9/4 WKMD Code+ en meervoud

                                          Welkom!
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

                                          Welkom!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Voorlezen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Planning donderdag 9 april
Opdracht gezamenlijk: enkelvoud + meervoud (H4) Klare Taal les 8/9
Herhaling en uitleg: grammatica en werkblad per hoofdstuk Code+
  • H1: onderwerp + persoonsvorm (les 2 + 6)
  • H4: enkelvoud/meervoud les 8/9
  • H5: modale werkwoorden (les 28 + 73)
  • + woorden oefenen van je hoofdstuk

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

 lesdoelen 
  • Ik weet dat een zin uit een persoonsvorm en een onderwerp bestaat. (H1)
  • Ik kan een zelfstandig naamwoord in het meervoud zetten. (H4)
  • Ik kan hulpwerkwoorden in een zin gebruiken.(H5)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Schrijf de woorden bij het plaatje op het wisbordje
  • Schrijf ook de- of het- (het lidwoord) ervoor

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig naamwoord
  • Deze woorden zijn zelfstandig naamwoorden.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

enkelvoud en meervoud met -en, -s en 's
de woning - de woningen
de tuin - de tuinen
de fiets - de fietsen

de tafel - de tafels
het meisje - de meisjes
In het meervoud altijd DE ervoor!

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

het meervoud
Het meervoud maak je door:

  • EN erachter -> het boek - de boeken
  • S erachter -> de kamer - de kamers
  • 'S erachter -> de auto - de auto's
's gebruiken we bij open lettergreep (i, o, u, a, y-> ik hou van ijs)


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

het meervoud: 's
  • 's gebruiken we bij open lettergreep (i, o, u, a, y-> ik hou van ijs)
  • de villa - de villa's
  • de taxi - de taxi's
  • de kiwi - de kiwi's


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welke woorden ken jij met -en, -s of 's?
Schrijf ze in 3 kolommen.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Even oefenen!

Slide 13 - Slide

This item has no instructions


Wat is het meervoud van de broer?
A
de broers
B
de broeren
C
de broer's

Slide 14 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat is het meervoud van het boek? 
A
de boeken
B
de boeks
C
de boek's
D
de books

Slide 15 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Wat is het meervoud van
'(de) jongen'?
A
het jongens
B
de kinderen
C
de jongeren
D
de jongens

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het meervoud van stoel?
A
stoels
B
stoel's
C
stoelen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het meervoud van 'euro'?
A
euros
B
euro's
C
euroen
D
euroos

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het meervoud van oma?
A
omas
B
omie
C
omaen
D
oma's

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

meervoud
wat is fout?
A
koeken
B
tafelen
C
winkels
D
druiven

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Team Sana en Raza
  • maken bij hoofdstuk 1: Klare Taal les 2 en les 6 (hebben en zijn + subject en persoonsvorm)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Teams Radi en Esinn
  • Teams Radi en Esinn hoofdstuk 4: Klare Taal les 8 en 9

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Team Yusuf
  • Extra uitleg hierna bij:
  • Grammatica hoofdstuk 5: Klare Taal les 28/73 (modale ww)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Modale werkwoorden
Deze werkwoorden gebruik je vaak met een ander werkwoord.
kunnen-> Kan jij naar school komen?
moeten-> Ik moet dit doen.
mogen ->Mag ik naar het toilet (gaan)?
willen-> Mijn broer wil zijn huiswerk niet maken.
zullen-> Zal ik jou helpen?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

 lesdoelen 
  • Ik weet dat een zin uit een persoonsvorm en een onderwerp bestaat. (H1)
  • Ik kan een zelfstandig naamwoord in het meervoud zetten. (H4)
  • Ik kan hulpwerkwoorden in een zin gebruiken.(H5)

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Fijne dag! Tot de volgende keer!

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

2/4 WKMD Code+ en Klare Taal

Slide 28 - Slide

This item has no instructions