De speaker trilt.

Slide 4 - Quiz

Met je oren kun je geluid waarnemen.

Welk onderdeel van je oor trilt met de geluidstrillingen mee?
A
De stembanden
B
Het slakkenhuis
C
Het trommelvlies
D
De gehoorgang

Slide 5 - Quiz

Mensen maken geluid met hun stem. De lucht in de mond is dan aan het trillen.

Wat brengt de lucht aan het trillen?
A
de tong
B
De mond
C
De stembanden
D
De longen

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

De stem van een meisje is meestal                    dan de stem van een jongen.
Als je dichter bij de snelweg komt, wordt het geluid steeds
Een basgitaar maakt een                   geluid dan een viool.
harder
hoger
lager
zachter

Slide 9 - Drag question

Nadat je bij een popconcert geweest bent, hoor je nog enkele dagen een pieptoon.
Wat betekent deze pieptoon?
A
Je trommelvlies is nog met de muziek aan het meetrillen
B
Je hebt gehoorschade opgelopen
C
Je oren moeten weer wennen aan zachtere geluiden
D
De longen

Slide 10 - Quiz

Vleermuizen maken geluid om vliegende insecten te kunnen waarnemen.
Waarom kunnen mensen dat geluid niet horen?
A
Het geluid is te hard
B
Het geluid is te hoog
C
Het geluid is te laag
D
Het geluid is te zacht

Slide 11 - Quiz

Welke beweringen over een microfoon en een speaker zijn waar?
A
Met een microfoon kun je geluid maken. Een speaker vangt het geluid op.
B
Met een microfoon kun je geluid opvangen. Een speaker maakt het geluid op.
C
Met zowel een speaker als een microfoon kun je geluid maken.
D
Met zowel een speaker als een microfoon kun je geluid opvangen.

Slide 12 - Quiz

Wat is de eenheid van geluidssterkte?
De afkorting is dB

Slide 13 - Open question

De geluidssterkte van een betonboor is
De geluidssterkte van een stofzuiger is 
Als je fluistert is de geluidssterkte 

70 dB
110 dB
30 dB
190 dB

Slide 14 - Drag question

Als je dicht bij een autoweg woont, kun je last hebben van geluidsoverlast.
Hoe kan de geluidsoverlast beperkt worden?

Hoe kan de geluidsoverlast beperkt worden?
A
De maximumsnelheid verhogen
B
De maximumsnelheid verlagen
C
De woningen isoleren
D
Een geluidswal aanleggen

Slide 15 - Quiz