Verander het verhaaltje. Gebruik zeggen dat ..., denken dat ..., vragen of ...
Ze vragen:
Voel jij je ongelukkig?
Ze vr...... of ze zich ..............................................
Ze vragen: word jij gepest door de andere meisjes uit de klas?
Ze vr ..... ...... zij .............................................................................
Ze zeggen: Dan gaan we vanmiddag met je juf praten.
Ze .......... ....... ze dan vanmiddag .......................................................